Uitvaren (2)

ASIS AYNAN

Het getoeter van een lang zandschip vroeg onze aandacht. We dreven nog steeds midden op het IJ, in de vaargeul.

Nadat mijn broer zijn vaarbewijs had behaald, was het broederkwartet regelmatig op het water te vinden. Vele mooie dagen werden gevuld met boottochtjes. Ik kwam erachter dat de grachten het meest witte deel van Amsterdam zijn. Culturele diversiteit wordt er vooral verzorgd door de rondvaartboten - die zitten vol toeristen.

Vanaf het binnenwater ziet de stad er anders uit dan op straatniveau. Kijkt de woonbootbewoner anders tegen de wereld aan?
En al die meedeinende blikjes en flessen alcohol aan boord leiden ertoe dat een deel van de waterrecreanten tipsy of ladderzat de richting van het vaartuig bepaalt. Blaasproeven zijn zeldzaam.

Bijzonder aan het bevaren van de grachten is de gezichtsuitdrukking van sommige wandelaars op de kade. Die heeft wel iets weg van de blik die je sporadisch uit de tram opvangt. Je loopt op straat, de grond onder je voeten trilt een beetje, het gedreun van de tram stormt je oren binnen en dan vangt een tramreiziger je met zijn zachtaardige ogen in zijn wereld.

Midden op het IJ viel de motor van onze zeewaardige boot uit. Eén van mijn broers stond aan het stuurrad en riep dat er iets mis was. Niemand reageerde op zijn roep; we gingen rustig door met ademhalen, boeken lezen en rosé drinken.

De wind kreeg vat op de Shetland en dat deed ons overeind komen. De zeewaardige boot van bijna zeven meter leek door het uitvallen van de motor wel een donsveertje. Het werd door de luchtstroom alle kanten opgeblazen. Het roer werkte niet meer en de wind besliste wat onze bestemming zou worden.

Wij hadden andere plannen en wisten heel goed waar we moesten zijn: de wal. Maar in plaats van een constructief plan te maken, begon iedereen door elkaar te praten. In de wilde woordenstroom was geen oplossing te vinden. We staken elkaar neer met vlijmscherpe verwijten.

''Een schip kan maar één kapitein hebben! '' scandeerde één van mijn broers. Hij wilde alle neuzen één kant op krijgen. We keken met z'n drieën naar de orde scheppende schreeuwer. Eigenlijk wilden de gebroeders Aynan direct weer met elkaar in discussie treden, want als hij dacht het gezagvoerderschap op te kunnen eisen door hard te schreeuwen, dan had hij het flink mis. Ik plande al hoe ik in een betoog mijn investering in de familieboot zou opeisen, een oogstrelende duik zou maken en met een wedstrijdwaardige borstcrawl zou wegkomen. Waanzin toont zich graag tijdens psychische dieptepunten.

Niet ik maar het gefoeter viel in het water, omdat het getoeter van een lang zandschip onze aandacht vroeg. We dreven nog steeds midden op het IJ, de vaargeul voor snelle en grote watervoertuigen. Het was tijd voor zinnige actie. Uit de kajuit werden roeispanen gehaald en mijn drie broers en ik begonnen als bezetenen met de peddels water naar achteren te scheppen. Het schip passeerde en wij werden iets later door een ander bootje naar de kant gesleept.

Dat is inmiddels al weer enige tijd geleden.

Rust in vrede, boot.

null Beeld
Meer over