Stam bepaalt zelf weer welke onderbroek hij draagt

Jaap Stam (35) beëindigde in november abrupt zijn loopbaan. Het spontane applaus van journalisten tijdens de persconferentie deed hem goed. (rechts technisch directeur Martin van Geel). Foto ANP/Robert Vos Beeld
Jaap Stam (35) beëindigde in november abrupt zijn loopbaan. Het spontane applaus van journalisten tijdens de persconferentie deed hem goed. (rechts technisch directeur Martin van Geel). Foto ANP/Robert Vos

Veel oud-voetballers hebben grote moeite om na hun carrière een nieuw leven op te bouwen. Niet Jaap Stam, de man die vandaag met een afscheidswedstrijd wordt geëerd. Zijn nieuwe leven bevalt hem uitstekend. 'Niemand die me vertelt wat ik moet aantrekken of moet eten.'

Is er een leven na het voetbal? Het is de kernvraag voor Jaap Stam (35), sinds hij in november abrupt stopte met zijn glanzende carrière. Hij kent de valkuilen van een leven zonder topsport maar al te goed. Zag ze jaren om zich heen: echtscheidingen, verkeerde vrienden, financiële ellende. Maar thuis in Hoonhorst geniet Stam gewoon van de rust na alle turbulentie. Dat lukt goed. ''Ik heb ook geen enkel talent voor verveling."

Stam kon altijd de deur al goed achter zich sluiten als hij het stadion verliet. ''Hij komt niet als voetballer thuis, maar als Jaap,'' zei z'n vrouw Ellis, toen hij nog midden in de wereld van het voetbal zat. Die relativering helpt mee bij zijn nieuwe status van ex-prof en oud-international. ''In het begin is voetbal alles, dan ga je er totaal in op. Als je een gezin gaat stichten, worden andere dingen belangrijk. Ik heb altijd gezegd: als ik stop, dan draai ik me om en zal ik niet omkijken. Dat is uitgekomen."

Op de toppen van de roem bleef hij die gewone jongen uit Kampen, van het type 'doe maar gewoon', die bij de zaterdagamateurs van DOS was begonnen en met oprechte verbazing bleef kijken naar de wereld van het grote geld en alle glitter waarin hij was beland. Zoals hij nooit een verwende voetbalmiljonair wilde zijn, voldoet zijn vrouw niet aan het cliché van de verspillende voetbalvrouw.

Daar komt ze net aanlopen, het stro van de uitgemeste stal nog op de trui. Ze kennen elkaar uit Kampen, toen Jaap nog gewoon op de lts zat en nog geen betaald voetballer was. Roem en weelde groeiden mee, ze stapte niet pas in toen die er al volop waren. Dat blijkt een hecht fundament.

Zeven maanden zit Jaap nu thuis, sinds hij op 11 november bij Ajax plots zijn vertrek aankondigde, midden in het seizoen. Het machtige lijf deed niet meer wat het hoofd wilde. ''Ik ben geen type dat het dan op zeventig procent afdoet. Ik dreigde vooral tegen mezelf te gaan voetballen. Het hield op, het was klaar."

Die harde stop zorgde voor afkickverschijnselen, vooral lichamelijk. Spierpijn, in de liezen en de binnenkant van het dijbeen. Slecht slapen ook. ''Je mist blijkbaar toch een bepaalde inspanning. Om het bij te houden ben ik wat wezen trainen op een loopband. Maar om tegen zo'n wand van een sportschool aan te koekeloeren, da's dus niks voor mij. Ik ren hier soms door de omgeving, maar mijn manco is: ik kan het niet rustig aandoen, bij een ronde van vijf kilometer is het meteen weer een kwestie van: hard er tegenaan."

Hij traint nu tweemaal in de week bij sportclub Hoonhorst, precies het goede tempo. Na de zomer treedt hij aan bij de veteranen, in het vijfde elftal. Elke zondagmorgen een potje voetbal op een geriefelijke tijd: tien uur beginnen, twaalf uur klaar, op de fiets erheen, de sporttas achterop. ''Een beetje spielerei is het, de jongens doen heel gewoon, een voordeel van Hoonhorst, daar nemen ze je zoals je bent. Als ik ergens anders heenga, ben ik direct weer Jaap Stam, dan staan ze je allemaal aan te gapen."

Dat wordt nog schrikken bij de streekderby's tegen de collega-veteranen uit Heino, Raalte Lierderholthuis of Zwolle. Die zien in de verdedigingslinie plots het ijzeren postuur van Jaap Stam opduiken, Rots van Kampen, the Dutch Destroyer, Il Terrorista, legendarisch verdediger in 67 interlands. Eens kijken wie er meteen met een zelfbedachte blessure naar de bank hinkt. Stam glimlacht even bij de gedachte.

Stam denkt na over de toekomst. Wat te doen? Iets in de voetballerij ligt voor de hand. Aanbiedingen waren er al, Henk van Ginkel vroeg hem talent te scouten voor World Soccer Consult. Om eventueel bepaalde landen in kaart te brengen. ''Misschien is dat wat. Maar ik wil er niet dag en nacht mee bezig zijn. Daarom valt een trainerschap direct al af. Dan heb je het nog drukker dan als speler: alles voorbereiden, wedstrijden bekijken, half Europa door. Ik heb gewoon geen zin meer om elke maand weken van huis te zijn."

Na zijn vrijwillige pensionering heeft hij eerst zijn moeder geholpen en deed hij wat klussen bij de verbouwing van het huis van een zus. Af en toe een aftrap bij een benefiettoernooi, dan weer snel naar huis.

''Ik heb de luxe om de tijd te nemen. De dagelijkse dingen zijn zo fantastisch. Je mist namelijk veel in de profvoetballerij. Al die verjaardagen waar ik nooit eens bij kon zijn. In Engeland speelden ze zelfs op Nieuwjaarsdag. Ik was er gewoon nooit - en nu ben ik er wel, helemaal. Het ging altijd maar door, trainen, trainen, wedstrijden, trainen, weer een wedstrijd, trainen, je belandde in een roes.

''In Rome was het voetbal mooi, het land fantastisch, maar de vervelende dingen begonnen het te winnen van de positieve. De trainingskampen, van de zeven dagen was je vier of vijf dagen weg, dan kwam je op vrijdag half gebroken thuis en moest je zaterdag of zondag alweer terug. Ik wist op een gegeven moment niet meer welke dag het was. Het lijkt mooi, zo'n profcarrière en de wedstrijden waren het ook, maar alles daar omheen was een stuk minder."

''Al die hotels. Dan zat je weer alleen tussen vier muren. In Milaan speelden ze altijd 's avonds, tv-wedstrijden, dan moest je vooraf drie uur rusten. Sommige jongens vielen als een blok in slaap. 'En wat heb jij gedaan?' vroegen ze. Nou, drie uur recht voor me uit zitten staren. Slapen lukte me in elk geval nooit. Dan zat je dus honderdduizend keer op het horloge te kijken, zo'n dag kwam amper om en de volgende dag was er wéér één. Je werd geleefd. In Engeland vertelden ze je nog wat voor onderbroek je aanmoest. Wat je moest eten. Daarom is het zo fijn thuis. Niemand die me vertelt wat ik aan moet trekken of moet eten."

Ook een bak patat en een frikadel kan een keertje. Hoewel, in de zeven maanden zonder profvoetbal kwam hij anderhalve kilo aan. Binnen de marges nog, maar fijn dat Hoonhorst 5 in de verte lonkt.

''Of de romantiek van de kleedkamer wat kon compenseren? Dat wordt veel te mooi gemaakt. De mooiste tijd qua voetbal was als amateur bij DOS. Dan lulde je dialect met elkaar. Maar dan komt een moment dat je hobby je werk wordt, en dan is het je hobby dus niet meer."

''In het begin kun je als prof veel leren, maar hoe hoger het niveau, hoe meer dat een kwestie wordt van: er stáán en presteren. Lol in de kleedkamer is dan echt voorbij. Toen we kampioen werden met Manchester, werd er wat gejuicht en champagne opengedraaid voor de fotografen. Binnen een uur was iedereen weg."

''Het negatieve blijft me beter bij dan het positieve, ik herinner me wedstrijden die we verloren meer dan wedstrijden die we wonnen.'' Hij tapt nog eens koffie uit het expresso-apparaat en de kat probeert direct zijn plekje in te pikken.

''Weet je,'' zegt hij, ''ik kan weer zo genieten van de weekeinden. Net als vroeger, thuis. Vrijdagavond deden we met z'n allen boodschappen. De dag erop werd je wakker en wist je dat het zaterdag was en dat je 's middags heerlijk kon voetballen, daar kon je echt naar uitkijken. Daar werd ik zo blij van. Als prof verlies je dat gevoel volledig, maar het is er weer: ik heb de dagen van de week teruggekregen."

Vader Gerrit en moeder Anna waren zijn grootste fans. Moe Stam stond in de kantine van DOS. Pa leerde hem, als verdienstelijk rechtsbuiten bij IJVV in IJsselmuiden, overschieten, samen stonden ze langs de lijn. ''Als ik rechtshalf was opgesteld, stonden zij ook rechtshalf. Dan riep mijn vader: 'Schieten! Nu!' Daar werd je wel eens schijtziek van."

Maar hij zegt het met tederheid. Zijn vader overleed drie dagen voor hij bij Ajax de handdoek in de ring gooide. Het was niet dé reden, want het besluit stond al vast, maar het kwam er allemaal wel bij. De laatste maanden heeft hij de dood van zijn vader 'met moeite een plek kunnen geven'. Afwezige ogen: ''Ik ben niet zo'n type om erover te praten, net zo min als mijn vader dat was. Wij zijn niet een familie om alles maar op tafel te gooien. Maar m'n ouwe heer had de beslissing zeer zeker begrepen, honderd procent zeker weten."

Hij had zo graag met zijn vader z'n carrière nog eens willen nalopen. In z'n eentje taalt hij niet eens naar al die dvd's met wedstrijden waarin hij als 'beste verdediger ter wereld' pal stond voor de goede zaak.

Verder kan bewieroking hem gestolen worden. Maar toch, dat journalisten spontaan applaudisseerden in het perszaaltje waar hij het vertrek aankondigde, voelt goed. Openlijke waardering, ongewoon in het wereldje. Dat hij slechts twee rode kaarten kreeg, is achteraf ook een medaille op de borst. ''Gekregen voor protesteren tegen de scheidsrechter, niet voor 't doormidden trappen van een speler. Ik ben een correct iemand, vind ik van mezelf, ik probeer altijd eerlijk en niet achterbaks te zijn. Dat ik dat in de voetbaljaren heb kunnen volhouden, geeft nog wel de meeste voldoening.'' (JELLE BOONSTRA en GERT VAN DIJK)

null Beeld
Meer over