Plus

Slecht parkeren in de stad: aso of onkunde?

Slecht - dan wel asociaal - parkeren kost de toch al krappe stad en de bewoners dagelijks tientallen parkeerplekken en levert een hoop ergernis op. Waarom parkeren we dan dan toch zo?

Wesley Meijer
Op de stoep, halverwege de rijweg of halverwege twee parkeerplekken; dat kan en moet beter Beeld Charlotte Odijk
Op de stoep, halverwege de rijweg of halverwege twee parkeerplekken; dat kan en moet beterBeeld Charlotte Odijk

De Pieter Baststraat: een eenrichtingsweggetje om de hoek van het Roelof Hartplein. Rechts zijn fileparkeerplaatsen, links steek je de auto in een schuin vak. Een bestuurder in een Peugeot zet zijn auto in het eerste filevak rechts, maar laat erachter wel twee meter ruimte over.

Links gebeurt hetzelfde: deze automobilist zet z'n BMW in de laatste schuine plek in de rij, maar als die eenmaal stilstaat, blijkt ook daar een flinke ruimte te zijn overgelaten aan de ­buitenkant.

Gevolg: één wagen neemt twee plekken in, elke volgende sluit aan bij de aso-parkeerder en de toch al schaarse plekken verdwijnen als sneeuw voor de zon. En dat gebeurt niet alleen in deze straat, maar overal in de stad.

Wettelijke bepalingen over de breedte van een plaats zijn er niet Beeld Charlotte Odijk
Wettelijke bepalingen over de breedte van een plaats zijn er nietBeeld Charlotte Odijk

Is het wel asociaal? Of heeft het met gebrekkige parkeerkunsten te maken? "Lastig te zeggen," meent verkeerspsycholoog Gerard Tertoolen. "Maar als het scheidingslijntje midden onder de auto loopt, kun je mij niet vertellen dat dat slecht parkeren is. Iedereen weet dat die plaatsen schaars zijn en je auto dan zo neerkwakken, is gewoon asociaal."

Opgeschoven of scheef
Anders is het als een wagen ietsje is opgeschoven of een beetje scheef staat. Maar dan moet de volgende ook opschuiven en gebeurt het­zelfde als hierboven beschreven. "Daarom roept het ook zoveel ergernis op," zegt Tertoolen. "Autorijden is een egoïstische bezigheid."

De 'ruime' parkeerder zet zijn auto soms zo neer om butsen en krassen te voorkomen, verklaart de verkeerspsycholoog. Van openzwaaiende portieren bijvoorbeeld. "Neem de SUV's of busjes, daar zet je 'm liever niet naast. Je eigen plek is krapper en er is ook minder zicht, dus meer kans op jatten."

null Beeld Charlotte Odijk
Beeld Charlotte Odijk

Parkeerplaatsen zijn berekend op een gewone middenklasser. Grotere auto's en zijspiegels betekenen meer ruimte, weet de gemeente, en ruim parkeren leidt tot minder inkomsten voor de overheid.

Maar nee, zo werkt het niet, zegt een woordvoerder. "Je betaalt voor het parkeren van je voertuig, niet voor het 'huren' van een plaats.

Parkeerbelasting is een middel om het parkeren te reguleren en de stad bereikbaar te houden, niet om inkomsten voor de gemeente te genereren. Er is hier dus geen sprake van het eventueel mislopen van inkomsten." Dat zal wel, maar als wij ons voertuig wél keurig in het vak zetten, levert dat de stad toch echt veel meer geld op.

Verbreden
Wettelijke bepalingen over de breedte van een plaats zijn er niet. De gemeente Amsterdam hanteert als leidraad voor fileparkeerplaatsen een ruimte van twee meter breed en vijf meter lang. Wordt het niet tijd de parkeerplaatsen, vooral de schuine of rechte rijen, vanwege die grotere wagens te verbreden?

Dat is volgens de gemeente niet altijd mogelijk, vanwege een ­gebrek aan ruimte. Wel worden vervaagde scheidingslijnen bijgewerkt bij ­onderhoud of herinrichting van de straat, zodat ze zichtbaarder zijn.

Parkeergedrag als hierboven beschreven is, hoewel asociaal, volgens de wet toegestaan, zegt de woordvoerder. "De gemeente kan daarop niet handhaven, doordat er geen wettelijke grondslag voor is." Die is er wel voor foutparkeren: op de stoep of zonder een vergunning op een gehandicaptenparkeerplaats bijvoorbeeld.

Briefjes helpen niet
Effectief gebruik van de dungezaaide ruimte hangt dus af van ons goede parkeergedrag. Voorlichting daarover geeft de gemeente niet. Wat volgens de woordvoerder wel kan, is mensen op hun gedrag wijzen. "Dat is niet alleen een taak van de gemeente."

Tertoolen: 'Een parkeerplek is nooit per se jóuw plek' Beeld Charlotte Odijk
Tertoolen: 'Een parkeerplek is nooit per se jóuw plek'Beeld Charlotte Odijk

Maar je medeweggebruikers opvoeden werkt niet, weet Tertoolen. "Het briefje onder de ruitenwisser, je schiet er niks mee op. Het kan zelfs gevaarlijk zijn, aangezien mensen heel gevoelig zijn als je het hebt over hun rijkwaliteiten.

Het risico is dat je agressie oproept. Bovendien heb je er zelf ook de lol niet van. Het briefje wordt weggegooid en de kans is klein dat je er het ­rendement van ziet. De kans dat die persoon de hakken in het zand zet en de volgende keer net zo parkeert, is groter."

En dan is er nog iets, zegt Tertoolen. Een parkeerplek is nooit per se jóuw plek. "Als die auto wél netjes in het vak had gestaan, is er een aannemelijke kans dat iemand anders de plek ernaast had ingenomen nog voordat jij kwam. Dat hangt van de drukte af, maar de kans dat het jouw plek was, is klein."

Altijd binnen de lijnen

De voorbeelden op de foto's gaan over plekken aan het begin of eind van een rij. Maar wat te doen als je je auto halverwege zo'n rij wilt parkeren waarin iemand verkeerd staat en daardoor twee plekken inneemt? Zet je je wagen er pal naast of achter/voor (dus ook over twee plaatsen) of zet je 'm wat verder, keurig in een vak?

"Je neemt het eerste geheel vrije vak," zegt Tertoolen. "Dan is er wel een stuk leeg, maar als je je auto er pal naast zet, draag je bij aan het verloren gaan van een plek." Zodra de verkeerd geparkeerde bestuurder wegrijdt, kan iedereen weer netjes inparkeren.

Of het in de toekomst beter wordt met bolides die het op de automatische piloot doen, is nog maar de vraag. De gemeente: "Zelfparkerende auto's hebben nu zelfs iets meer ruimte nodig om te parkeren, maar de technische ontwikkelingen gaan snel."

Meer over