Rechters zien geen opzet, wel roekeloosheid

UIT HET ARCHIEF VAN HET PAROOL: AMSTERDAM - Germaine C., de Amsterdamse die in 2005 een negentienjarige tasjesdief doodreed, gaat in beroep. Ze kan de zaak pas echt loslaten als ze wordt vrijgesproken, aldus
haar advocaat Cees Korvinus.

' We hebben al voor negentig procent gewonnen, " zegt Cees Korvinus. Maar in zijn optiek is ook van zeer onvoorzichtig rijgedrag geen sprake.

Hij verwijst naar een zaak waarbij twee agenten een fietser doodreden, die zij op eenzelfde wijze hadden achtervolgd. Zij werden vrijgesproken. "Er zit geen verschil tussen de zaken. "
Bovendien, aldus Korvinus, reageerde zijn cliënte wel degelijk vanuit een hevige gemoedstoestand. De rechters menen dat daar geen sprake van was. "Die gemoedstoestand is de enige reden dat ze achteruit is gereden. "

C. kan alleen een streep onder de zaak zetten als ze wordt vrijgesproken, aldus haar raadsman. "Ze zegt: ik kon hier echt niets aan doen. "

Korvinus heeft geen enkele vrees dat C. in hoger beroep juist tot een hogere straf wordt veroordeeld. "Die kans is nihil. Dit is een volstrekt duidelijke zaak. "

Volgens het OM heeft C. in januari 2005 willens en wetens de kans aanvaard dat de tas-jesdief door haar handelen zou komen te overlijden. Ze had, met andere woorden, kunnen weten dat hij dood zou kunnen gaan door haar gedrag. Belangrijk hierbij was dat C. in haar eerste politieverhoor heeft gezegd dat ze de brommer wilde ' aantikken'. Zij heeft later ontkend dat te hebben gezegd.

De rechters achtten het niet aannemelijk dat C. de brommer écht wilde aantikken. En als ze het al zou hebben gezegd, dan mag aan die ' eenmalige uitlating kort na het ongeval niet een dergelijk zwaarwegende conclusie worden verbonden.'

Uit het dossier maken de rechters op dat C. haar auto ongewild naar rechts heeft gestuurd. Zij gaan er van uit dat C. dacht dat ze haar tas terug kon krijgen door de daders te achtervolgen. C. was in 1995 al eens beroofd, en ook toen reed ze met haar auto achter de dief aan, waarop die haar spullen teruggooide. In 2005 heeft ze geprobeerd op dezelfde manier haar tas terug te krijgen.

Er zijn, aldus de rechtbank, geen andere omstandigheden waaruit kan worden afgeleid dat C. voor lief heeft genomen dat het slachtoffer zou worden geraakt en dood zou gaan. Dat zij met haar auto hard achteruit is gereden, is onvoldoende.

C. werd gisteren veroordeeld tot 180 uur taakstraf en een voorwaardelijke rijontzegging van zes maanden. Twee weken geleden had het Openbaar Ministerie 2,5 jaar cel geëist wegens doodslag. Maar volgens de rechters staat niet vast dat C. voor lief heeft genomen dat de tasjesdief kon overlijden door haar handelen. Ze werd wel veroordeeld voor zeer onvoorzichtig rijgedrag, waardoor iemand is gedood.

Dat zeer onvoorzichtige gedrag bestaat eruit dat ze dertig à veertig meter hard achteruit heeft gereden in een smalle straat, terwijl ze wist dat achter haar een scooter reed, en dat ze daarmee is doorgegaan toen ze de brommer niet meer zag. Door de hoge snelheid is C. de controle over het stuur verloren, waardoor ze tegen de scooter is aangereden.

Op 17 januari 2005 stond C. in te wachten in de Derde Oosterparkstraat voor de voorrangskruising met de Linnaeusstraat, toen het rechterportier van haar auto werd geopend en haar tas van de stoel werd gegrist. De dief, Ali el B., sprong achterop een scooter, die hard de Derde Oosterparkstraat in reed. C. riep uit het raam dat er niets bijzonders in de tas zat en zette daarna de achtervolging in.

Volgens de rechters heeft C., toen zij het zicht op de dieven was verloren, haar bovenlichaam meer naar rechts gedraaid om te zien waar de scooter was gebleven, en door die beweging trok ze onwillekeurig aan het stuur, waarbij ze de controle over de auto verloor en de scooter raakte.

Het slachtoffer viel door de aanrijding op de grond en werd meegesleurd totdat de auto tegen een boom tot stilstand kwam.

Weliswaar heeft een slachtoffer van diefstal het recht het gestolene terug te pakken, maar er zijn grenzen aan de manier waarop dat gebeurt, oordeelden de rechters. "Een dergelijke gevaarlijke achtervolging staat in geen verhouding tot de diefstal. "

En misschien is de gemiddelde bestolen burger wel geneigd tot een dergelijke actie, maar aan die impuls zal weerstand moeten worden geboden. "De verdachte had zich moeten beheersen. "

De rechtbank heeft bij het bepalen van de straf rekening gehouden met een aantal
omstandigheden, zoals de enigszins verminderde toerekeningsvatbaarheid van C., het feit dat de zaak pas na drie jaar op zitting is gekomen en de grote (media-)aandacht. Ook het feit dat een tasjesroof de aanleiding was, heeft tot strafvermindering geleid.

De rechters benadrukten echter dat ' ook een tasjesdief recht heeft op leven.' "Het slachtoffer had nog een lang leven voor zich. Verdachte heeft door haar gevaarlijke rijgedrag het slachtoffer de kans ontnomen zijn leven een positieve wending te geven. "

Het was, stellen de rechters verder, op zijn plaats geweest als C. ' enige vorm van berouw jegens de familie van het slachtoffer' had betoond. (KAMILLA LEUPEN 7 maart 2008)

Meer over