'Rechtbank moet strafdossier Ali N. in zaak-Endstra van tafel vegen'

Politie en justitie hebben zoveel fouten gemaakt in het onderzoek naar de liquidatie van vastgoedbaron Willem Endstra, in mei 2004, dat de rechtbank het strafdossier tegen verdachte Ali N. van tafel moet vegen, betoogden zijn advocaten maandag. Als de rechtbank toch inhoudelijk over de zaak oordeelt, willen ze vrijspraak.

Paul Vugts
De technische recherche verricht sporenonderzoek bij het kantoor van vastgoedhandelaar Willem Endstra na zijn liquidatie in 2004 Beeld anp
De technische recherche verricht sporenonderzoek bij het kantoor van vastgoedhandelaar Willem Endstra na zijn liquidatie in 2004Beeld anp

In hun gezamenlijke pleidooi betoogden N.'s advocaten Brigitte Roodveldt en Robert Malewicz dat Ali N. zich in de periode na de liquidatie wellicht verdacht heeft gedragen, onder meer door naar Turkije te vluchten, maar dat die vlucht niets te maken had met de liquidatie van Endstra. Ali N. zat in die tijd in de drugshandel, die was misgelopen.

Dat een belangrijke getuige hem herkende als één van de mannen die rond de moord op Endstra op de Apollolaan waren in Zuid, mag van de raadslieden niet meetellen omdat de recherche heeft 'geklungeld' met de foto's die aan de getuige waren getoond - hetgeen justitie overigens ten dele heeft toegegeven.

Zappen
De verklaring waarin een ex-vriendin vertelde dat Ali N. en diens neef en medeverdachte Özgür C. tegen hun gewoonte heel vroeg naar Amsterdam waren vertrokken in de ochtend voor de liquidatie, waarna ze 's avonds zenuwachtig langs alle netten hadden gezapt op zoek naar nieuws over de liquidatie van Endstra, vinden de advocaten te vaag om mee te tellen.

'Half Nederland zat die avond te zappen naar dat nieuws,' zei Roodveldt. 'Toen was een liquidatie nog iets bijzonders.' Een prostituee die toentertijd even de vriendin van Özgür C. was, bevestigt de verklaring van N.'s ex volgens de advocaten niet, hoewel ze wel aanwezig zou zijn geweest.

Afgeluisterde gesprekken tussen familieleden van de neven waaruit justitie bewijs put voor hun betrokkenheid bij de liquidatie, zijn soms slecht vertaald en moet de rechtbank daarom terzijde schuiven.

Een Brabants-Turkse crimineel van wie Ali N. 120.000 euro eiste vanwege een mislukte drugsdeal, heeft verteld dat N. dreigde hem te vermoorden zoals hij eerder al twee mannen zou hebben neergeschoten. Die crimineel is volgens Roodveldt 'een volslagen gestoorde meneer'.

Hildir K.
De verklaringen van Hidir K., de belangrijkste getuige in de moordzaak die in een beschermingsprogramma zit, moet de rechtbank om meerdere redenen negeren, betoogde advocaat Malewicz. De belangrijkste bron van wie hij zijn wetenschap over de moord op Endstra zegt te hebben, Ali T., 'heeft aantoonbaar onjuist verklaard'. Zo zou T. hebben gezegd dat híj de fatale schoten heeft gelost, terwijl ook volgens justitie vast staat dat de inmiddels overleden Rus Namik Abbasov Endstra vermoordde.

De advocaten zien ook verscheidene aanwijzingen dat Hidir K. zijn 'kennis' uit de media heeft, en níet van zijn criminele vrienden, zoals hij zelf beweert.

Conclusie: Ali N. moet vrijuit gaan en niet de veertien jaar cel krijgen die de aanklagers hebben geëist. 'Het verkopen van verdovende middelen; met een raketwerper op de foto gaan tijdens een feestje; voor snel fysiek genot naar Thailand reizen (in de dagen dat daar de Amsterdamse crimineel Johnny Mieremet is geliquideerd, red.) en recent in aanraking komen met justitie: we kunnen er veel van vinden, maar daarvoor staat hij niet terecht," zei Malewicz. '

Voor de aanklachten is simpelweg niet voldoende wettig en overtuigend bewijs. Ook niet na ruim elf jaar onderzoek, waarin geen opsporingsmiddel geschuwd is.'

Meer over