PlusInterview

Oekraïners trekken met balletgrootheid Igone de Jongh door Nederland, maar kunnen niet meer naar huis

Stanislav Olshanskyi en Alexis Tutunnique. Beeld Nina Schollaardt
Stanislav Olshanskyi en Alexis Tutunnique.Beeld Nina Schollaardt

Twee Oekraïense balletdansers, avond aan avond te zien aan de zijde van topdanseres Igone de Jongh, zitten in Amsterdam gevangen tussen hoop en vrees. ’s Avonds treden ze op in het theater, overdag proberen ze familieleden uit de oorlog te loodsen.

Stefan Raatgever

Ze zouden het graag willen. Dat ze tijdens het dansen even alles vergaten. Maar het lukt ze niet. Zelfs als ze naast balletgrootheid Igone de Jongh over het podium zweven, blijven ze eraan denken, zegt Stanislaws Olshanskyi. “Ik probeer me te concentreren op mijn passen, doe mijn best om op te gaan in de dans, maar mijn gedachten gaan automatisch terug naar thuis.”

Met Igone de Jongh langs de schouwburgen

Gisteravond dansten ze in Den Helder. Vanavond in Maastricht. Morgen in Eindhoven. Zo gaat het al weken. Maar in hun hoofd zijn Olshanskyi (28) en zijn collega en vriend Alexis Tutunnique (27) steeds in Bucha – nabij Kiev – en in de hoofdstad zelf, waar ze tot voor kort woonden en beiden dansten voor het Nationale Oekraïense Danstheater.

Igone de Jongh vroeg de twee voor haar voorstelling I, waarmee ze nu de Nederlandse schouwburgen langstrekt. De twee dansers logeren in een hotel in Amstelveen.

Contrast tussen twee werelden

Het contrast tussen de twee werelden kan amper groter, blijkt als ze op vrijdagochtend aanschuiven voor een gesprek in het kantoor van het agentschap dat De Jongh vertegenwoordigt. De koffie blijft onaangeroerd als Olshanskyi vrijwel zwijgend luistert hoe Tutunnique vertelt over de situatie thuis.

Over hoe zijn vriendin hem midden in de nacht belde dat de eerste bom was gevallen, hoe ze halsoverkop poogde te vluchten (inmiddels is ze veilig in Warschau) en hoe ook zijn moeder Kiev probeerde te verlaten.

Het lukte haar uiteindelijk ook – ze verblijft veilig bij vrienden in Duitsland – maar niet voordat ze op het treinstation van Kiev een zware explosie meemaakte. “Het bleek een door het Oekraïense leger onderschepte raket die in de lucht ontplofte,” vertelt hij. “Zo gaat het nu daar: Poetin zegt militaire doelen aan te vallen, maar dit was een bom bestemd voor een station waar vrouwen en kinderen wachtten op een manier om weg te komen. Hij is een leugenaar en een terrorist.”

Gruwelijke verhalen blijven komen

Als Tutunnique eenmaal begonnen is met praten, blijven de verhalen komen. Het ene is nog gruwelijker dan het andere. Zijn Engels kan zijn woede en wanhoop af en toe amper bijbenen. Filmpjes op zijn mobiele telefoon ondersteunen zijn betoog.

In een ervan laat een vriend de kogelgaten in de muur van zijn slaapkamer zien. En bij nachtelijke beelden van Kiev, waar de granaten als een sliert lampjes over de stad vliegen, duidt hij zelf: “Zie je die grote flat waar de granaten inslaan? In het gebouw ernaast woon ik. Althans: voor ik naar Nederland vertrok.”

Thuis wacht frontlinie of schuilkelder

De twee hebben besloten hier voorlopig te blijven. Het agentschap is bezig een appartement in Amsterdam voor hen te arrangeren. Naar huis gaan, als het al lukt, betekent de frontlinie of de schuilkelder, leggen ze uit. Liever blijven ze hier om zoveel mogelijk te helpen door geld en hulpmiddelen in te zamelen en op te sturen.

Tutunnique danste hiervoor ook vier jaar in het fameuze Mariinsky Ballet in Sint-Petersburg en bij een dansgezelschap in Novosibirsk. Hij heeft Russische vrienden. Van hen hoort hij hoe dienstplichtige jongens dachten op training te gaan, maar inmiddels al tijden onbereikbaar zijn voor hun familie.

‘Ik voel dat Nederlanders meeleven’

Even lichten hun ogen op. Het gesprek komt op de demonstratie op de Dam van twee weken geleden. Zo’n 15.000 mensen kwamen toen samen om hun steun aan Oekraïne te betuigen. Aleksy en Stanislav waren erbij. Het deed hen goed. “Ik voel dat de Nederlandse mensen echt met ons meeleven. Fijn dat we niet alleen zijn.”

Maar Tutunnique is ook kritisch op wat hij met enig cynisme ‘onze westerse partners’ noemt. Ze pakken het compleet verkeerd aan, zegt hij. Praten met Rusland heeft geen zin. Net zo min als sancties. Er moeten soldaten komen helpen vechten.

“Hoe kan je met zo’n man als Poetin proberen tot een diplomatieke oplossing te komen? Dat deed je met Bin Laden toch ook niet? Als je Poetin nu niet tegenhoudt, vernietigt hij ons land volledig. En daarna richt hij zijn ogen op het Westen. Hij wil de Sovjet-Unie heroprichten. Het volgende stap is het zogenaamd bevrijden van de Baltische staten. Hij zal niet stoppen.”

Dansers aan het front, geweer in de hand

Dan komen de verhalen weer. Over een vriendin in een dorpje bij de grens met Belarus. “Ze vertelde me dat de Russische soldaten als voorbeeld een vrouw op straat doodschoten die wilde vluchten. Hun boodschap: niemand mag hier weg.” Over Marioepol, waar de mensen sneeuw smelten omdat het drinkwater is opgeraakt.

En over hun collega’s van het danstheater in Kiev. “Twee dansers die we goed kennen, staan nu aan het front met een geweer in hun hand. Net als een operazanger. Een acteur is doodgeschoten in Irpin. Hij hielp met het evacueren van kinderen en had zijn kogelvrije vest aan een van hen gegeven.”

In de voorstelling van De Jongh krijgen de twee elke avond de gelegenheid de aandacht op hun situatie te vestigen. Ze declameren een gedicht van de Oekraïense schrijfster Lina Kostenko. Vleugels, luidt de vertaling van de titel. “Maar eigenlijk gaat het over dromen,” zegt Olshanskyi. “We vertellen het publiek zo over onze droom: leven in vrede.”