Noorse politie: we hebben gefaald

De Noorse politie geeft toe te hebben gefaald bij de aanslagen van 22 juli 2011. De autoriteiten hadden sneller moeten handelen en hadden de dader, Anders Behring Breivik, eerder moeten oppakken. 'Dat we daarmee een aantal mensenlevens niet hebben kunnen redden, valt me zwaar. We hebben gefaald', zei politiechef Oystein Maeland vandaag.

Redactie
Herstelwerkzaamheden aan het pand dat beschadigd werd door de bomaanslag van Breivik. Foto van november vorig jaar. Beeld EPA
Herstelwerkzaamheden aan het pand dat beschadigd werd door de bomaanslag van Breivik. Foto van november vorig jaar.Beeld EPA

De hoogste politieman van Noorwegen reageerde op de conclusies van de commissie die de aanslagen en het handelen van de veiligheidsdiensten onderzocht. Volgens het eindverslag had de aanslag kunnen worden voorkomen en had de politie eerder in actie kunnen komen.

Volgens Mæland was de politie niet voorbereid op alle gebeurtenissen vorig jaar juli in Noorwegen. 'Individuele agenten deden hun uiterste best in moeilijke, chaotische situaties, maar maakten soms een inschattingsfout', zei hij. De politie zet zich nu in om het systeem te verbeteren, aldus de chef.

Breivik bracht vorig jaar een bom tot ontploffing bij een regeringsgebouw in het centrum van Oslo. Daardoor kwamen 8 mensen om het leven. Vervolgens ging hij naar het eilandje Utøya, waar hij bij een jeugdkamp 69 mensen doodschoot.

Eindverslag
Volgens het eindverslag had de bomaanslag in de regeringswijk in Oslo op 22 juli 2011 voorkomen kunnen worden als de veiligheidsroutines gewoon waren gevolgd. Dat zegt de Noorse 22-julicommissie die in opdracht van de Noorse regering de gang van zaken rond de aanslagen onderzocht.

De commissie stelt ook dat de politie eerder in actie had kunnen komen op het eiland Utøya. Aanvankelijk voeren zwaarbewapende agenten zelfs naar het verkeerde eiland. Pas na enkele kilometers op weg naar Geitøya kreeg de politiebevelhebber op de boot door dat ze 3,9 kilometer zuidelijker moesten varen. Door motorpech en overstappen op civiele boten werd de aankomst van het arrestatieteam op het eiland Utøya nog verder vertraagd.

Bij de bomaanslag in de regeringswijk in Oslo kwamen acht mensen om, bij de schietpartij op Utøya lieten nog eens 69 mensen het leven. De Noorse binnenlandse veiligheidsdienst PST had weliswaar summiere informatie op voorhand over de dader Anders Behring Breivik, maar volgens de 22 julicommissie had de PST de aanslagen zelf niet kunnen voorkomen.

Bij de weinige positieve punten in het rapport: de medische reddingsactie na de aanslagen was goed, zo ook de informatievoorziening van de Noorse regering aan de bevolking. Grote delen van het bewijsmateriaal waarop het maandag vrijgegeven rapport is gebaseerd, worden de komende 60 jaar geheimgehouden en opgeborgen in het Noorse rijksarchief. Het gaat onder meer om geluidsopnames van gesprekken met betrokkenen.

'De Noorse veiligheidsdiensten lieten wel tot 45 minuten na de bomaanslag achterwege om een landelijk alarm uit te vaardigen en de grensposten te sluiten', zei commissievoorzitter Alexandra Bech Gjørv bij de presentatie van het rapport, 'terwijl ze wel uitgingen van een terroristische aanslag en rekening hielden met meer'.

Desondanks kwamen snel na de bom in Oslo goede tips binnen. Zo meldde 9 minuten na de aanslag in Oslo een ooggetuige dat hij een man in politie-uniform in een auto met kenteken VH24605 zag wegrijden. Dat was Breivik.

Breivik werd snel na de aanslagen gepakt. Het proces tegen hem is afgerond. Hij is aangeklaagd voor terrorisme en moord en kan maximaal 21 jaar celstraf krijgen. Die straf kan worden verlengd, als hij nog steeds als gevaar voor de samenleving wordt gezien. Als de rechters denken dat hij ontoerekeningsvatbaar is, moet hij voor behandeling naar een psychiatrische kliniek. De uitspraak is 24 augustus.

Nooit meer
'Het duurde te lang voor veiligheidsroutines werden gevolgd en het duurde te lang voordat Anders Behring Breivik werd gepakt.' Dat zei de Noorse minister-president Jens Stoltenberg (Arbeiderspartij) maandag in een reactie op de publicatie van het officiële onderzoeksrapport over de aanslagen en de nasleep ervan.

'22 juli gaat vooral om hen die het leven verloren en de nabestaanden. Maar het rapport is een mijlpaal. Er liggen nu feiten op tafel om van te kunnen leren. We moeten verhinderen dat wat op 22 juli gebeurde, ooit nog gebeurt', zei Stoltenberg.

Meer over