Muis, deel 1

ALEXANDRA BESUIJEN

Op de hippe camping B. te B. ontvang ik geregeld bezoek. Familie, vrienden, collega's, the usual suspects. Allemaal gezellig. Maar ik krijg ook ongenode aanloop, vooral
's nachts. Geen leuke kampeermeneren helaas, maar muizen. Meer specifiek: één muis. Maar dat is dan wel dat je zegt: een karaktertje.

Overdag zie ik hem niet. Dan ligt hij waarschijnlijk zijn roes uit te slapen tussen de jeu de boulesballen en de badmintonrackets. Maar zo tegen bedtijd komt hij tevoorschijn.
Onze hobby is elkaar achternazitten in de caravan. Hij springt dan op mijn hoofdkussen, terwijl ik net doe alsof ik slaap. Ik heb het voordeel van de zaklantaarn, maar Muis is dan weer erg behendig.

Zo slingerde hij van de week via de theedoek naar het aanrecht en vandaar het keukenkastje in. Daar trok hij nog even een lange neus naar me en verdween tussen de theezakjes.
Maar hij had buiten de staart gerekend; die stak namelijk boven de suikerpot uit waarin hij zich schuilhield.

Gotcha! dacht ik en trok hem eruit, maar hij schoot uit mijn hand en verdween achter het rolgordijn. 'Ha, vader, nou heb ik je echt!' riep ik uit: daarachter zat namelijk nog een horrengaas.

Met mijn vrije hand tastte ik het rolgordijntje af. Voorzichtig, want ik wilde hem geen pijn doen; alleen maar na een goed gesprek van vrouw tot muis voor altijd de deur wijzen. Maar geen muizenbult te voelen.

Ik trok het gordijntje op en scheen met mijn zaklantaarn in de zwarte nacht. Midden in het horrengaas zat een gaatje ter grootte van een dubbeltje.
Van Muis geen spoor.

(wordt vervolgd)

null Beeld
Meer over