Column

Je hebt maar één iemand nodig die je optilt

Roos Schlikker
Roos Schlikker Beeld Oof Verschuren
Roos SchlikkerBeeld Oof Verschuren

'Ik spring, hoor. Ik spring!" Op het moment dat mijn leraar Grieks in de dakgoot stond en brullend een potentiële wanhoopsdaad aankondigde, realiseerde ik me dat de situatie een tikje uit de hand gelopen was.

We waren van het dorpse Noord naar het Centrum verhuisd. Mijn vader, zonder benul van schoolsystemen, had mijn lagereschooldirecteur gevraagd: "Denkt u dat ze naar de mavo kan?" "Doe maar het gymsnasium," bromde de man. Dus werd het het gymsnasium, het chicste van de stad. Dachten we.

Het was eind jaren tachtig op het Barlaeus weliswaar reuze intellectueel verantwoord, maar ook een chao­tische klerezooi. Uit emancipatoir oogpunt eiste de gemeente dat er een vrouw aan het roer kwam, tegen de zin van het docentenkorps, dat een eigen kandidaat had. Na aanstelling van de rectrix brak dan ook heel chic de pleuris uit.

Positieve discriminatie leidt zelden tot consensus. Eerder tot gedoe. Weinigen hebben baat bij voorkeursbehandelingen. Niet degenen die zich misdeeld voelen. En degenen die middels een zachte rode loper zijn binnengehaald evenmin. Kreeg je ooit voordeel, dan werkt dat eeuwig in je nadeel.

Alles tussen de muren van het statige pand ademde opstand. Absentielijsten werden niet meer bijgehouden. Enkele docenten wijdden maandenlang een groot deel van hun educatie aan omstandig uitleggen waarom de rectrix niet deugde.

Een leraar scheikunde verwierp al het voorgeschreven lesmateriaal en dicteerde gedurende eindeloos lange lessen in ongelofelijk traag tempo zijn eigen bij elkaar getypte boek (elke keer als hij van diep onderin zijn keel 'kommaaaaaaaa' zei, klonk dat als een luid gekwaak, wat hem de bijnaam Padde opleverde). En de leraar Grieks schuifelde bij onvoldoendes voortdurend de dakgoot in.

Ik liep verloren tussen al deze mondige grachtengordelbozigheid. Ik hoorde er niet. Ik hoorde nergens. ­Verdwaald als ik was in te grote dromen en te kleine gedachtes die varieerden van 'Ik ben dom' tot 'Ik ben lelijk' tot 'Ik ben dik'. Ik was er op eigen kracht terechtgekomen, maar vaak voelde ook ik me alsof onterecht de rode loper voor me was uitgerold om me deze school binnen te loodsen.

Maar hij zag me. Hij liet me dolen in De Avonden. Daar snapte ik ook geen zak van, maar ik ontdekte dat dat soms niet geeft. Hij was streng in de leer, maar nooit uit op kwetsuren. Hij liet me een spreekbeurt houden en onder zijn oog smolt mijn angst. Hij gaf me een tien.

Onlangs zocht een tv-programma hem op. Ger Kleis, zes jaar lang mijn leraar Nederlands. Geen spat veranderd, nog altijd nadrukkelijk articulerend, haalde hij mijn cijferlijsten van 25 jaar geleden tevoorschijn. "Nooit onder een acht," blikte hij trots in de camera, als was het zijn verdienste. En dat was het ook.

Want je hebt maar één iemand nodig die je optilt en laat zweven boven het alledaagse rumoer. Iemand die je ziet. Niet om wat je bent, maar om wat je eventueel zou kunnen. Dat gun ik alle leerlingen. Dat de rest van de wereld een ­chaotische klerezooi is, ontdekken ze vanzelf wel.

Roos Schlikker (1975) is journalist en schrijfster van boeken en toneelstukken, waaronder recentelijk nog Ajax, Mijn Club (2015). Elke zaterdag schrijft ze een column voor Het Parool.

Reageren? r.schlikker@parool.nl

Meer over