Column

Ik zal me nu wel enorm laten kennen, maar ik lag wakker van een tweet


Roos Schlikker
Roos Schlikker Beeld Het Parool
Roos SchlikkerBeeld Het Parool

Bij de bakker maken de oude man en ik een dansje. Hij zet een stap naar links, ik ook, hij wil rechts, ik eveneens.

'Sorry, ik dacht dat u deze kant op ging,' zeg ik met een lach.
'Nou, dat lijkt me niet, hè,' bitst de kerel woedend.

Ik schrik, word dan pissig en roep op mijn hardst: 'Jemig, sacherijn.'

En ik had al een slecht humeur.

Gisteren plaatste ik een grapje op Twitter. Een collega deelde het, waarna een mij volslagen onbekende vrouw tweette: 'Wie @roosschlikker retweet gaat er bij mij meteen uit.'

Ik zal me nu wel enorm laten kennen, huiliehuilie doen in twittertaal, maar ik lag ervan wakker. Waar kwam die boosaardigheid vandaan? Natuurlijk is het mijn ego dat sputtert. Het kind in me dat schreeuwt: 'Vind mij lief!' en gekrenkt met blokken smijt als niet iedereen van haar gecharmeerd is. Maar ik voel ook angst die ik van vroeger ken.

'Je moet erboven staan', is het mantra dat ik als tiener gebruikte. Ik was een jankerd. Eén pesterige opmerking en mijn strot sloeg dicht. Ik kan het nog voelen, het gepers, het diep proberen te ademen, het 'niet huilen, niet huilen'-ritme dat tussen mijn slapen bonkte. Het enige wat hielp was mezelf vertellen dat ik me niet moest laten kennen.

Op een gegeven moment lukte dat. Sterker nog, ik sloeg verbaal terug. Wie me raakte, knalde ik eloquent voor zijn bek. Maar de laatste tijd staat dat me zo tegen. Surfend op Twitter, dat openbare slachthuis, zie ik talloze publieke vernederingen. We zijn een natie vol pesters. Wanneer ik lees wat mensen roepen als Halina Reijn bij DWDD zit ('Domme kuttenblaat', 'Narcistische trut', 'Paardenbek') vraag ik me af: kun je daar weerbaar tegen worden? En moet je dat willen?

Laatst belandde ik in een opvoedfittie. Oerstom. Discussiëren over opvoeden is als likken aan je ellenboog, op naaldhakken de Dam oversteken of jongleren met meloenen: het loopt nooit goed af.

Ik was zo bijdehand te zeggen dat ik tegen strafstoeltjes ben, omdat ik denk dat er meestal een dieper liggende reden is voor ver­velend kindergedrag. Koters zijn moe, hongerig of verdrietig en aandacht daarvoor doet wonderen. Nog weken daarna kreeg ik tweets van mensen die riepen dat het door softe bitches als ik komt dat gevangenissen vol onopgevoede straatschoften zitten.

Nu kun je dat vinden, maar ik schrok van de agressieve toon. Kwam die ook voort uit angst? Om zelf geraakt te worden bijvoorbeeld? Of werkt het net als bij kinderen en hebben deze mensen domweg een rotdag gehad, een zieke moeder, voelen ze zich soms zo alleen dat ze bij de bakker tegen hun tranen vechten?

Helpt het dan dat ik mijn twitterhaatmevrouw een sneer teruggeef om maar niet te tonen dat ze me kwetst? Of dat ik 'Sacherijn' tegen die oudere man blèr? Daniël Lohues zong in een liedje: 'Je moet aordig doen tegen mensen die niet aordig doen. Want die benn aordiogheid 't hardste neudig.'

Daar gaat deze softe bitch vaker naar luisteren.

Wilt u reageren op deze column? Dat kan! Scroll (een beetje) naar beneden om een reactie te plaatsen of mail naar r.schlikker@parool.nl.

Meer over