HvA krijgt olympisch studiecentrum

De Hogeschool van Amsterdam krijgt een olympisch studiecentrum met boeken, olympische toortsen, foto's en historische objecten. Het materiaal wordt geschonken door olympisch verzamelaar Ton Bijkerk.

Jurryt van de Vooren
null Beeld anp
Beeld anp

Bijkerk is één van de belangrijkste Nederlandse specialisten van de Olympische Spelen. In 1960 begon hij met een collectie, die uitgroeide tot één van de grootste van het land. Als secretaris-generaal van de International Society of Olympic Historians staat hij in direct contact met het Internationaal Olympisch Comité. 'Ik ontvang veel zaken rechtstreeks, zoals herinneringsmedailles, een diploma of een identiteitskaart', vertelt hij in sporthistorisch vakblad De Sportwereld.

Van 1995 tot 2004 was Bijkerks verzameling de basis van het Nederlands Sportmuseum Olympion in Lelystad, maar na de sluiting daarvan keerde alles terug naar zijn huis in Friesland. Sindsdien bewaarde Bijkerk alles thuis totdat hij in 2012 een groot deel verkocht aan het Qatar Olympic & Sports Museum, dat werkt aan een ambitieuze permanente expositie over de olympische beweging.

Ondanks die verkoop bezit Bijkerk nog steeds een enorme collectie. Het leeuwendeel hiervan schenkt hij nu aan de HvA, domein Bewegen, Sport & Voeding.

Het gaat om enkele duizenden boeken, originele fakkels, een digitale fotocollectie en memorabilia van de Olympische Spelen van 1928 in Amsterdam, die ondergebracht worden in een nieuw studiecentrum in het Dr. Meurerhuis, aan de Dr Meurerlaan, bij de Sloterplas. In die ruimte komen ook tijdelijke exposities.

'Het plan is onder meer de studenten research- en afstudeeropdrachten te laten uitvoeren op basis van de olympische bibliotheek', aldus Bijkerk. 'Zo wordt de olympische boeken- en memorabiliacollectie opgenomen in de onderwijs- en onderzoeksprogrammering en krijgt de Amsterdamse olympische sportgeschiedenis een nieuwe impuls.'

Sporthistoricus Wilfred van Buuren gaat de boekencollectie ontsluiten. De verhuizing en de inrichting van het studiecentrum zullen naar verwachting ruim een halfjaar in beslag nemen.

Meer over