Plus

Hoe is het om in Artis op te groeien?

De zeven broers en zussen Overgoor zijn geboren en getogen in Artis, waar hun vader financieel directeur was. Het was een bijzondere jeugd: knuffelen met aapjes, helpen bij bevallingen en een baantje in de souvenirwinkel.

Marloes de Moor
1961, Els op de ezel van de Artisfotograaf. Links daarnaast haar vriendin Paula Kroezen en Joke, en rechts Narda, Frank en Louis Beeld Friso Keuris
1961, Els op de ezel van de Artisfotograaf. Links daarnaast haar vriendin Paula Kroezen en Joke, en rechts Narda, Frank en LouisBeeld Friso Keuris

Naast Huize Welgelegen, binnen de hekken van Artis, staan zeven bomen, met hun kruinen hoog in de lucht. Argeloze voorbijgangers op de Plantage Middenlaan zullen er nauwelijks acht op slaan, maar wie de achternaam Overgoor draagt, staat misschien even stil en denkt aan de dag waarop Jan en Narda Overgoor ruim een halve eeuw geleden voor elk van hun zeven kinderen een boompje plantten.

De broers en zussen Jan (65), Joke (63), Els (62), Paul (61), Louis (60), Frank (59) en Narda Overgoor (58) zijn geboren en getogen in Artis. "Geboren in de apenkooi zeker!" was een grap die ze steevast hoorden. Maar daar viel mee te leven als ze bedachten dat zij elke morgen wakker werden van het gebrul van een leeuw of het getrompetter van een olifant, terwijl de rest van de klas het moest doen met een eenvoudige merel of stadsduif.

En dan het genot als ze ziek waren en in de slaapkamer lagen die uitzicht bood op de dierentuin. Met koortsige wangen luisterden ze hoe de tuin langzaam gevuld werd met vrolijkheid, geroezemoes, hoge kinderstemmen en exotische dierengeluiden.

Dagdromen
Door de grote ramen zagen ze de blauwe lucht waarin de boomtakken graaiden, in de verte het puntdak van het duivenhuis. Als je daar zo prinsheerlijk lag, vergat je dat je ziek was. Els weet nog hoe ze haar huiswerk maakte aan het bureau voor het raam. "Steeds keek ik op van mijn boeken en zat ik te dagdromen bij de passerende dagjesmensen."

Toch beseften de broers en zussen als kinderen destijds nauwelijks hoe bijzonder het was dat ze opgroeiden in Artis. "Voor ons was het normaal. Pas later denk je: wat een geluk hadden we," zegt Narda. Dat geluk was te danken aan het feit dat hun vader Jan financieel directeur bij Artis was.

Hij begon er in 1938, het jaar dat de Amsterdamse dierentuin zijn honderdste verjaardag vierde. Hij begon op de administratie en werkte zich op tot hoofd financiële zaken. Eerst bewoonde hij met zijn vrouw Narda de benedenverdieping van de directeurswoning aan de Plantage Middenlaan.

"Daar zijn mijn zus Joke en ik geboren," vertelt Jan, de oudste van het stel. "Twee jaar later kwam Huize Welgelegen vrij en zijn we daarheen verhuisd."

De huizen Weltevreden en Welgelegen aan de Plantage Middenlaan Beeld Friso Keuris
De huizen Weltevreden en Welgelegen aan de Plantage MiddenlaanBeeld Friso Keuris

Rondleiding
Vandaag zijn ze alle zeven terug op hun geboortegrond. Ook Saskia, een nichtje dat tot haar negende jaar bij hen inwoonde, is erbij. Jan organiseerde deze familiedag ter gelegenheid van de zestigste verjaardag van zijn broer Louis. Twee vrijwilligers geven een rondleiding, die langs de belangrijkste plekken in de dierentuin gaat. Daar horen natuurlijk ook hun ouderlijk huis en de werkkamer bij.

Hoe boeiend hun verhalen over de rijke historie van Artis ook zijn, het zijn vooral hun eigen herinneringen die vandaag de boventoon voeren. Louis kijkt om zich heen en zegt tegen Paul: "Op dat dijkje liepen vroeger papegaaien aan een ketting, weet je nog? Je kon ermee op de foto." Paul lacht: "Dat soort dingen kon toen nog gewoon."

Er kon destijds wel meer. Ze reden als kind op de rug van een kameel. Apen zaten bij wijze van circusact met mes en vork aan een tafeltje te eten. Els speelde graag met de kleine aapjes die zich behendig met hun gespierde armpjes aan haar vastklampten. Eén keer werd een chimpansee jaloers en beet Els hard in haar arm. De heldin van de school was ze vervolgens. Andere kinderen hadden hooguit een muggenbeet, zij een apenbeet.

Leeg Artis
Er was altijd iets bijzonders. Een losgebroken neushoorn bijvoorbeeld, die helse paniek veroorzaakte. De familie Overgoor volgde het spektakel vanuit het slaapkamerraam. En wat was er mooier dan na sluitingstijd in een leeg Artis met je broers te mogen voetballen? Eén van die avonden herinneren Louis, Jan, Frank en Paul zich nog feilloos.

Met een paar stevige punters trapten ze een bloembed aan gort. Alle koppen van de tulpen vlogen eraf. Louis meent zelfs dat ze in het vuur van hun spel enkele slidings maakten in het bloemperk. "We stonden nergens bij stil."

Totdat die avond de buurman, chef-beplanting, huilend aan de deur kwam om zijn beklag te doen. Hij was zo trots op zijn bloemen en had er enorm zijn best op gedaan. "Mijn vader was helemaal van slag. 'Mijn kinderen zijn helemaal gek geworden!' riep hij, zijn handen ten hemel reikend. Hij was erg teleurgesteld in ons," zegt Louis.

Paul en Els maken een ritje op een kameel, moeder Narda tilt Louis erop Beeld Friso Keuris
Paul en Els maken een ritje op een kameel, moeder Narda tilt Louis eropBeeld Friso Keuris

Kleine armpjes
Niet alleen het voetballen, ook de dierenverzorgers van Artis hadden een magische aantrekkingskracht op vooral de kinderen. Machtig was het om te zien hoe de oppassers grote lappen vlees aan wilde dieren voerden. Hoe zo'n leeuw met lome passen op hen af liep en zijn tanden in de aangereikte homp vlees zette.

Vooral Paul was vaak bij de oppassers te vinden. "Ik kreeg alles in het klein: een Artisoverall, een schep, een bezem, een emmer. Ik hielp de welpjes, aapjes en andere jonge dieren met voeren en de fles geven. Bij bevallingen konden ze mij ook goed gebruiken. Ik had kleine armpjes en kon er veel beter bij dan de veearts. Verschillende geboortes maakte ik mee. Een keer stierf een girafje bij de geboorte. Heel verdrietig was dat," vertelt Paul.

1961, Paul was altijd met de dieren bezig en hielp de verzorgers, ook bij bevallingen Beeld Friso Keuris
1961, Paul was altijd met de dieren bezig en hielp de verzorgers, ook bij bevallingenBeeld Friso Keuris

Psychiater
"Paul is de Artisman, hij weet veel van dieren," verklaart Louis. Met een ironisch lachje: "Hij is later niet voor niets kinder- en jeugdpsychiater geworden. In Artis heeft hij veel geleerd. Patiënten zijn net apen. Of leeuwen. Echt hoor: het gedrag van dieren komt vaak sterk overeen met dat van mensen."

De rondleiding gaat verder naar de werkkamer van hun vader in het Noord Paviljoen, het hoofdgebouw bij de entree van Artis, waar ze bijna veertig jaar niet meer zijn geweest. "Hier zaten we te tekenen terwijl pa aan het werk was," weet Louis.

Warme herinneringen
Na zijn werk liep Jan altijd met een van zijn kinderen door de tuin naar huis. Els: "Dan had ik hem even voor mezelf. Ik vertelde honderduit over school, maar vaak luisterde hij amper. Zijn hoofd zat nog zo vol met werk. Later vroeg hij naar school en zei ik 'Dat heb ik je toch al verteld?' Het gaf niet. Die warmte van zijn hand was fijn."

Huize Welgelegen, dat tegenwoordig wordt verhuurd als vergaderruimte en recreatiewoning, herbergt warme herinneringen. Els snelt naar de grootste slaapkamer, die uitzicht biedt op de dierentuin. "Hier sliep ik met mijn zussen." "En ik met mijn eerste vriendin," vult Louis aan.

Toen hij ging studeren en de oudsten al uit huis waren, kreeg hij de kamer voor zichzelf. Al wandelend door die bekende vertrekken komen de beelden van vroeger vanzelf boven.

De kolenman van Artis die elke ochtend hun kachel kwam aanmaken, de broers die elkaar vechtend achternazaten in het smalle trapgat en daarbij regelmatig ten val kwamen, de aap die door het slaapkamerraam naar binnen sprong, hun vader die 'géén samenscholingen van twee personen of meer in de badkamer' riep toen Jan en zijn vriendin Gerrie daar tanden stonden te poetsen.

Mensenkennis
Maar het meest waren ze toch in de tuin. Binnen de hekken kon hen niets gebeuren, zo veronderstelde hun moeder. Bovendien konden de oudsten op de kleintjes passen en waren er de Artismedewerkers die hen in de gaten hielden. Die vrijheid bracht met zich mee dat ze al jong levenservaring opdeden.

"We kwamen de hele dag in aanraking met allerlei soorten mensen," vertelt Jan, die als jongen graag bij de portier zat. "Ik keek naar de mensen die binnenkwamen, lette op wat ze aan hadden, hoe ze eruitzagen. Dat fascineerde me. Soms zei de portier: 'Zie je die hoeden? Daar zitten de guldens.' Zo deed ik een beetje mensenkennis op."

Vanaf hun twaalfde jaar hadden ze alle zeven bijbaantjes in de souvenir- of snoepwinkel van de dierentuin. Siem en Mo d'Ancona, het echtpaar dat de souvenirwinkel beheerde, beschouwden hen als hun eigen kinderen. Els vond het heerlijk om bij ze te zijn. "Het waren zulke lieve mensen. Later kwamen mijn eigen kinderen er ook weer graag."

1968, Siem en Mo d'Ancona, uitbaters van de souvenirwinkel bij de ingang van Artis Beeld Friso Keuris
1968, Siem en Mo d'Ancona, uitbaters van de souvenirwinkel bij de ingang van ArtisBeeld Friso Keuris

Liefde
In haar tas draagt ze haar trouwfoto. Haar man Peter, die tien jaar geleden overleed, is onlosmakelijk verbonden met haar jeugd in Artis. Peter werkte op het treintje. Smoorverliefd was Els op hem. Ze weet het nog goed. Die snikhete zomer van 1973. De ijsberen moesten met koud water besproeid worden, de pinguïns kregen onderdak in een koelcel en toeristen lieten zich nauwelijks zien. Veel te warm.

Landerig zat Peter bij het treintje. Els stond in het stille souvenirwinkeltje. "We raakten aan de praat en werden verliefd. Heel spannend, want het moest een beetje stiekem. Mijn vader had liever niet dat we relaties met het personeel aanknoopten. Later stemde hij er toch mee in. Peter en ik zijn getrouwd en bleven altijd bij elkaar."

Els denkt dat Artis een goede bodem voor de liefde is. "Iedereen van ons gezin is vanuit huis getrouwd en na veertig jaar nog steeds bij elkaar."
Ze slentert door naar het apenhuis. Daar hebben ze alle zeven weleens met een aapje mogen stoeien. Paul is benieuwd naar een chimpansee die als baby in zijn armen zat en er nog steeds moet zijn.

Pensioen
"Daar zit ze. Helemaal bovenin," wijst hij. Een paar apen zitten elkaar als wilden achterna, bonzen woest tegen de ramen. "Het lijken Frank en Louis wel van vroeger," zegt Joke lachend. "En de oude ziet er boven vredig op toe," zegt Els. "Zullen wij dat ook maar gaan doen? Rustig boven in een hoek gaan zitten en naar onze kinderen kijken?"

Hun vader droeg Artis altijd mee in zijn hart. Hij ging in 1977 met pensioen en stierf in 2009. Nadat hij een tijd in Deventer had gewoond, verhuisde hij met Narda naar een ouderenwoning in Huize Sint Jacob, tegenover Artis. Jan: "Hij zei: 'Wat er ook gebeurt, daar wil ik heen'."
Zo keek hun vader de laatste jaren van zijn leven uit op de tuin die hem altijd zo dierbaar was geweest. En als hij goed luisterde, kon hij het ook daar nog horen: het getrompetter van de olifanten.

1964, Els met een orang-oetang Beeld Friso Keuris
1964, Els met een orang-oetangBeeld Friso Keuris

De kinderen
Jan Overgoor (1916-2009) en Narda Overgoor-van Castricum (1922-2011) kregen zeven kinderen:

Jan Overgoor (65) was gymnastiekleraar en beweegmanager afdeling sport stadsdeel Noord, nu is hij gepensioneerd. Hij is getrouwd, heeft twee dochters, een zoon en vijf kleinkinderen.

Joke Overgoor (63) is maatschappelijk werker. Ze is getrouwd, heeft twee dochters, een zoon en zes kleinkinderen.

Els Overgoor (62) is zelfstandig fysiotherapeut. Haar man is tien jaar geleden overleden. Zij heeft
drie dochters, een kleinkind en een op komst.

Paul Overgoor (61) is directeur kinder- en jeugdpsychiatrie Noord- en Oost-Nederland. Hij is getrouwd, heeft twee zonen en een dochter.

Louis Overgoor (60) was huisarts en is nu directeur Big Move Institute. Hij is getrouwd, heeft twee zonen en een dochter.

Frank Overgoor (59) is bedrijfseconoom. Hij is getrouwd en heeft twee dochters.

Narda Overgoor (58) is jeugdverpleegkundige. Ze is getrouwd en heeft twee zonen.

Meer over