Plus

Hoe herken en help je iemand met een doodswens?

Van onderwijzers tot straatvoetbalcoaches: al ruim 1600 Amsterdammers zijn getraind in het herkennen van zelfmoordgedachten. 'Iemand die dood wil, worstelt daar de hele dag mee.'

Malika Sevil
In het midden GZ-psycholoog Gülten Topdemir, met hulpverleners van het Leger des Heils Bianca Hooijer en Annastacia Aroma. Beeld Eva Plevier
In het midden GZ-psycholoog Gülten Topdemir, met hulpverleners van het Leger des Heils Bianca Hooijer en Annastacia Aroma.Beeld Eva Plevier

In sommige beroepen komt suïcide vaker voor. Onder artsen bijvoorbeeld, zegt GZ-psycholoog, Selda Yokus. Ze kijkt rond. Aan een tafel zitten zes medewerkers van het Leger des Heils, allemaal uit de hulpverlening. "Wie weet waarom?" Stilte.

Misschien omdat ze veel leed zien, probeert een cursist. Een ander: "Ze weten hoe het moet." Juist, zegt Yokus. "En ze hebben de middelen beschikbaar."

Gewoon een doordeweekse ochtend in een zaaltje van de Kandelaar in Slotermeer, het thuishonk van het Leger des Heils. Op tafel staan schoteltjes met Oreokoekjes en gesneden paprika. De koffie en thee komen uit thermoskannen. Het onderwerp: zelfdoding.

Yokus en haar collega Gülten Topdemir, even­eens GZ-psycholoog, trainen cursisten in het herkennen van signalen van mensen die met zelfmoordgedachten rondlopen. Maar belangrijker nog, ook leren ze die gevoelens bespreekbaar te maken.

De GGD is in 2011 met deze trainingen begonnen. Inmiddels hebben 1616 professionals een certificaat - van onderwijzers tot straatvoetbalcoaches en van huisartsen in opleiding tot studentenbegeleiders.

Dat lijkt volgens de GGD zijn vruchten af te werpen, want tegen de landelijke trend in is in Amsterdam een lichte daling van het aantal zelfdodingen te zien. Al drie jaar zit Amsterdam onder het landelijk gemiddelde.

Geruststellen
In dit zaaltje met mensen die met jongeren met een licht verstandelijke beperking werken, wordt duidelijk dat de training welkome kost is. Een gesprek over zelfdoding heb je niet zomaar, dat is evident. Daar moet je, ook als doorgewinterde hulpverlener, hard voor werken.

"Suïcidale mensen beginnen er zelf niet over," zegt Yokus. Maar de hulpverlener vaak ook niet, want die vreest het antwoord. "Hulpverleners zijn ook bang iemand op een idee te brengen. En wat als iemand echt suïcidaal blijkt? Hoe moet je iemand dan helpen?"

Allemaal drempels om het onderwerp op tafel te leggen, zegt Yokus. Nog een: hulpverleners willen hun cliënt uit de put praten. Dat klinkt positief, maar daar ligt een grote valkuil: geruststellen.

Geruststellen, zegt Yokus, is bij iemand die dood wil, een begrijpelijke, maar grote fout. Ach, je vindt wel weer een baan. Je voelt je nu misschien rot, maar straks voel je je vast weer beter. "Weer iemand die me niet serieus neemt, denken ze dan. Daar ga ik niet mee praten."

Maar hoe moet het dan wel? Welnu, op de man af: heb je suïcidale gedachten? Wil je dood? Zonder omtrekkende bewegingen, direct, geïnteresseerd, empathisch en bereid om te helpen. "Mensen denken snel: zo'n grote vraag, die kan ik toch niet zomaar patsboem stellen?! Maar iemand die dood wil, worstelt daar de hele dag mee, dus die vindt het juist fijn om het erover te hebben," zegt Topdemir.

null Beeld Laura van der Bijl
Beeld Laura van der Bijl

Tussen de oefeningen door tonen de GZ-psychologen cijfers die de omvang van het probleem in Nederland schetsen: 8,3 procent van de volwassenen dacht ooit aan suïcide. En 2,2 procent van de volwassen deed ooit een poging. Het aantal suïcidepogingen per jaar wordt geschat op 94.000, waarvan er 15.000 mensen met de gevolgen van hun poging in het ziekenhuis belanden.

Zachte methodes
Vraag aan de klas: "Vrouwen doen vaker een poging en mannen slagen vaker. Hoe komt dat?" Weer een stilte. Volgens Topdemir zijn daar theorieën over. "Vrouwen praten over het algemeen makkelijker over hun problemen en trekken bij problemen eerder aan de bel. Mannen kiezen vaker dan vrouwen voor agressieve methodes, zoals het springen voor de trein. Een van de theorieën is dat vrouwen meer rekening houden met wie ze uiteindelijk vindt, en om die reden voor zachtere methodes kiezen."

Overigens vormen mannen van middelbare leeftijd met een alcoholverslaving de grootste risicogroep. Ook bij lhbt-jongeren liggen de cijfers van de suïcidepogingen hoog.

Misschien nog wel de belangrijkste boodschap deze ochtend: iemand die zich dood wenst, wil niet van het leven af, maar van de wanhoop. Dat betekent dus praten totdat iemand een uitweg ziet. Topdemir geeft een aanzet: "Je moet doorvragen. Je moet op zoek naar wat iemand wanhopig maakt." Eerst de pijn in, dan pas de oplossingen.

8,3%

8,3 procent van de volwassenen dacht ooit aan suïcide. Het aantal suïcidepogingen per jaar wordt geschat op 94.000, 15.000 van de betrokkenen belanden in het ziekenhuis.

Yokus: "Vaak denken mensen die suïcidaal zijn maar aan één ding, de dood. Ze voelen niet meer. Maar je moet dus terug naar dat gevoel." Prikken en wroeten in de ellende.

Uit alle hoeken van het lokaal klinken tijdens het rollenspel vervolgens teksten als: "Ik wil hier gewoon niet zijn." En: "Wie zou je willen dat er voor je zorgt?" Bianca Hooijer, groepsopvoeder, concludeert achteraf: "Dit moet je echt trainen. Wij zijn toch gewend om sneller naar een fijn gevoel te gaan."

Ton van Aerde, orthopedagoog bij het Leger des Heils, maakt de vergelijking met een loodgieter. Die heeft zijn kennis, zijn kunde en zijn gereedschapskist. "Als groepsopvoeder heb je alleen jezelf. Wij vinden het belangrijk dat je de juiste vaardigheden leert om jongeren zo goed mogelijk te begeleiden. Deze cursus kan weer in onze gereedschapskist. Want goed luisteren kan de buurvrouw ook, wij worden betaald om mensen te hélpen."

1616

1616 mensen volgden de GGD-cursus om in hun werk signalen van mensen met zelfmoordgedachten kunnen herkennen.

Meer over