Column

Het ging je niet eens om de munten, het ging je om de erkenning

Theodor Holman (1953) is columnist, schrijver, televisie- en radiomaker. Elke dag, uitgezonderd zondag, lees je hier zijn nieuwe column uit Het Parool.

Theodor Holman
Theodor Holman Beeld Jean-Pierre Jans
Theodor HolmanBeeld Jean-Pierre Jans

Lieve vader,

Precies vandaag ben je 25 jaar dood, precies vandaag ook heeft staatssecretaris Van Rijn besloten om de ambtenaren en militairen die tijdens de Japanse bezetting van Nederlands-Indië geen salaris hebben gehad, alsnog een vergoeding te geven van 25.000 euro.

Je zou nu 104 zijn geweest. Had je nog geleefd, dan had je er nog maar weinig plezier van gehad. Ik denk dat je ons, je kinderen en je kleinkinderen en je achterkleinkinderen, geld gegeven zou hebben; wat je zou hebben overgehouden, zou vermoedelijk naar het dierenasiel zijn gegaan.

Maar je had het destijds willen hebben.

Je had, toen je uit het kamp kwam, niet alleen lieve vrienden verloren, maar je was ook je baan kwijt, en goedbeschouwd ook je land.

Je keerde met niets terug naar je vaderland waar je niet was geboren.

Je schreef brieven, naar Hare Majesteit de Koningin, naar Zijne Excellentie de Minister, naar je oude bazen, en steeds kreeg je een brief terug dat je geen recht had op salaris, dat de Japanse regering dat maar moest opknappen; eigenlijk werd er gezegd dat je niet moest zeuren.

Je zeurde voort: 'Maar wie heeft mij dan ontslagen? En wanneer? En waarom?' Je kreeg geen antwoord, en soms kreeg je wel iets terug, maar dat was alles behalve geld.

Het ging je niet eens om de munten.

Het ging je om erkenning; jij, die de overheid had vertegenwoordigd, en dat zo goed mogelijk al die jaren had gedaan, werd door diezelfde overheid keer op keer vernederd. Je wilde waar je recht op had. Dat je je recht nergens kon halen, dat je je recht niet kreeg, was bijna niet te verkroppen voor jou, met je meer dan levensgrote gevoel voor rechtvaardigheid. En een te groot geloof in de overheid.

Het geld zou niet zozeer een waarde vertegenwoordigen waarvoor je bepaalde dingen zou kunnen kopen, het zou een erkenning zijn van je gelijk. Dat is precies wat de regering niet zag. Je gelijk en de argumenten waarmee je dat stutte, werden domweg van tafel geveegd, alsof jullie niet door de Jappen gevangen waren gehouden, alsof jullie niet je land hadden verloren, waardoor het winnen van de oorlog betekenisloos was geworden.

Nou vader - ik buig voor je. Je had gelijk. Ik wist het. Doet me toch goed.

Wilt u reageren? Scroll naar beneden om een reactie te plaatsen of stuur een mail.

Meer over