'Handboeien, pasjes en uniform blijven na ontslag vaak bij ex- agent'

Een aantal politiekorpsen in Nederland springt zeer onzorgvuldig om met dienstgoederen van ex-agenten. Politiemensen die de dienst hebben verlaten, blijken vaak nog in het bezit van een keur aan spullen, zoals hun legitimatie en uniform, maar ook pepperspray, handboeien en smartphones die toegang verschaffen tot politiesystemen.

ANP
Archieffoto van de politie op surveillance in Utrecht. © ANP Beeld
Archieffoto van de politie op surveillance in Utrecht. © ANP

Dat zegt voormalig agent in opleiding Rick Franx, die de politie in april van het vorig jaar na een arbeidsconflict verliet. Het conflict vloeide voort uit een door Franx tijdens zijn werk opgelopen posttraumatisch stresssyndroom (ptss).

Toegangspas
Franx (25) richtte een stichting op voor collega's en andere hulpverleners in vergelijkbare omstandigheden en beheert een bijbehorende website (www.ptss-support.nl). In die hoedanigheid bereikten hem steeds meer signalen dat politiespullen vaak bij ontslagen agenten blijven. Ook Franx zelf is nog in het bezit van zijn legitimatie en toegangspas en zijn complete uniform.

Onlangs kreeg Franx contact met een voormalige agent van de Nationale Recherche. 'Hij zat al twee jaar thuis maar had nog steeds een volledig uitgeruste dienstauto voor de deur staan, compleet met tankpas', aldus Franx. 'Hij staat nog steeds op de loonlijst.' Hij is nog geen gevallen tegengekomen dat ex-agenten hun dienstwapen nog in huis hebben, maar sluit dat bepaald niet uit.

Minister Opstelten
Franx had eind vorige week een gesprek met minister Ivo Opstelten (Veiligheid en Justitie). Hij heeft de bewindsman op zijn bevindingen gewezen. Het ministerie wilde vandaag niet inhoudelijk reageren, maar verwees naar de Raad van Korpschefs.

'Zaken moeten worden ingenomen, daar is geen discussie over', aldus een woordvoerder van de raad. 'Daar bestaat geen landelijk, uniform protocol voor. Het is wel de bedoeling dat dit er komt, bij de vorming van de Nationale Politie. Momenteel heeft een aantal korpsen het goed voor elkaar, anderen minder. Het is nu nog een lokale verantwoordelijkheid van de individuele korpsen.' Welke het in dit opzicht goed doen en welke niet, is bij de raad niet bekend.

Meer over