Groeten uit Rijnbuurt

De buurten van Amsterdam hebben alle een specifiek imago. Maar klopt dat beeld of is het alleen maar vooroordeel? Hans van Lissum en Louis Bollee verhuizen maandelijks naar een andere buurt en doen elkaar verslag van hun ervaringen.

null Beeld

Hoi Louis,

Ik ontwikkelde een kleine spanningstic op de dag dat ik hierheen ging. Want vertel wat willekeurige Amsterdammers dat je naar de Rijnbuurt gaat, en ze reageren alsof je net hebt aangekondigd een voettocht naar Santiago de Compostella te maken - naakt, en zonder geld.

Toegegeven, het ligt tegen de ring aangeplakt. Knijp je ogen samen, ga op je tenen staan en je kunt Utrecht haast in de verte zien liggen. Maar Louis, dit is een vríendelijke buurt. En mag ik in dit verband ook even het woord lommerrijk uit de mottenballen halen? In de lente moet het hier schitterend zijn met al dat groen en het Martin Luther Kingpark; toch de plek waar de Parade elk jaar neerstrijkt. En daarachter ligt de Amstel, die in de zon soms zó fotogeniek ligt te glinsteren dat het bijna iets aanstellerigs krijgt.

De Rijnstraat, het winkelhart hier, is trouwens ook een feest. Je kunt de dorpse gemoedelijkheid bijna met een schuimspaan van het winkelaanbod afscheppen: een bakker, een slager, een groenteman met een blozende tomaat aan de gevel, en een kapsalon luisterend naar de aandoenlijke naam Knip en Knap. Een naam die overigens hout blijkt te snijden, want ik liet er mijn haar knippen en zag er vervolgens aanmerkelijk knapper uit. Zo simpel kan het leven soms zijn.

Ook word ik heel kalm bij de aanblik van de bejaarde vrouwtjes die hier dagelijks met hun hondje lopen, op weg naar snackbar Happé om te hangen met hun zorgvuldig gekapte vriendinnen. Denk filterkoffie, plastic bloemstukken, een kat die tegen een achtergrond van bevroren bamischijven ligt te spinnen en tafelkleedjes waar - als ik het goed heb gezien - nog echte, peervormige tafelkleedverzwaarders aan hangen.

In de Rijnbuurt is sinds de jaren zeventig gewoon niet zo veel veranderd. Over de seventies gesproken: Jan Wolkers' oude atelier, waar hij Turks fruit schreef, zou hier de grootste publiekstrekker moeten zijn, maar niets is minder waar: dat is de Aldi. Even between you and me: je kunt hier nog kanelly's kopen en zelfs chonelly's, een naar mijn weten al in 2002 uit de handel gehaald koekje voor bij de koffie.

Hoe kan een mens na zo'n ontdekking nog kritiek hebben? Oké, er is weinig tot niets 'te doen' hier. De Parade, een incidentele rommelmarkt, een gokje in één van de vele buurtcafés met muffe Perzische kleedjes op de tafels, dan heb je het wel gehad. Maar het past in dat plaatje van vredige ouderwetsheid.

De zwervers zijn hier wel ongelofelijk volhardend. Ik ben meermalen gestalkt door een jongen met een glazen oog, tot aan de deur van mijn logeeradres, zodat ik me gedwongen voelde mijn pas flink te versnellen. Maar ik had écht geen kleingeld. Toen heb ik hem maar een pak k anelly's gegeven. En daar was hij blij mee. Het lijkt wel een kinderboek. Het moge duidelijk zijn: hier wil ik oud worden.

X, Hans

Meer over