Goli Abdurahman

Goli Abdurahman © Jan van Breda Beeld
Goli Abdurahman © Jan van Breda

DE VERKIEZING VAN DE AMSTERDAMMER VAN HET JAAR

Goli Abdurahman (Sangaser, 1967) wijst allochtonen op de gevaren van borstkanker. Veel islamitische vrouwen doen niet aan preventie, uit schaamte en angst.

Strijden tegen het taboe

Borstkanker is een sluipmoordenaar. Hij neemt de trots van een vrouw en soms haar leven. Maar als borstkanker al in een vroeg stadium wordt ontdekt, is de kans op overleven groot. En juist dat is het probleem bij veel allochtone vrouwen: ze gaan niet snel naar de dokter, uit schaamte en angst.

Goli Abdurahman strijdt tegen dat taboe. Ze geeft voorlichting en vertelt allochtone vrouwen over het belang van preventief onderzoek. Sinds ze zelf haar borst verloor, gaat ze daar met dubbele energie mee verder.

Volgens moslims ligt alles in de hand van Allah, dus ook een ziekte. Beterschap ook trouwens. En tegen de wil van Allah kan toch geen arts op.

Bovendien staat in de Koran dat een partner een volwaardig mens moet zijn. Compleet. Als iets ontbreekt, door een chronische ziekte bijvoorbeeld, en dat beïnvloedt de dagelijkse werkzaamheden of dat heeft tot gevolg dat de vrouw niet meer aan alle behoeften van de man kan voldoen, mag die man volgens de Koran een tweede vrouw nemen.

Abdurahman: 'Veel islamitische vrouwen zijn bang voor borstkanker. Bang om als minderwaardig gezien te worden, als mens, als vrouw. Daarom durven ze er niet over te praten. Ze willen niet horen dat ze borstkanker hebben, ze ontkennen het en gaan liever niet naar de dokter.'

Ook is er de schaamte voor alles wat met de vrouwelijke intieme organen te maken heeft, zelfs als ze naar een vrouwelijke arts gaan. Veel allochtonen bezoeken pas de dokter als het echt niet meer anders kan. Aan controle doen ze vaak niet, aan preventie evenmin.

En als ze eenmaal bij een arts zijn, is de houding van allochtone vrouwen vaak te passief. Abdurahman: 'Ze moeten meer bespreken. Anders denkt die arts: ze heeft niets gevraagd.'

Elke maandag houdt Abdurahman, opgeleid als verpleegkundige, spreekuur in West. Ze leert vrouwen hoe ze hun borsten moeten onderzoeken, ze bezoekt patiënten thuis en staat ziekenhuizen bij tijdens moeilijke gesprekken met allochtone patiënten.

'Eerst moeten we vrouwen helpen, voorlichten en overtuigen van het belang van preventie. Daarna kunnen we samen aan de mannen werken.'

De Koerdische Abdurahman groeide op in Irak. Als vijfjarig meisje werd ze onverdoofd besneden, uitgehuwelijkt aan een verre neef, overleefde ze de bombardementen van Saddam Hoessein, ontsnapte ze aan verkrachtingen en werd ze gedwongen mee te doen aan een steniging. Via mensenhandelaren belandde ze met haar man in Nederland en begon in 2006 haar voorlichting over borstkanker.

Toen kreeg ze zelf kanker en verloor een borst.

Allemaal in één mensenleven.

Over dat leven schreef ze samen met journalist Karin Wesselink een boek, 21 stralen. Ze richtte de stichting Allochtonen & Kanker op en het voorlichtingscentrum Pena Center in haar geboortestreek in Koerdistan. Pena betekent bescherming, bijvoorbeeld door Allah. De helft van de opbrengst van het boek is voor dat centrum.

Ze was de eerste vrouw die, samen met haar man Jalil, op de Koerdische televisie sprak over kanker. Dat maakte diepe indruk, net als de liefdevolle tranen van Jalil tijdens dat gesprek. Het signaal: zo kan het ook.

Abdurahman onderging chemo, bestraling, een borstreconstructie en een hormoonkuur. Zodra ze maar even op krachten is, gaat ze weer op pad, naar buurtcentra om vrouwen voor te lichten, te waarschuwen, te helpen.

'Ik ben sterk en gelukkig. Ik hou van mezelf, van mensen en van het leven. Als iets je overkomt, denk eraan: geef niet op, blijf staan - voor jezelf, je moeder, je partner, je lotgenoten.'

Goli Abdurahman. Wat een vrouw. (Hans van der Beek)

Foto © Jan van Breda, janvanbreda.com

Terug naar de verkiezing

Meer over