Gerard en André

JONATHAN VAN HET REVE

Laatst, op vakantie, heb ik eindelijk Moeder en zoon gelezen. Het is een wonderlijk boek. De schrijver legt uit waarom het onvermijdelijk was dat hij rooms-katholiek werd, en vertelt intussen uitgebreid over zijn dolle avonturen in de herenliefde.

Hoewel ik mij bij geen van beide echt iets kan voorstellen, merkte ik bij het lezen weer eens dat het met een goed geschreven tekst net zo is als met schilderijen of muziek: als het maar mooi en overtuigend genoeg is, kan een kunstwerk je soms, héél even, het gevoel geven dat je iets begrijpt van wat de kunstenaar moet hebben gevoeld.

Omdat je iemand moeilijk kunt overhalen om homoseksueel te worden, is begrip en enige compassie wat dat betreft het hoogst haalbare. Maar met geloof is het anders. Als je maar genoeg talent hebt, kun je iemand er met een boek van overtuigen dat God bestaat, of zelfs dat de paus hem op aarde mag vertegenwoordigen.

In Moeder en zoon wordt zulks niet geprobeerd: Reve beschrijft alleen maar hoe het voor hém was om met het katholicisme in aanraking te komen, en hoe híj zo van de Heilige Maagd ging houden. En toch betrapte ik mij tijdens het lezen op de gedachte: dit wil ik ook. En soms, héél even, dacht ik zelfs: hier zit wat in.

Staan er dan zulke overtuigende godsbewijzen in dat boek? Welnee. Niets dan liefde en vervoering. Maar als zulke heerlijke emoties erg knap worden beschreven, kan de lezer zich na een tijdje gaan afvragen waarom híj dat gevoel niet kent, en hoe het zou zijn om zoiets wél te voelen. Misschien, zo dacht ik toen ik het boek uit had, is religie dan toch iets belangrijks, iets wat mooi en onontkoombaar kan zijn, en moeten wij beter nadenken voordat wij iedereen belachelijk maken die in ' iets hogers' gelooft...

En toen was de vakantie voorbij.

Thuis vond ik, als door een wonder, bovenop de krantenberg het interview met Rouvoet in de NRC. Net als Reve geen domme man, en ook niet geheel zonder talent. Toch zou ik vroeger, bij wijze van spreken, met zo'n stuk de kachel hebben aangemaakt. Maar nu leek het mij een mooie gelegenheid om vast te stellen of ik al toe was aan een volgende stap in mijn kerstening. En ik las het.

Wat kan zo'n man veel moois kapotmaken! Religie als een soort wetenschap, die hij ' niet op zijn nachtkastje laat liggen' als hij naar Den Haag gaat. Op zondag is hij weliswaar bereikbaar, maar zijn ' blackberry' staat uit. Hij leest wel kranten, maar zijn ' loodgieterstassen' blijven dicht. En: de kinderen ' gaan erin mee' dat ' de zondag' geen gewone dag is!

Wat wil die man? Wat gelooft hij? Hoe kan iemand die zijn hele leven laat bepalen door God en de Bijbel zo onvoorstelbaar genuanceerd en halfslachtig omgaan met zijn geloof? Net zo min als Reve wil hij mensen bekeren met deze uitspraken, en ik begrijp best dat je als minister een beetje op je woorden moet letten, maar zou Rouvoet er ooit bij stilstaan hoeveel mensen die door Bach, Mantegna of Reve aan het wankelen zijn gebracht, door dit soort uitspraken worden teruggedreven in de roestvrijstalen armen van de empirische wetenschap en het atheïsme?

Excellentie, ik zal het maar gewoon zeggen: pas als het bericht in de krant verschijnt dat u, het liefst tijdens de dienst, zich niet hebt kunnen bedwingen en in volmaakte vervoering uw Geheime Deel tevoorschijn hebt gehaald, pas dan zal ik u weer serieus nemen als christen, en pas dan zal ik weer kunnen denken: ja, dat christendom - daar zit wat in.

undefined

null Beeld
Meer over