Column

Echt leed toont de schoonheid van alledag

Roos Schlikker
Roos Schlikker Beeld Oof Verschuren
Roos SchlikkerBeeld Oof Verschuren

De schoolbegeleidster kijkt ernstig als ze eindeloze ­grafieken en resultaten onder mijn neus schuift. Ik wist niet eens dat er toetsen waren geweest. Mijn kind is zeven.

De enige informatie die hij over school verstrekt betreft de voetbaluitslagen en zijn liefde voor dat ene meisje dat verkering vroeg aan zijn beste vriend die nee zei wat het grietje in tranen deed uitbarsten, waarna het jong capituleerde ("Goed dan, als jij 't wilt") en ik mijn zoon ("Ik had haar eerst moeten vragen. Maar ik zag pas hoe leuk ze is toen zij verkering hadden") adviseerde ­boven op de bal te blijven zitten ("Alles kan kapot, kind") en galant te blijven, want dat vinden wij vrouwtjes leuk.

De Citodame kijkt zuinig. Zie ik die curve van de spellingstest? Ik staar naar een lijn die steil naar beneden duikt. Hoe kan dit? Ik dacht dat mijn jongen juist voorliep? Kan hij opeens geen D meer van een T onderscheiden? "Het gaat achteruit," klinkt het. Geschrokken vraag ik wat zijn score dan was. "O, gewoon gemiddeld."

Gewoon gemiddeld is niet goed genoeg meer. Sterker, goed is ook niet goed genoeg. We schijnen tot de ­gelukkigste volkeren van Europa te horen, maar we klagen, mopperen en jeremiëren zo veel, dat het lijkt of ­Nederland op het punt staat ­verzwolgen te raken door Moeder Aarde.

Zeker in verkiezingstijd wordt het drama sterk aan­gezet, al dan niet met vette leugens. Nog even en je gaat na Wilders' woorden geloven dat de waterstofperoxideverkoop elk ­moment zal instorten omdat blondjes aangeschoten wild zijn en slechts de straat op kunnen ­wanneer ze hun hoofd met doeken bedekken, wat op z'n minst ironisch is.

We hebben het zwaar, wordt ons ingepeperd. Maar alles is een kwestie van perspectief. In warme huizen knetteren open haarden, we liggen vrijdags dik tevreden met miljoenen The Voice Kids te kijken, we trekken een zakje wokkels open en op Koningsdag waag ik, blond­harige daredevil die ik ben, rustig een dansje op straat.

We leven in een land waar juffen zelfs als ons hartenlapje heeft gescheten een rapport opstellen, inclusief grafiek waarin staat hoe het ging, hoe het rook, welke emoties de handeling opriep en wat de consistentie van de materie was.

Wie niet gebukt gaat onder hevige armoede, ziekte of een groot verlies heeft vaak weinig te klagen. Toch schalt het gejammer over straten, sijpelt het door de kranten, bevuilt het Twitter. Alles lijkt een neerwaartse curve. Terwijl een gewoon gemiddeld leven een prachtleven kan zijn.

Laatst hoorde ik in een radio-interview een meisje met de ziekte van Huntington. Het jaar na de diagnose is het prachtigste van haar bestaan, vertelde ze, omdat ze in het licht van de dood nu zo veel meer wilde genieten.

Het klonk mooi, maar ik vond het om te huilen. Want echt leed zet alles in het juiste licht en toont de schoonheid van alledag. Dan pas zitten we op de bal. We zien het juiste perspectief, als we geen perspectief meer hebben. Maar dan is het mooi te laat.

Roos Schlikker (1975) is journalist en schrijfster van boeken en toneelstukken, waaronder recentelijk nog Ajax, Mijn Club (2015). Elke zaterdag schrijft ze een column voor Het Parool.

Lees hier al haar columns terug. Reageren? r.schlikker@parool.nl

Meer over