Echt in Marokko (4)

ASIS AYNAN

Marokko is een prachtig en zielig land. Eén van zijn inwoners, Warhman, is taxichauffeur en hij reed mij van Tanger naar Al-Hoceima. Ik ging verhalen verzamelen voor een artikel over het plaatselijke voetbalstadion Forbo. De reis van 333 kilometers werd in een Mercedes 240 over een tweebaansweggetje door de bergen van de Rif afgelegd. De beelden en de geuren die de natuur mij gaf, waren overweldigend.

Tijdens de rit moest ik terugdenken aan de douanier bij de grens van Marokko. Hij wilde mijn Marokkaanse identiteitsbewijs zien en ik gaf hem mijn paspoort, afgegeven door het Koninkrijk der Nederlanden. Zodra hij het bordeauxrode boekje vasthield, vroeg hij naar mijn nationaliteit.

Ik deed mijn best om niet in lachen uit te barsten en antwoordde: ''Nederlands. '' In zijn ogen zag ik walging en intimidatie. Direct vroeg hij naar de namen van mijn ouders. Ik sprak Marokkaanse namen uit. Hij schreef ze op in het Arabisch. De grenswachter wilde met die laatste vraag aantonen dat ik tot in de eeuwigheid Marokkaan zal zijn.

Dit is het grote verschil met Nederland. In Marokko bestaat de individuele keuze niet. Zo moet ik hier bijvoorbeeld niet aankomen met het feit dat mijn naam niet Aziz, maar Asis is. De groep heeft besloten dat het Aziz is en daarmee is de zaak gesloten. Sommige Marokkaanse Nederlanders noemen mij na correcties nog altijd Aziz. Zij zeggen dat het gewoonte is, ik denk dat de achterban nog te veel aan hen trekt.

Na een rit van zeven uur kwamen we aan in Al-Hoceima (ook wel Biya genoemd), een mooi en schoon kustplaatsje met een oogstrelende zeeboezem. Tegen Warhman zei ik dat ik zou overnachten in het staatshotel Mohammed V.

Kilometers voor Al-Hoceima hingen om de zoveel meters Marokkaanse vlaggen en portretten van Mohammed VI, de huidige koning. Warhman voelde zich niet goed bij al dat nationalisme. Hoe dichter we bij het stadje kwamen, hoe stiller hij werd.

In de stad stond op elke hoek van de straat een amchaznie (in rang de laagste politieagent). De kruispunten werden bevolkt door verkeersagenten bij wie de logica ontbrak. Op de terrasjes zaten herkenbare stillen, die met hun aanwezigheid een kille deken over de stad hadden gelegd. Door de straten reden witte busjes van de beveiligingsalliantie. In Forbo had het leger zijn kamp opgezet. En dit allemaal omdat de koning in Al-Hoceima op bezoek was.

Ook voor het hotel Mohammed V was het een drukte van belang, overheidsdienaars in allerlei verschillende uniformen.

Warhman parkeerde de taxi voor het hotel en stapte uit. Van alle kanten kwamen mannen in tweedelige pakken aangerend. Hij werd verwelkomd met een klap tegen zijn nek, vervolgens werd hem haarfijn uitgelegd waarom zijn moeder een dikke, ongelovige hoer was en pas daarna kreeg hij te horen dat hij niet voor het hotel mocht parkeren, omdat de koning daarachter zijn optrekje had.

De taximan wist niet wat te doen, opende de achterbak en liet de agressieve gasten mijn weekendtas zien. Ik schreeuwde vanuit de auto dat hij mijn tas moest terugstoppen en dat we zo snel mogelijk de banden moesten nemen. Eén van de agenten ving mij in zijn blikveld, hetzelfde gezicht als de douanier: vervuld van walging en intimidatie.

Warhman, volledig overweldigd door de schrik, sprong de auto in en trapte het gaspedaal van de oude 240 helemaal in. Door de actie van de ambtenaren veranderde hij in een angstige muis. De penetrante geur van urine drong langzaam mijn neus binnen.

null Beeld
Meer over