Chinese boeren vaak van land verdreven

Vier op de tien Chinese boeren hebben in de afgelopen jaren gedwongen hun akkers moeten verlaten om plaats te maken voor nieuwbouw. Lokale functionarissen maken flinke winsten op dit fenomeen, dat land grab wordt genoemd. Dat blijkt uit een onderzoek van de Renmin Universiteit in Peking, dat in 17 provincies en regio's werd uitgevoerd.

ANP/Redactie
Chinese boeren © ANP Beeld
Chinese boeren © ANP

Bijna een kwart van de getroffen boeren kreeg volgens de onderzoekers geen vergoeding voor vertrek. Bijna twee derde van de boeren die wel werden gecompenseerd, kreeg veel minder geld dan hun land waard was. Ze moesten het gemiddeld doen met ruim 18.000 yuan per mu (een Chinese maat, die gelijk is aan ongeveer 0,07 hectare). Een mu levert over het algemeen meer dan 40 keer zo veel op: 778.000 yuan (ruim 94.000 euro).

Premier Wen Jiabao sprak eerder al zijn zorgen uit over de land grab. 'Ongeautoriseerde onteigening van boerenland is een algemeen probleem, dat leidt tot veel klachten en zelfs massale ongeregeldheden'. Volgens hem zijn de rechten van de boeren niet afdoende beschermd.

Officieel zijn boeren in China geen eigenaar van het land dat ze bewerken. Sinds het opheffen van de grootschalige staatsboerderijen 30 jaar geleden, huren boeren hun land voor langere tijd. Nu door de economische groei de grondprijs stijgt en er veel vraag is naar woningen, bedrijfspanden en fabrieken, proberen projectontwikkelaars zo goedkoop mogelijk aan grond te komen.

Meer over