Plus

Bewoners in Oost denken mee over de huisvesting van vluchtelingen

Amsterdam loopt achter bij het aanbieden van woningen aan vluchtelingen. Bewoners in het Eenhoorngebied en de Don Bosco-buurt in Oost worden met het project 'In my backyard' uitgedaagd mee te denken. Drie bewoners aan het woord.

Hanneloes Pen
Davita Coronel Beeld Mats van Soolingen
Davita CoronelBeeld Mats van Soolingen

De gemeente Amsterdam zoekt naarstig naar plekken in de stad om de achterstand van het aantal woningen aan vluchtelingen in te lopen. Er worden momenteel complexen gebouwd waar veel vluchtelingen tegelijk gehuisvest kunnen worden. "Dat is slecht voor de integratie," zegt Lian Priemus, bewoner van Oost die met het burgerinitiatief 'In my backyard' is begonnen.

Bewoners van het Don Bosco/Eenhoorn­gebied in Oost-Watergraafsmeer - een gemengde buurt met sociale huur en koopwoningen - zijn uitgenodigd mee te denken met het zoeken naar huisvesting voor vluchtelingen in hun eigen wijk.

"De overheid gaat ervan uit dat mensen helemaal geen vluchtelingen willen. Ik geloof daar niet in. Laat de burger meebeslissen. Dat werkt een stuk beter en dan ligt er straks ook een goed plan. Ik heb dit als een experiment opgezet. Ik weet natuurlijk niet hoe het afloopt, maar stadsdeel Oost en de dienst Wonen hebben in ieder geval al laten weten dat ze openstaan voor suggesties."

De bijeenkomst 'In my backyard' wordt woensdagavond om 20.00 uur gehouden in het Boostpand aan de Ringdijk 44.

Samuel Smits (37): consultant voor organisaties

De uitnodiging voor de brainstormavond zette Smits onmiddellijk aan het denken. Hij ging van zichzelf uit: hoe zou hij willen worden behandeld als hij als vluchteling in een onbekend land terecht zou komen?

"Een van de belangrijkste dingen is dat je in contact komt met de mensen die in het land wonen. Dat je buren hebt. Dat je je samen kunt ergeren aan het afval buiten op straat en bij elkaar op de koffie komt. Niemand wil een tweederangs burger zijn."

Smits stelt voor dat groepen bewoners in Oost met elkaar een corporatie gaan vormen en compacte woningen van pakweg tachtig vierkante meter voor vluchtelingen laten neerzetten op plekken die nu ongebruikt blijven.

"Ik denk aan woningen boven particuliere garages zoals in de Simon Stevinstraat, op het parkeerterrein achter de Vomar en in het speeltuintje aan de Nobelweg bij de Lidl waar nooit een kind speelt."

De woningen worden in zijn idee tijdelijk verhuurd. "Als de vluchtelingen dan een definitieve woning krijgen, kunnen de containerwoningen worden verhuurd aan eenzame ouderen. Je uitzicht is in die jaren misschien tijdelijk weg, maar een bewoner voelt zich zo wel meer betrokken bij de vluchtelingen. Je houdt bovendien zelf de controle en hebt zeggenschap in de corporatie. Als je wilt kun je de woningen later ook weer afbreken."

Samuel Smits Beeld Mats van Soolingen
Samuel SmitsBeeld Mats van Soolingen

Davita Coronel (22): student psychologie

Het Eenhoorngebied is een leuke wijk, zegt Coronel, maar ook een 'rare mix' van chique complexen en oude sjofele huurwoningen die op het punt staan gesloopt te worden.

"Je hebt er studentencomplexen, hotel Casa 400, een politiebureau, boerderij De Vergulde Eenhoorn en volkstuintjes. Ik vind het een mooi idee de statushouders te laten wonen bij het volkstuinencomplex. Daar wordt veel ingebroken."

"Laat de statushouders er antikraak wonen. Dan hebben ze meteen een functie van 'beveiliger'. Ze hoeven niet eens actief in de buurt rond te lopen want levendigheid schrikt inbrekers al af. En zo snijdt het mes aan twee kanten: je lost het vraagstuk huisvesting op en pakt het inbraakprobleem aan. Zo heeft de buurt er ook nog wat aan."

Coronel heeft dit idee nog niet uitgewerkt, maar gaat er vanavond over praten met de andere aanwezigen. "Vluchtelingen zijn geen zielige mensen. Stop ze niet weg in grote complexen aan de rand van de stad maar laat ze midden in een buurt wonen."

Het komt de integratie ten goede. "Zorg dat vluchtelingen en bewoners elkaar tegenkomen. Alledaagse ontmoetingen zijn belangrijk."

Midden in een wijk zijn vluchtelingen bovendien minder eenzaam en kunnen ze ook meteen Nederlands leren van de buurtbewoners, is de stelling van Coronel.

Misha Soesman (45): ondernemer

Dat Amsterdammers kunnen meedenken bij de huisvesting van vluchtelingen, spreekt Soesman als ondernemer sterk aan.

"Meestal krijgen wijken een complex voor vluchtelingen gewoon toegeschoven. Als ondernemer zie ik nu allerlei kansen."

Soesman, die stadsstrand Dok Amsterdam in de Houthavens en restaurant Woods in West runt, begint binnenkort een visrestaurant, genaamd Bijvangst, aan de Middenweg. Er zal worden gekookt met de 'meegeviste vissen' die onbedoeld in netten geraken.

"De statushouders zijn ook een soort bijvangst. Er zit veel potentie in. Ze kunnen in mijn restaurant komen werken, en niet alleen in de bediening. Misschien kunnen ze straks wel hun eigen restaurant beginnen. Ik wil dit plan vanavond gaan presenteren en het bij andere ondernemers neerleggen."

De statushouders kunnen in containerwoningen in de 'tussenliggende' gebieden, zoals het oude Lidwina-schooltje aan de Ringdijk, gaan wonen. "Ze krijgen een woning en een baan en moeten het op een gegeven moment zelf gaan organiseren."

Je moet het, zegt Soesman, klein aanpakken. "Nederlanders zijn angstig voor vluchtelingen. Ze zijn bang voor criminaliteit en zien het als een belasting voor hun buurt. Zo moet je dat niet bekijken. Kijk naar het individu en maak het probleem behapbaar en begrijpbaar."

Misha Soesman Beeld Mats van Soolingen
Misha SoesmanBeeld Mats van Soolingen
Meer over