PlusPS

Anke Kuijpers handelt al 40 jaar in tweedehands bladmuziek

Iedereen verklaarde haar voor gek, maar Anke Kuijpers (67) zag veertig jaar geleden een markt in oude bladmuziek en begon Opus 391. Nog steeds is ze er elke dag. 'Ik krijg bestellingen van over de hele wereld.'

Marjolijn de Cocq
Anke Kuijpers in de muziekbibliotheek Beeld Carly Wollaert
Anke Kuijpers in de muziekbibliotheekBeeld Carly Wollaert

Ze heeft haar hele leven in de muziek gezeten. Van jongs af aan, op haar zesde begon ze al met 'toeteren'. "Cornet. Ik kom uit een Leger des Heilsfamilie, dan leer je snel meeblazen," zegt de Amsterdamse Anke Kuijpers bij de hoog opgepakte stapels bladmuziek.

Drie kamers vol, in wat ooit een rijwielstalling was in de Govert Flinckstraat - ogenschijnlijk een ietwat muf ­ruikende opslag van oud ­papier, in werkelijkheid een enorme, digitaal toegankelijke muziekbibliotheek die ze bestiert met haar 'assistenten' Meisje en Jochie (de laatste pontificaal spinnend op het toetsenbord).

Opus 391 heet dit bijzondere zaakje, naar het huisnummer in de Rustenburgerstraat waar Kuijpers bijna veertig jaar geleden haast per toeval begon. Ze had muziekwetenschap gestudeerd.

"Het was eigenlijk een heel banale reden: ik zat op een halve ­woning. Toen was ik met iemand op een veiling waar ­dozen oude bladmuziek voor bijna niets weggingen. ­Niemand wilde ze hebben. Ik dacht: als ik een winkel in muziek begin met een woning erbij, is dat huizenprobleem in elk geval opgelost."

Dozen aangeboden
Mensen verklaarden haar voor gek, maar ze wist: voor de oorlog was handel in tweedehands bladmuziek heel normaal. "En tweedehands muziek is veel leuker. Je bent niet als een kruidenier die kan bestellen wat de mensen willen; ik ben afhankelijk van wat ik in huis krijg. Het is spannender."

"Soms krijg ik wel vijftien dozen in één klap binnen, vaak uit nalatenschappen van mensen die muziekles hebben gegeven of musicus zijn geweest. De familie kan er vaak niks mee, voor hen is het inderdaad oud papier. Maar ik kan snel zien of het wat is. Gisteren kreeg ik weer acht dozen aangeboden, ze kwamen het nog netjes brengen ook. Dan geef ik ze een flesje wijn."

Toen ze begon, kocht ze voor een paar honderd gulden ­behoorlijk wat dozen in. "En vanaf het begin heeft het goed gelopen. Nieuwe bladmuziek is altijd heel erg duur. Maar als je die dozen met oude bladmuziek uitzoekt en netjes sorteert," - ze lacht, gebaart naar de papierbergen waarin toch echt een systeem zit, al zal dat niet voor iedereen meteen duidelijk zijn - "is er echt een markt voor."

Salonorkestje
Ze was kandidaatsassistent musicologie voor niet-­westerse muziek aan de UvA, daarvoor moest ze ook veel uitzoeken. "Archiefwerk ligt me wel. Maar het ís me een uitzoekwerk: je moet bij elk stuk kijken of het wel compleet is, bladzijde na bladzijde. Vaak ken je dingen wel, dan ga je toch zitten zingen. Ik heb er veertig jaar mijn brood mee verdiend, alleen met de crisis in de ­jaren tachtig kon ik het bijna niet bolwerken. Toen heb ik erbij gewerkt als muziekdocent op het Fons Vitae en de meisjesmavo."

Ondertussen speelde ze ook met het 'salonorkestje' dat ze met een paar vrienden had opgericht: het Orkest Max Tak, genoemd naar de beroemde musicus, componist en journalist. Ze begeleidden zwijgende films, speelden op diners dansant, gingen op theatertournee. In haar beginjaren had ze Taks nalatenschap opgekocht, dus ze had al die muziek van hem.

Mooi verhaal: "Er kwam een banketbakker bij me langs, die had de nalatenschap van Tom Ehrich in de aanbieding, destijds een heel beroemde ­pianist. 'Tja,' zei hij, ''t is wel een hele kelder vol.' Toen ik kwam kijken, zag ik allemaal stukjes muziek voor orkestjes van Max Tak. Maar dát was een leuke partij! Alleen kon ik die niet betalen. Toen zei hij: 'Ik breng elke week een doos en dan betaal je per keer.' Broekmans en Van Poppel, toen nog groot in Amsterdam, baalden. Die hadden de banketbakker afgewezen. Hij kwam trouw elke week een doos brengen. En dan bracht hij ook taartjes mee."

Anke Kuijpers bestiert de muziekbibliotheek met twee 'assistenten': Meisje (op foto) en Jochie Beeld Carly Wollaert
Anke Kuijpers bestiert de muziekbibliotheek met twee 'assistenten': Meisje (op foto) en JochieBeeld Carly Wollaert

De kracht van Opus 391, zegt Kuijpers, is dat ze haar aanbod al heel vroeg op de computer is gaan zetten. "Veel ­muziek- en boekhandels zijn over de kop gegaan omdat ze te laat met de computer waren. De handel is steeds meer verschoven naar internet, ook voor mij."

"Ik heb alleen al op mijn site meer dan veertigduizend titels. Ik ben ook de ­enige ter wereld die tweedehands orkestjesmuziek verkoopt, ik krijg bestellingen van over de hele wereld. Nieuw is dat peperduur, bij mij heb je een setje voor vijf euro."

Haar klanten zijn verzamelaars, of gewoon mensen die een boekje met viooletudes nodig hebben, musici die ­bepaalde combinaties van instrumenten nodig hebben, maar ook mensen die gewoon lekker komen snuffelen. "Sinds Broekmans en Van Poppel eind vorig jaar naar Badhoevedorp is vertrokken, zijn acht van de tien klanten hier nieuw. Mijn omzet is verdubbeld. Maar ik vind het jammer, het is een verarming voor Amsterdam. En ik kan niet iedereen ­helpen, want ik ben afhankelijk van wat er binnenkomt."

Geleend aan Beatrix
Naast de winkel heeft ze ook nog 25 jaar op de Albert Cuypmarkt om de hoek gestaan, met bladmuziek en langspeelplaten en later cd's. En nog altijd is ze heel actief in de buurt, in de buurtkrant Bulletin De Pijp heeft ze zelfs haar eigen rubriek 'Ankies Muziekie', waarin ze allerhande ­muzikale anekdotes kwijt kan. Zoals over het harmonium dat vroeger thuis op de Baarsjesweg in de zijkamer stond en oorspronkelijk bij haar grootouders vandaan kwam. Het staat nu bedolven onder dozen in de achterste kamer, bereikbaar via de fietsenhelling.

Ze maakt rare dingen mee, gnuift Kuijpers. "Zie je die ­foto daarachter?" Van de keer, een jaar of tien geleden, dat ze op de markt als voorzitter van de feestcommissie '100 jaar Albert Cuyp' koningin Beatrix mocht rondleiden die op verrassingsbezoek kwam.

Grote stapels bladmuziek Beeld Carly Wollaert
Grote stapels bladmuziekBeeld Carly Wollaert

"Ik maakte me er niet druk om, het is gewoon een mens. Ze is anderhalf uur op de markt gebleven, de mensen wisten niet wat ze zagen. Ze bleef staan voor een kraam met babykleertjes - ze ging ­geloof ik weer een nichtje krijgen, of zo. Toen kwam de hofdame naar me toe. 'Zou u even wat geld kunnen lenen aan de koningin?' Nou, dat doe ik niet elke dag, maar vooruit. Ze hebben het netjes teruggegeven."

Nog zo'n anekdote: de partij kamermuziek voor strijkkwartet die ze aangeboden kreeg waaruit alle cellopartijen ontbraken. "De cellist was kennelijk boos uit het kwartet weggelopen en had alle partijen meegenomen. Ik heb de aanbieder er wat voor gegeven, want ik ben ongeveer de enige die losse partijen verkoopt. Twee jaar later kocht ik een nalatenschap en daar zaten alle ontbrekende cello­partijen in. Dat was dus de boef!"

Kerkmuziek
En vooruit, nog eentje: de boekenkast vol gebonden partituren, van een zangdocent aan het conservatorium die overleden was. "Alleen maar Duitse uitgaven, veel Händel, terwijl Händel tegenwoordig altijd in het Engels wordt ­gezongen. Daar kom je niet vanaf, maar het zag er goed uit. Zat er een stuk van Saint-Saëns tussen voor koor en orkest, met een opdracht van Saint-Saëns zelf erin. Dát zijn nou leuke dingen."

Ze heeft wel relaties gehad, maar die waren niet altijd blij met haar levensstijl van spelen en muziek. Dus is ze alleen gebleven - nooit spijt van gehad ook. Ze heeft haar eigen niche; waar ze vroeger alleen al in Amsterdam wel een tiental collega's had, zijn er in Nederland nauwelijks tweedehands muziekhandels over.

"Organisten uit de Biblebelt in het oosten des lands weten me te vinden, die komen hier omdat ik ook veel kerkmuziek heb. En anderhalve maand geleden kwam er een Duitser speciaal voor mij met het vliegtuig vanuit Hamburg op en neer, hij vertelde dat er in heel Duitsland geen handel meer is in tweedehands bladmuziek. Iedereen begint nu tegen me: 'Je leeft toch wel gezond, hè?' Ik vind het nog altijd een leuk vak, maar op een gegeven moment moet ik toch ophouden. Ik hoop dat ik over een paar jaar iemand gevonden heb die het wil voortzetten. Eén voordeel: vrijwel de hele bibliotheek staat op internet."

Meer over