PlusReportage

Amsterdamse Surinamers kijken terug én vooruit: ‘Ik zei: het is mijn geboorteland, ik laat me door niemand wegjagen’

Amsterdamse Surinamers keren terug naar hun thuisland, maar missen hun stad ook. Twee van hen vertellen hun verhaal. ‘Tien jaar Bouterse was pure vernietiging voor het land, maar ik heb het ook naar mijn zin gehad.’

David Hielkema
Burgemeester Femke Halsema en de Surinaamse president Chan Santokhi. Beeld Coco Duivenvoorde
Burgemeester Femke Halsema en de Surinaamse president Chan Santokhi.Beeld Coco Duivenvoorde

Jaarlijks komen Surinamers naar Amsterdam en keren Amsterdammers terug naar Suriname. Vorig jaar keerden 22 Amsterdammers terug naar hun thuisland, terwijl 232 Surinamers zich in Amsterdam vestigden. Eerdere jaren tonen vergelijkbare cijfers.

Burgemeester Femke Halsema is deze week na twaalf jaar Amsterdamse bestuurlijke afwezigheid in Suriname, en de banden worden aangehaald. Twee Amsterdammers die zijn teruggekeerd naar hun land van herkomst vertellen hun verhaal over hun stad én hun land.

Wil Codrington (70), veertig jaar in Amsterdam gewoond, gepensioneerd politica

“Zeventien jaar was ik toen ik vertrok naar Amsterdam. Als oudste van acht kinderen werd ik door het Diaconessenhuis uit Haarlem gerekruteerd om verpleegster te worden. Het was 1969. Hetzelfde gebeurt vijftig jaar later nog steeds: we zien arbeidskrachten weer naar Nederland wegtrekken en het loopt hier leeg.

De helft van mijn salaris ging maandelijks terug naar Suriname. Zo’n 350 gulden, denk ik. Daardoor hebben mijn zeven broers en zussen kunnen studeren. Ik sloot me al snel aan bij Amnesty International, de schrijversgroep, en stuurde brieven aan politiek gevangen in Zuid-Afrika. Zo werd ik als 22-jarige warm gemaakt voor de politiek. Het werd GroenLinks.

In de jaren negentig werd ik raadslid en later wethouder in het Centrum, totdat ik in 2009 gevraagd werd om hr-manager te worden op een scholeninstituut in Suriname – waar 16.000 kinderen onder vallen. Ik had nog nooit in Suriname gewerkt. Een bijkomend voordeel was dat ik mijn ouder wordende moeder kon verzorgen.

Wil Codrington. Beeld Coco Duivenvoorde
Wil Codrington.Beeld Coco Duivenvoorde

Toen ik eenmaal aan het werk was, in 2010, kwam Bouterse aan de macht. Als ik dat in 2009 had geweten, was ik niet gegaan. Ik kon me niet voorstellen dat mensen zouden kiezen voor zo’n figuur. Maar ik zei ook: het is mijn land, mijn geboorteland, ik laat me door niemand wegjagen. Ik ben hier om een bijdrage te leveren.

Tien jaar Bouterse was pure vernietiging voor het land. Toch heb ik het in die periode ook erg naar mijn zin gehad. Ik ben theologie gaan studeren en gaf ook les op het instituut voor verpleegkundigen.

Ik heb tien jaar in verwondering geleefd, de laatste jaren in ergernis. Dat heeft te maken met politieke keuzes die nu gemaakt worden. Er gaan miljoenen naar een brug die ons verbindt met Guyana, maar als het regent staan onze wegen onder water. Maak dan eerst het wegennet in orde. Bouterse is er niet meer, maar de regering-Santokhi is geen haar beter. Als het erop aankomt en je kijkt naar zijn benoemingen, dan zie je z’n vrouw, familie en kennissen bij de overheid werken. Dat is pijnlijk om te zien.

Ik ga vanwege de politieke cultuur weer terug naar Amsterdam, maar ook vanwege de gezondheidszorg. Hoe goed je ook verzekerd bent, medicijnen zijn hier niet altijd te krijgen. Ik mis ook mijn kinderen en kleinkinderen. Mijn terugkeer is een combinatie van factoren. Suriname is een heerlijk land, ik woon er fantastisch, maar ik wil op een ontspannen manier oud worden.”

Zoë Mezas (37), geboren en getogen in Amsterdam, eigenaar kledingbedrijf

“Ik ben geboren in het AMC, Zuidoost. Mijn ouders zijn Surinaams, hier gekomen om te studeren toen ze achttien waren. Ik heb vijfentwintig jaar gewoond in Diemen-Zuid. Vriendinnetjes om de hoek, het was er fijn. We gingen soms naar Suriname op vakantie. Het Spinoza Lyceum was mijn middelbare school en later studeerde ik rechten aan de UvA.

Bij de gemeente in Zuidoost kreeg ik een baan, ik kon een vast contract krijgen, maar in 2014 kreeg ik een burn-out. Mijn vader woonde toen weer in Suriname en ik wilde hem een maand bezoeken. Ik had behoefte aan rust en natuur. Mijn Amsterdamse leven was hectisch. Ik wilde een maand naar Suriname, dat werden er vijf.

Terug in Nederland kreeg ik na een maand heimwee. Suriname riep mij. Na twee jaar heb ik alles in Amsterdam opgezegd en ben ik all the way gegaan. Niemand dacht dat ik zeven jaar zou blijven. Ze vonden mij niet zo’n junglemeisje. Ik hield van het snelle leven. Hier heb ik een kledingmerk Talking Prints opgezet, een sociale onderneming. Met vrouwen uit het binnenland doen we projecten en creëren we werkgelegenheid. Ik vind dat de opbrengsten eerlijk verdeeld zijn.

Zoë Mezas. Beeld Coco Duivenvoorde
Zoë Mezas.Beeld Coco Duivenvoorde

Om hier te ondernemen moet je flexibel zijn. Echt in het moment leven. Plannen is moeilijk. Wat het ook lastig maakt is dat er weinig hulpmiddelen vanuit de overheid zijn, zoals subsidies. Mijn Nederlandse achtergrond helpt. Ik heb gestudeerd en veel skills onbewust ontwikkeld. Dat heb ik me pas gerealiseerd toen ik hier woonde. Ik heb de Amsterdamse mentaliteit van communiceren, hands on en aanpakken.

Ik ben al twee jaar niet in Amsterdam geweest vanwege corona. Ik wil snel weer gaan en ik mis ook het spontane leven: dat je op je fiets springt en in een club eindigt. Of dat je even naar het park gaat en met vrienden afspreekt. Maar als ik terug ben merk ik dat het ook steeds moeilijker wordt. Alle agenda’s zitten vol. Agenda’s heb ik hier afgeleerd.

Het zou goed zijn als meer Surinaamse Amsterdammers hiernaartoe komen om hun steentje bij te dragen. Er zijn hier zoveel mogelijkheden voor ondernemers. Het zou ook goed zijn voor de economie. We zijn te geïsoleerd geraakt door Bouterse. Het vertrouwen van andere landen in ons is verdwenen.

Toen ik hier kwam wonen, ben ik de innerlijke confrontatie aangegaan: waar kom ik vandaan, wat is mijn cultuur, wat is mijn geschiedenis? Ik ben mijn roots gaan omarmen en het heeft me completer gemaakt.

Paramaribo is niet per se mijn stad, dat blijft Amsterdam. Wanneer ik daar ben, voel ik me nog steeds thuis. Dat gaat nooit meer weg. Maar ik wil nu zeker niet terug naar Amsterdam.”

Meer over