Amper zicht op handel in vrouwen

AMSTERDAM - De overheid had de laatste jaren nauwelijks zicht op vrouwenhandel. Dat op de Amsterdamse Wallen en in andere rosse buurten tien jaar lang op grote schaal vrouwen werden uitgebuit, bleef vrijwel onopgemerkt.

Dat concludeert het openbaar ministerie in het rapport Schone schijn, naar aanleiding van de strafzaak tegen de omvangrijke organisatie vrouwenhandelaars onder leiding van de Turks-Duitse broers Saban en Hasan B. Zij zijn onlangs veroordeeld omdat hun groepering met grof geweld 78 tot 120 prostituees uitbuitte op de Wallen en in de rosse buurten van Utrecht en Alkmaar.

Politiecontroles brachten de ernstige misstanden niet aan het licht en hulpverleners sloegen geen alarm. Ingewijden in de branche, zoals kamerverhuurders, waren wel op de hoogte, maar deden niets.

'Het huidige prostitutiebeleid is niet voldoende toegerust om mensenhandel te signaleren,' concluderen de onderzoekers. De overheid gaat er ten onrechte van uit dat controles en vergunningsstelsels mensenhandel aan het licht brengen.

De zaak tegen de groepering van de broers B. toont aan dat 'ook als er bruikbare signalen van mensenhandel zijn, deze niet altijd adequaat worden opgevolgd'.

De onderzoekers doen negentien aanbevelingen die het beleid zodanig moeten verbeteren dat vrouwenhandelaars geen vrij spel meer hebben. Naar aanleiding van aanbevelingen die al tijdens het onderzoek zijn gedaan, werkt de gemeente Amsterdam inmiddels hard aan verbeteringen.

De omvang van de vrouwenhandel is onbekend. Gespecialiseerde controleurs van de politie in de drie steden, die alle raambordelen vier keer per jaar controleren, schatten dat 'vijftig tot negentig' procent van alle raamprostituees onvrijwillig werkt. In Amsterdam zou dat minstens vierduizend slachtoffers betekenen, aangezien in de stad volgens de gemeente tussen de acht- en tienduizend prostituees werken. Doorvragen leerde de onderzoekers echter dat de politiemensen hun schatting 'op hun onderbuikgevoel' baseerden, niet op onderbouwde tellingen.

Het aantal zaken dat justitie in Amsterdam binnenkreeg tussen 2001 en 2005, staat in groot contrast tot de schattingen van de controleurs. In die vijf jaar kreeg het parket 'slechts' 92 vrouwenhandelzaken binnen, in 2005 zelf waren dat er elf. Bij die cijfers merken de onderzoekers op dat in alle drie de onderzochte steden zaken 'op de plank' liggen, terwijl dat in de Aanwijzing Mensenhandel van de landelijke justitietop juist uitdrukkelijk is verboden. (PAUL VUGTS)

null Beeld
'Het huidige prostitutiebeleid is niet voldoende toegerust om mensenhandel te signaleren,' concluderen de onderzoekers. Foto ANP Beeld
'Het huidige prostitutiebeleid is niet voldoende toegerust om mensenhandel te signaleren,' concluderen de onderzoekers. Foto ANP
Meer over