Ajax Dossier: Toen Ajax nog in rook opging

Het Ajaxelftal van 1917 op een eigen sigarendoos. Foto Ad Bergkamp Beeld
Het Ajaxelftal van 1917 op een eigen sigarendoos. Foto Ad Bergkamp

Ajax is een club met een rijke historie. Het Parool zoekt naar verhalen in de kantlijn. En stuitte op een antiek plaatje van echte Ajax-sigaren.

Tussen de boeken, vaantjes en andere Ajaxprullaria viel vorige week zaterdag bij de Ajax-verzamelaarsbeurs in het supportershome een antiek plaatje op: een elftal uit vervlogen tijden op een etiket van Ajax-sigaren.

Ad en Els Bergkamp, Ajaxleden en organisatoren van de beurs, dachten dat het plaatje stamt uit de jaren dertig. Ook het boek Ajax - De complete werken, dat Ajaxarchivaris Wim Schoevaart in zijn kantoor in de Arena heeft, rept van de jaren dertig.

Maar Schoevaart (van 1918) weet zeker: dit is het kampioenselftal van het seizoen 1917/1918. Hij lepelt de elf namen moeiteloos op. Doelman Jan Smit, de broers Fons en Joop Pelser en de aanvallers Jan de Natris en Theo Brokman zijn er enkele. Schoevaart is zeker van zijn zaak: ''Ik heb ze als jongetje in de nadagen van hun carrière nog zien spelen.''

De archivaris heeft vermoedelijk gelijk. Volgens Joop en Annie Romkes, van de stichting Nederlandse Tabacologie, heeft de firma Bout en Co, vermoedelijk gevestigd aan de Oudezijds Voorburgwal 187, in 1911 octrooi bij de rechtbank aangevraagd voor het merk Ajax.

Een kopie van de aanvraag in het jaarboek van de Staatscourant over deponeringen toont dat de 'dagteekening waaronder de inschrijving heeft plaats gehad' inderdaad was in 1911, op 11 juli. 'Het merk bestaat uit het woord: Ajax en daaronder het cijfer en woord: 1e klasse'.

Sigaren van Ajax waren dus niet in beheer van de club zelf. In 1935 gebruikte weer een sigarenfabrikant de naam Ajax. Jan Brouwer deponeerde toen het merk 'Ajaxieden'.

Sigarenfabrikanten liftten dus mee op de naam van Ajax. Voor beide misschien wel voordelig, want tabak was immens populair. Schoevaart: ''Als iemand jarig was, gaf je hem een doos sigaren cadeau.'' Hij herinnert zich dat De Natris en Fons Pelser na hun carrière zelf sigarenwinkels hadden.

Sigaren hadden in die tijd een andere betekenis dan tegenwoordig. Annie Romkes zegt dat Nederland bij een telling in 1941 liefst 1800 á 1900 sigarenfabrieken telde. Hoewel het aantal fabrieken drastisch is gedaald, was de populariteit van etiketten of sigarenbandjes over langere periode groot. Die werden namelijk gretig gespaard, dat deed Schoevaart ook.

In de jaren vijftig en zestig verschenen de afbeeldingen van toenmalige Ajaxspelers op de sigarenbandjes. De bandjes werden zo de voorlopers van de latere voetbalplaatjes. Onder anderen de gebroeders Henk en Cees Groot, Bennie Muller en Bertus Hoogerman verschenen met hun afbeelding op sigarenbandjes van het merk Hudson.

Of tussen 1911 en 1918 al een etiket met Ajaxteam is verschenen en of Bout en Co door het gebruik van de naam Ajax meer sigaren verkocht, weten Schoevaart en Romkes niet.

Ook over de kwaliteit - de toevoegingen '1' en 'voor kenners' impliceren dat het goede sigaren moeten zijn geweest - kunnen de historici niets zinnigs zeggen.

Ajaxvoorzitter Uri Coronel ziet er anno 2008 met het oog op de commercie niets in om een Ajax-sigarenlijn te beginnen. Lachend: ''Dat gaat met het huidige antirookbeleid niet werken.''

Ook Bergkamp is het niet om geld te doen. Hij wist het etiket op de beurs niet te verkopen, maar nu hij weet dat het plaatje nog twintig jaar ouder is dan hij dacht, verandert er niets aan zijn instelling: ''Het gaat niet voor een tientje de deur uit en alleen naar een echte liefhebber.'' (WESLEY MEIJER)

Meer over