Plus

Advocaten Nabil B.: ‘Zorg dat wij niet vermoord worden omdat we ons werk doen’

Hun werk voor kroongetuige Nabil B. ging verder na de moord op vriend en collega Peter R. de Vries. De één vindt hen heldhaftig, de ander mijdt hen liever. Advocaten Peter Schouten en Onno de Jong over hun veiligheid én een toekomst die ‘hoogst onzeker’ is.

Yolanda Sjoukes
Advocaten Peter Schouten en Onno de Jong wandelen de plek waar Peter is neergeschoten om daar bloemen neer te leggen.  Beeld ANP / Robin Utrecht
Advocaten Peter Schouten en Onno de Jong wandelen de plek waar Peter is neergeschoten om daar bloemen neer te leggen.Beeld ANP / Robin Utrecht

Kroongetuigeadvocaten Onno de Jong (64) en Peter Schouten (65) kregen na de moord op Peter R. de Vries de zwaarst mogelijke beveiliging, uit naam van de rechtsstaat. Een jaar later zeggen ze hun veiligheid te moeten bevechten. Schouten: “Als de eerste schok is weggeëbd, ben je pas weer interessant als je dood bent.”

De moordaanslag op De Vries leidde op 6 juli 2021 tot massale verbijstering en afschuw. Was Nederland een narcostaat geworden? De Vries stond samen met De Jong en Schouten kroongetuige Nabil B. bij in het Marengo-proces. De broer en de vorige advocaat van de kroongetuige, Derk Wiersum, werden ook vermoord.

Onverminderd groot gevaar

De interviewlocatie is zorgvuldig gescreend op veiligheid. Als een ober bij het eten een groot vleesmes naast de tafel legt, wordt dat snel weer weggehaald; op hun beveiligers vertrouwen de kroongetuigeadvocaten blind. Bang zijn ze niet, zeggen ze. Levensmoe evenmin. Daarom zijn er zorgen.

De Jong: “Het geheel van onze beveiliging is echt wel goed opgezet. Maar we hebben het gevoel dat uit kostenoverwegingen en personeelstekort concessies worden gedaan. Daardoor vallen er gaten. Ik kan niet zeggen welke, anders schieten ze er dwars doorheen.”

Het gevaar dat de heren lopen is onverminderd groot. Volgens het Openbaar Ministerie ziet hoofdverdachte Ridouan Taghi (Marengoproces) liquideren als zijn levenstaak en kom je niet meer van zijn dodenlijst af als je er eenmaal op staat. Het OM citeerde in juni enkele berichten van Taghi over eerder gepleegde moorden: “Volgende erachteraan non stop we hebben een levenstaak hebben we verwaarloost sir haha.” En: “Nog lang niet klaar met deze taak.”

Koude douche

Een maand geleden hoorden ze een coördinator van de Dienst Koninklijke en Diplomatieke Beveiliging (DKDB) vertellen dat het belangrijk is om persoonsbeveiliging tijdig af te schalen. De DKDB’er zei dat dit soms niet gebeurt door ‘politieke inmenging’, wat capaciteitsproblemen veroorzaakt.

De Jong (verheft zijn stem): “Ik ben hier zó boos over. Deze man zei dit bij een sessie van de Tweede Kamercommissie Justitie en Veiligheid. Die sessie ging over het verbeteren van de beveiliging van bedreigde personen zoals wij. Hij fluistert de Kamerleden in dat je beveiliging zo snel mogelijk moet afbouwen.”

De Jong kan er nog niet over uit. Het voelt als een koude douche: “Er is nauwelijks een jaar verstreken na de moord op Peter R.!” Schouten: “Dit is wat wij wekelijks ervaren. De bazen van deze dienst zijn alleen maar bezig met hun eigen capaciteitsproblemen. Niet met waar het allemaal om begonnen is: onze veiligheid. Zorgen dat wij niet vermoord worden omdat we ons werk doen, zoals onze collega’s is overkomen.”

Dodenlijst

De twee zeggen regelmatig te horen hoeveel hun verzoeken om bewegingsruimte de staat kosten. Schouten: “Er wordt op gestuurd dat ik mij schuldig voel dat ik normaal wil leven. Terwijl minister Yesilgöz van Justitie en Veiligheid het belang van onze rol in de rechtsstaat steeds benadrukt, gezegd heeft dat we de ruimte moeten krijgen. We voelen ook haar betrokkenheid, zien dat zij eraan werkt.” De Jong: “En toch moeten we die ruimte elke keer bevechten bij de DKDB.”

Is het niet een onvermijdelijke consequentie dat je bewegingsvrijheid vermindert als je levensgevaarlijk werk doet? Schouten: “De vraag is waarom men ons opzadelt met dit soort schuldgevoelens. Wij kunnen er niets aan doen dat criminelen ons op een dodenlijst hebben gezet.”

De Jong wijst op het belang van hun werk voor de samenleving. “Er komen in de toekomst veel meer afspraken met kroongetuigen om criminele organisaties in kaart te brengen. Zonder kroongetuige was er geen Marengo-proces geweest. Toch heb ik het idee dat de hele veiligheidskwestie het Openbaar Ministerie geen ene moer interesseert. Als het daarom gaat, werkt het OM ons alleen maar tegen. Toen Peter R. de Vries vertrouwenspersoon van de kroongetuige werd, hebben ze alles geprobeerd dat te blokkeren. We hebben vier procedures tegen de Staat gewonnen, maar zelfs toen Peter al was neergeschoten, zijn ze nog in beroep gegaan.”

Verrader

Het Openbaar Ministerie heeft haar officieren van justitie in het Marengo-proces uit veiligheidsoverwegingen geanonimiseerd, evenals de officieren in 38 andere strafzaken. Schouten: “En dat terwijl aan de kant van het OM geen slachtoffer gevallen is.” De advocaten vinden de voortschrijdende anonimisering een verkeerd signaal naar de samenleving. “Zo geef je het idee dat er voordeel te behalen valt om mensen te bedreigen en zwart te maken,” zegt Schouten.

De Jong: “Het is belangrijk dat je als staat naar buiten treedt. Dan laat je zien dat het geen zin heeft om advocaten en rechters en officieren te intimideren. De overheid moet niet duiken. De overheid moet er stáán. Dat geeft vertrouwen aan de burgers, van wie je ook niet wil dat ze uit angst zwichten voor criminelen.”

Dat die angst groot is, merken ze ook onder collega’s. De Jong had laatst een overleg met advocaten in een grote witwaszaak. “Een van hen zei: ‘Ik ben er online bij, want ik wil niet dat iemand mij bij jouw kantoor naar binnen ziet gaan.’” Veeltwitteraar Schouten merkt dat tweetjes over Taghi ‘nauwelijks worden geretweet’ en wordt soms afgezegd als gast op feestjes. Soms is er het dédain voor advocaten die een ‘verrader’ bijstaan, zoals een kroongetuige in de criminele wereld wordt gezien. De Jong, die al tien jaar kroongetuigen bijstaat: “In een andere zaak tekende iemand ooit een NSB-teken in de lucht toen ik eraan kwam.”

Intense band

Ze missen De Vries enorm, zeggen ze. De moord op hem bracht verdriet, woede en een leven onder zware restricties. Maar óók is er die bijzondere saamhorigheid. De Jong: “De verbondenheid met een kroongetuige is altijd groot. Bij de een gaat dat wat verder dan de ander, maar je bent in een hele moeilijke situatie met elkaar. De band die je krijgt is heel intens.”

Schouten: “In een situatie met zoveel gevaar, verlies en beveiliging om je heen zou het gek zijn als je niet erg naar elkaar toe groeit. We zitten alledrie in hetzelfde schuitje. De groep versterkt zich door wat je meemaakt.” De groep wijkt niet. Schouten: “Wat maar meteen duidelijk maakt dat het helemaal geen zin heeft om te dreigen en te moorden. We zijn juist nóg meer gedreven om dit werk te doen.”

Agressief

Het zijn drukke tijden voor de advocaten. Vorige week waren er de strafeisen in het Marengo-proces (levenslang tegen Taghi en vier anderen). Op 14 juli horen ze welke straf de verdachten van de moord op hun collega en vriend Peter R. krijgen. Deze week werden tot hun tevredenheid nóg drie verdachten opgepakt: de ‘aanjager’ van de moord en de mannen die daarna filmden.

Voor De Jong is de geëiste straf voor de moordverdachten de enige goede: “Levenslang.” Samen met Schouten woonde hij alle zittingen bij. Ineens zaten ze niet als advocaat in de rechtszaal, maar als betrokkene. Hoe dat was? De Jong: “Ik werd er een beetje agressief van. De verklaringen van de verdachten zijn zó volstrekt tegenstrijdig aan de feiten. Hou dan liever je mond.” Schouten voelde vooral trots op de kinderen van zijn vriend, die een nabestaandenverklaring aflegden. “Een heel dubbel gevoel was dat.” Want waarom zat híj daar nou trots te wezen, en niet hun vader?

Baard

Hoe moet het verder in de toekomst? Ze denken er wel eens over. Schouten: “Er zal een punt komen dat ik mijn baard afscheer of zo.” De Jong: “Ik weet het echt niet, het is hoogst onzeker.” Is er geen vertrouwen in blijvende bescherming door de rechtsstaat? “Nee, niet zonder meer,” zuchten de twee.

Misschien moeten we zelf onze beveiliging regelen, dachten ze het afgelopen jaar heel even. Het was in de periode dat hun bewegingsruimte meer dan normaal was ingeperkt door de capaciteitsproblemen bij de DKDB. Schouten: “We leven in een land waar het geweldsmonopolie bij de staat ligt. Maar wat als de staat mij niet voldoende kan beveiligen of daarvoor te weinig mensen heeft…” De Jong: “Waarom mag ik dan mijzelf niet beschermen? Dat is een vraag die ik heb sinds de tien jaar dat ik kroongetuigen bijsta.”

Schouten: “Je zou er bijna voor naar het Europese Hof van de Rechten van de Mens stappen. Wat moet je in het werk stellen om te zorgen dat iedereen honderd procent veilig is in deze zaak? Beveiligen tot het bittere einde, dát moet het uitgangspunt zijn. Óf je geeft ons de kans dat zelf te regelen. Het hoeft maar één keer fout te gaan. En het ís al drie keer fout gegaan.”

Reactie Dienst Koninklijke en Diplomatieke Beveiliging (DKDB) en Openbaar Ministerie:
De Dienst Koninklijke en Diplomatieke Beveiliging (DKDB) erkent de grote druk op de dienst door het toegenomen aantal te beveiligen personen. “Op dit moment is de vraag groter dan waar onze capaciteit in voorziet,” zegt een woordvoerder. Dat wil volgens hem niet zeggen dat er concessies worden gedaan, zoals kroongetuigeadvocaten Schouten en De Jong ervaren: “We doen geen concessies in onze beveiligingsconcepten. Dit geldt zowel voor onze te beveiligen personen als voor onze collega’s.” Hoe de situatie dan wordt opgevangen? “We hebben een goede samenwerking met o.a. bewakingseenheden van de politie en Koninklijke Marechaussee.” Er is ook hard gewerkt aan werving van nieuw personeel, aldus de woordvoerder. “We zetten ons als DKDB continu in om hoogwaardige en discrete persoonsbeveiliging te bieden en daarin maatwerk te leveren, zodat de ervaren inperking zo klein mogelijk is. Maar er zullen altijd consequenties vastzitten aan persoonsbeveiliging die moeilijk te voorkomen zijn.” Het Openbaar Ministerie zegt bij monde van een woordvoerder te begrijpen dat persoonsbeveiliging ‘als belastend kan worden ervaren’. Het O.M. reageert op de kritiek op de anonimisering van onder meer officieren van justitie: “Het gaat om strafzaken waarin veiligheidsrisico’s bestaan voor OM’ers en waarin de herkenbaarheid van officieren van justitie en advocaten-generaal op zitting wordt beperkt. Deze regeling is allereerst bedoeld voor ondermijningszaken. Bij hoge uitzondering en in speciale gevallen kan hier ook in niet-ondermijningszaken een beroep op worden gedaan.”