Plus

Zoektocht naar nieuwe ministers was al jaren gaande

Het vierde kabinet Rutte moest vooral vernieuwing uitstralen. Elke partij begon daarom al vroeg naar nieuwe ministers te zoeken, waarbij het vinden van vrouwen prioriteit had. Een verslag van de speurtocht.

Jan Hoedeman
Formateur Mark Rutte (VVD) arriveert bij het Logement voor het laatste gesprek met de fractieleiders van de coalitie.  Beeld ANP
Formateur Mark Rutte (VVD) arriveert bij het Logement voor het laatste gesprek met de fractieleiders van de coalitie.Beeld ANP

Van de twintig ministers die vandaag op het bordes van paleis Noordeinde staan, zijn er veertien nieuwelingen. Slechts zes ministers van de oude ploeg gaan door, drie van hen zijn politiek leider.

Voorafgaand aan de formatie zeiden alle vier de partijen nog dat het moeilijk zou worden om voldoende geschikte kandidaten te vinden. De bedreigingen aan het adres van politici, het hoge afbreukrisico en de lange werkweken schrikken veel mensen af om naar Den Haag te komen. Dat blijkt mee te vallen, vertellen de talentenscouts nu.

Twee redenen liggen ten grondslag aan de stevige veranderingen. Het nieuwe kabinet moet niet ogen als een doorstartkabinet. En bij alle vier de partijen is er het besef dat er wat op het spel staat door de lage vertrouwenscijfers voor politiek Den Haag. Nieuwe gezichten moeten helpen die cijfers weer op te krikken.

Gure buitenwereld

Zo wordt de basis voor de nieuwe VVD-bewindsliedenploeg al gelegd in zomer van 2018, ver voor de coronapandemie. In het mediterrane buitenverblijf van Ben Verwaayen zijn dit keer de top van de senaatsfractie, de Tweede Kamerfractie, de partijvoorzitter en Mark Rutte bijeen.

Ze brainstormen in het Zuid-Franse Goult over een groslijst van toptalenten voor de eerstvolgende Tweede Kamerverkiezingen, die van 2021. Die namen worden getest in confrontaties met de gure buitenwereld. Ze moeten geloofwaardig overeind blijven in gesprek met vernietigende columnisten, met ceo’s die de politiek helemaal niets vinden en met mensen die een groot wantrouwen tegen de overheid koesteren.

Degenen die dat overleven, komen op de lijst voor mogelijke bewindslieden. In de top acht van de kandidatenlijst voor de verkiezingen van 2021 staan zes vrouwen. “Niet omdat ze vrouw waren, maar omdat ze de besten waren,” zegt een ingewijde. Die lijn wordt vandaag zichtbaar doorgetrokken naar het bordes.

Oude kunstje uitgewerkt

Bij de grootste regeringspartij is dan ook flink huisgehouden. Dat kon ook, omdat Rutte door zijn vertrouwelingen heen was. Het oude kunstje leek uitgewerkt. De liberalen zetten nu drie mannelijke en vijf vrouwelijke ministers op het bordes. Van de drie staatssecretarissen zijn er twee man en een vrouw. “We houden niet van een genderbalans, daarom hebben we nu meer vrouwelijke bewindslieden dan mannelijke,” grapt een liberaal met een stalen gezicht.

Het is een correctie op drie kabinetten overwegend mannelijke vertrouwelingen van Rutte. En ook op het jarenvijftigimago dat de partij gaat aankleven als Rutte in 2017 bij de presentatie van zijn derde kabinet zegt: “Het gaat om het vinden van de beste mensen.” Zo verklaarde hij dat de VVD slechts één vrouwelijke minister wist te vinden, Cora van Nieuwenhuizen.

Posten moeten passen bij de ChristenUnie

In het najaar van 2020 slaat ChristenUnieleider Gert Jan Segers aan het denken over mogelijke bewindslieden, met Carola Schouten en de partijvoorzitter. Segers polst ook vast mensen, met meerdere slagen om de arm. Hij weet echt nog niet of er gaat worden meegeregeerd. Zo polst hij Maarten van Ooijen, van wie Segers ooit de mentor was in een leiderschapsproject. En ook Gronings gedeputeerde Henk Staghouwer, die zijn rug recht houdt in confrontaties met boze boeren.

Voor Segers moeten de posten verband houden met het kloppend hart van de ChristenUnie. Met weer een landbouwminister is er een relatie met de schepping en de natuur, ook de strijd tegen armoede krijgt een CU-minister. En het staatssecretariaat voor Jeugd en Preventie past eveneens bij het partijprofiel.

Twee externe bureaus werven kandidaten voor D66

Meteen bij het aantreden van Sigrid Kaag in de zomer van 2020 pakt ze het personeelsbeleid op. Twee externe bureaus worden aan het werk gezet om goede mensen te vinden. Intern is Frank van der Endt van de Talentencommissie doende, samen met mensen als Gerard Schouw en de partijvoorzitter.

Na de Tweede Kamerverkiezingen voert Kaag intensieve gesprekken met mogelijke kandidaten. Voor iedere post heeft D66 drie kandidaten, meldt een ingewijde. Vooral de laatste maanden zijn het D66-partijleider Sigrid Kaag en mede-onderhandelaar Rob Jetten geweest, die zich intensief buigen over de negen bewindslieden.

Een belangrijke rol in de keuzes speelt het argument dat D66 zich schatplichtig voelt aan de belofte van een nieuwe politiek-bestuurlijke cultuur. Die moet zeker ook zichtbaar worden in de afvaardiging naar het nieuwe kabinet. Liefst drie nieuwelingen zonder enige politieke ervaring worden ingezet.

Dijkgraaf en Kuipers praten intensief met Kaag

Zo komt Gunay Uslu via Rob Jetten in het vizier van Kaag. Verrassend zijn ook de keuzes voor Robbert Dijkgraaf als Onderwijsminister en Ernst Kuipers als VWS-minister. Bij de PvdA dachten ze dat Kuipers bij hen hoorde, maar dat bleek een misrekening. Uslu is van niemand en moet nog even gauw D66-lid worden.

Kaag leert Dijkgraaf beter kennen als hij in 2019, een jaar na Kaag, de Abel Herzberglezing houdt. Daar fulmineert hij tegen nepnieuws en kennis die onder vuur ligt. Het verhaal moet haar hebben aangesproken. Na de lezing vervoegt Kaag zich in de kamer waar Dijkgraaf zich met zijn familie terugtrekt. Pas de laatste maanden zijn de gesprekken van Kaag met Kuipers en Dijkgraaf geïntensiveerd.

Geen gedoe meer rond CDA’ers

Voor het eerst hebben de CDA-bewindslieden een gelijk aantal mannen en vrouwen, een door Wopke Hoekstra gewenste moderniteit. Meteen na de verkiezingen heeft hij tegen zijn scouts gezegd dat hij die balans wil. In het besef dat mannen meteen ja zeggen, moet er meer tijd worden geïnvesteerd in de vrouwen, zo luidt de dienstopdracht.

Een grote rol daarin speelt Caroline Goedvolk. Ze is headhunter, studeerde samen met Hoekstra en zat met hem in de Eerste Kamer. En de teruggetreden partijvoorzitter Marnix van Rij, die ook met hem in de senaat zat.

Hoekstra vond dat ze de ‘Haagse hitte’ moesten aankunnen, maar wilde bovenal een stabiele club bewindslieden. Na het gedoe van de afgelopen paar jaar, waarin heisa rond personen domineerde, moest er geen ruis rond de bewindspersonen komen. Daarom oogt het aantredende zestal als degelijk. En er is veel geprobeerd om mensen met andere roots te krijgen, zegt een betrokkene, “maar daar werken we verder aan voor de toekomst.”

Meer over