PlusDe Klapstoel

Wetenschapsjournalist Anna Gimbrère: ‘Ik wil graag alle oude witte mannen bedanken voor het geven van kansen aan deze jonge ambitieuze vrouw’

Anna Gimbrère: ‘Ik wil alle oude witte mannen bedanken voor het geven van kansen aan deze jonge   ambitieuze vrouw.’  Beeld Harmen de Jong (bewerkte foto)
Anna Gimbrère: ‘Ik wil alle oude witte mannen bedanken voor het geven van kansen aan deze jonge ambitieuze vrouw.’Beeld Harmen de Jong (bewerkte foto)

Anna Gimbrère (1986) is wetenschapsjournalist en televisiepresentator. Ze presenteert Pointer en Anna’s Brains en hoopt ooit als eerste Nederlandse vrouw astronaut te kunnen worden.

Vera Spaans

Utrecht

“Daar heb ik gewoond, in Oog in Al, tot mijn vierde. Toen zijn we verhuisd, naar Zwolle. Mijn vader was psychiater en hij kreeg daar een baan. Ik heb een broertje en een zusje van een jaar jonger, een tweeling. Dat moet voor mijn ouders wel heftig zijn geweest. Ik was anderhalf jaar de prinses geweest, kreeg alle aandacht, en toen kwamen zij opeens. Mijn zusje zat bij mijn vader op schoot, mijn broertje bij mijn moeder en ik was superdruk, all over the place.”

Theoretische natuurkunde

“Nog steeds mijn grote liefde. Het is de filosofische tak van de natuurkunde. De praktische kant gaat over proefjes en experimenten. Ik heb niet het geduld om machines te laten doen wat ik wil dat ze doen, en ik zit graag in mijn hoofd. Ik vind het lekker om na te denken over de implicaties van een uitkomst van een experiment, en theoretici doen niet anders. Hun instrument is een wit vel papier en een potlood met een hele scherpe punt. Daar kick ik nog steeds op. Je loopt tegen de grenzen op van wat je kunt begrijpen. Wat zijn de ruimte en de tijd, hoe is alles begonnen? Uiteindelijk leidt alles tot de vraag: hoe is alles met elkaar verbonden?”

“Ik was begonnen met geneeskunde, maar dat kon mijn emotionele gestel niet aan. Te veel protocollen, maar vooral ook: te veel tragische situaties. Ik zag mezelf niet door mijn opleiding heen komen zonder een zenuwinzinking te krijgen van al dat verdriet. Bij mijn switch naar natuurkunde zei iedereen: dit is te moeilijk, of: dit is niks voor meisjes. Daar ga je vanzelf in geloven. Terwijl juist die theoretische vakken me het best lagen.”

Kakkerlakken

“Ah, dat programma met Stefano Keizers! Dat experiment was waardeloos. Stefano wilde graag een wetenschapsprogramma en daarvoor zochten ze iemand, een duider, die geen kortsluiting kreeg van zijn chaos. Ik vond het juist een feest. Een van de onderzoeken die hij aanhaalde stelde dat kakkerlakken, als je ze de keuze geeft tussen links en rechts, vaker voor rechts kiezen. Wetenschapsjournalistiek is een breed vak, ik weet niet van alles alles af, dus bij zo’n onderwerp lees ik snel de onderzoeken en kijk ik of het goed gedaan is. Ik durf niet te garanderen dat dat hier zo was. Maar wetenschap is nooit onzinnig. Ik geloof er heilig in dat je wetenschappers moet laten doen wat ze interessant vinden, en dat zelfs onderzoek naar de rechtsgeaardheid van kakkerlakken tot iets nuttigs kan leiden. Al weet ik nu even niet wat dat is.”

Model

“Mijn bijbaantje tijdens mijn studie. Ik ben begonnen als haarmodel. Bij de UvA vroeg iemand of ik geen kappersmodel wilde zijn. Ik vond het prima: je kreeg er een paar honderd euro voor en werd vet mooi geknipt. Ik heb het best lang gedaan, dus mijn haar werd steeds korter en steeds donkerder, want elke kapper wilde verven. Toen ik al een vrij korte bob had, dacht ik: ik doe nog één show. Die kapper knipte mijn haar heel kort, kaarsrecht, en met een knalblauwe pony, in een driehoek. Mijn bijna zwarte haar moest worden gebleekt, dus die pony was dood. Mijn haar kon niet meer vast, ik zag eruit als Cruella de Vil. Voor een paar honderd euro heb ik een half jaar voor lul gelopen.”

“Mijn beste herinneringen bewaar ik aan mijn handmodellenwerk. Knopjes van koffiezetapparaten indrukken, ranja inschenken. Als een model lelijke handen heeft, of nagelbijt, wordt voor de handen een apart iemand gevraagd. Ik heb hele dagen knopjes ingedrukt of gestofzuigd. Ik ben ook voetmodel geweest. Toen moest ik met een camera op mijn hoofd naar de televisie lopen, mijn voeten op een tafeltje leggen, met mijn sokken aan, en dan tv kijken. Het was reclame voor zo’n slimme televisie, dat was toen vet nieuw. Een fantastische dag, ik kreeg er een paar duizend euro voor, geen grapje, en alleen mijn voeten waren in beeld.”

Astronaut

“Ik was altijd al gefascineerd door de ruimte en de sterren, maar toen André Kuipers werd geselecteerd als astronaut stond mijn moeder met de krant voor mijn neus. ‘Kijk Antje, dit kun je dus worden!’ Deze zomer deed de ruimtevaartorganisatie ESA een oproep voor nieuwe astronauten. Dat gebeurt ongeveer eens in de tien jaar, dus ik dacht: dit is mijn kans. Vrouwen werden speciaal aangemoedigd om te solliciteren, en mensen met een onderlichaamhandicap. Er zijn 23.000 aanmeldingen voor acht plekken, dus de kans is niet zo groot. Maar toen André Kuipers werd geselecteerd, waren er ook bijna 10.000 aanmeldingen.”

Zwakke maag

“Ik lijd ernstig aan bewegingsziekte. Zodra mijn ogen en mijn evenwichtsorgaan verschillende informatie ontvangen, krijgen ze ruzie en word ik heel misselijk. De ergste keer was op een schip, onderweg naar één van de Kaapverdische eilanden. Een brakke boot op wilde zee, en ik voelde me zo ellendig dat ik midden op het dek op de grond ben gaan liggen. Tussen de mensen en de rotzooi. Het maakte me allemaal niet meer uit, stap maar op mijn hoofd, dacht ik, dan hoef ik dit niet meer te voelen. Het is heel tragisch, want ik houd heel erg van snelheid en van dingen die bewegen. Boten, vliegtuigen, raketjes. Het maakt me ook niet de ideale kandidaat voor de ruimtevaart, maar ik heb gehoord dat er meer astronauten snel wagenziek of zeeziek worden. Na twee dagen terror in het ruimtestation zou het over moeten gaan.”

Vliegen (1)

“Ik droom van kinds af aan dat ik kan vliegen en over dingen heen zweef. Ik heb mijn hele leven de hoogte in gewild. Na mijn bachelor heb ik mijn vliegbrevet gehaald in Zuid-Afrika. Daar was het goedkoper dan in Nederland en met mooier uitzicht. Op dag één werd ik al misselijk, het waren geen leuke weken, maar de kick van het opstijgen overwint dan toch de ellende.”

Vliegen (2)

“Ik vlieg in principe niet. Ik heb een keer een vriendinnenweekend afgezegd omdat ze met het vliegtuig naar Zuid-Engeland gingen. Toen kwam ik in strijd tussen wie ik wil zijn als vriendin en waar ik voor sta. Ik vind dat ik, nu ik zichtbaar ben, een voorbeeldrol te vervullen heb, en vliegen voor mijn plezier strookt daar niet mee. Het is wel een worsteling. Toen ik vegetariër werd, twintig jaar geleden, vonden mensen dat ingewikkeld. Dat snap ik, want je belast anderen met je principes. Je doet zoiets niet voor je vrienden, maar voor de dieren of de planeet. Maar als je zegt dat je doet wat je denkt dat goed is voor de aarde, zeg je impliciet: jij doet het niet goed. En zo wil ik niet zijn.”

Blije basilicum

“Zo inspirerend. Voor Anna’s Brains gingen we naar Italië, waar een groepje mensen planten verbouwde onder water, in een luchtbel in een koepel. Het klimaat onder water is heel stabiel, het licht ook – altijd blauwig – en het water wordt door verdamping naar de plantjes gebracht en condenseert dan weer. Een perfect circulair systeem, zonder bestrijdingsmiddelen, en het was mega lekkere basilicum. In Anna’s Brains ging een groep jonge wetenschappers en uitvinders aan de slag met vragen van BN’ers. Kan ik praten met mijn huisdier? Kan ik de bliksem gebruiken om mijn elektrische auto op te laden? De aflevering met de basilicum ging over de vraag: kan ik onder water wonen? Zo’n typische vraag van mensen die zitten te blowen. Jaaaa, de wereld overstroomt, er is woningtekort, wat nou als we ónder water…?”

Kak

“Dat zeg ik helaas heel vaak. Ik ben best grofgebekt, merk ik. Ik zeg alles wat ik denk, en als er iets misgaat zeg ik dus kak, of shit, of kut. Bij De Slimste Mens deed ik het ook, in the heat of the moment. Ik snap niet hoe anderen er zo emotieloos kunnen zitten. Een krant schreef: Anna Gimbrère gebruikt alle scheldwoorden van drie of vier letters. Inmiddels probeer ik er erg op te letten. En ik heb het voordeel dat ik programma’s maak waar mijn scheldwoorden er bij de montage meestal kunnen worden uitgeknipt.”

Schildpadden

“Na mijn middelbare school wilde ik in een tussenjaar iets van natuurbescherming doen. Ik heb toen in een schildpaddenreservaat in Costa Rica gewerkt. De eieren van schildpadden zijn een makkelijke prooi voor stropers en wilde dieren, dus als zo’n dier haar eieren had gelegd – een prachtig gezicht, ze is dan helemaal in trance – groeven wij ze op en brachten we ze naar een veilige plek. Als de eieren bijna uit kwamen, brachten we ze weer terug naar precies hetzelfde stukje strand en gingen de schildpadjes de zee in. Het was dweilen met de kraan open, want het grote probleem waren de netten van de garnalenvissers. Daar raken schildpadden in verstrikt. Ik heb meer lege schilden zien aanspoelen dan levende dieren. Als 18-jarige ben je naïef en denk je dat het goedkomt met de wereld. Maar dit was een klap in mijn gezicht. Dat je leert dat het ondanks alle goede bedoelingen toch mis kan gaan.”

Oude witte mannen

“Ik had veel baat gehad bij een jonge vrouw die het gezicht was van de wetenschap. Die waren er heel weinig, waardoor de drempel voor mij hoger was om natuurkunde te gaan doen. Als je alleen maar mannen ziet, denk je: misschien ís het wel een mannenvak, misschien zijn vrouwen er minder goed in. Nu zeggen mensen tegen mij: mijn dochter wil doen wat jij doet. Dus pak ik alle aandacht die ik pakken kan, omdat ik denk: misschien kan ik iemand net dat beetje extra vertrouwen geven.”

“Tegelijk heb ik heel erg geprofiteerd van het feit dat er behoefte was aan meer vrouwen op televisie en meer vrouwen die over wetenschap praten. Dus ik wil graag alle oude witte mannen bedanken voor het geven van kansen aan deze jonge ambitieuze vrouw.”

Herman van der Zandt

“Mijn liefde. Op een van onze eerste dates waren we uit eten, in Fiorita, een Amsterdams restaurant dat toen net open was, en opeens kwam er een vrouw naar hem toe met een brief, om hem te bedanken voor de Tour de France en de Avondetappe. Ze zat met vriendinnen een paar tafels verderop, laveloos, en kwam een dronken serenade brengen. Toen dacht ik: dit is wel anders dan daten met een jongen die niemand kent. Er zijn dus mensen die hem als een ster zien en hem de liefde verklaren, waar ik gewoon naast zit.”

Henk Bakboord

“Die man heeft zo’n ander gezicht van mijn stad meegemaakt. Nu vind ik Amsterdam nogal braaf, maar toen was het rauw. En hij ging all in volgens mij. Dat intrigeert me wel.”

Meer over