PlusNieuws

Wereldprimeur voor Nederlands Forensisch Instituut: criminelen sneller in beeld door nieuwe dna-techniek

De kans dat een inbreker gepakt wordt is groter dan ooit, dankzij een nieuwe uitvinding bij het Nederlands Forensisch Instituut (NFI). Dat heeft al aan minuscuul spoor – bijvoorbeeld een bloeddruppeltje – genoeg om de inbreker in beeld te krijgen.

Sander Sonnemans
Door de nieuwe dna-technieken kunnen politie en justitie eerder op jacht naar verdachten.  Beeld Niels Wenstedt/ANP
Door de nieuwe dna-technieken kunnen politie en justitie eerder op jacht naar verdachten.Beeld Niels Wenstedt/ANP

In een tv-serie als CSI lukt het onderzoekers vaak binnen een aflevering van een uur om een dna-spoor te matchen aan een crimineel. Dat kan alleen op televisie. In het echt duurde het bij het NFI enkele weken om een dna-spoor te vergelijken met dna-profielen in de databank. Nu heeft het NFI aan drie dagen genoeg. Daarmee heeft het een wereldprimeur.

Het NFI is het eerste forensisch instituut ter wereld dat gebruikmaakt van software om dit gedeelte van het onderzoekstraject te automatiseren. Als je niet beter weet, zou het markante gebouw op het bedrijventerrein tussen de Haagse wijk Ypenburg en de A4 een doorsnee kantoor kunnen zijn. Eenmaal langs de beveiliging zijn het niet bepaald kantoorgeluiden die er regeren, maar heerst er stilte.

In afgesloten ruimten, achter glas, volgen laboranten in serene rust wat er oplicht op de beeldschermen. Daar gebeurt het. Analyseren, interpreteren en vergelijken van dna-sporen: het wordt allemaal door computers gedaan. Die kunnen uiteindelijk de verdachten in beeld brengen. En nog supersnel ook.

Barcodes en robots

Wie in de Rotterdamse regio bij een misdrijf dna-materiaal achterlaat, loopt dus het risico al binnen drie dagen bij de politie bekend te zijn. Dat is te danken aan de ‘snelle identificatielijn’; nieuwe technologie die door het NFI is ontwikkeld voor dna-onderzoek. Politie en het Openbaar Ministerie in Rotterdam mogen er een half jaar op proef gebruik van maken.

Het dna-onderzoek in het laboratorium van het NFI is sinds 2014 een geautomatiseerd proces. Dat heeft zo zijn voordelen. “Bij het handmatige proces kunnen onbedoeld sporen vermengd raken met dna van de onderzoekers of kunnen monsters worden verwisseld,” zegt Sander Kneppers, programmamanager innovatie en technologie bij het NFI. “Met de automatisering loop je deze risico’s niet meer. Er wordt met barcodes gewerkt en robots die de handelingen uitvoeren. Dat maakt de risico’s veel kleiner.”

Eerder op jacht

De ‘snelle ID-lijn’ heeft nu ook de laatste stappen van het dna-onderzoek geautomatiseerd. De analyse en interpretatie, de vergelijking met andere dna-profielen en het opmaken van de rapportage werden altijd door deskundigen gedaan. Bij de snelle ID-lijn zijn deze stappen nu ook geautomatiseerd, met als grote voordeel dat politie en justitie eerder op jacht kunnen gaan naar verdachten.

Kneppers (55): “Omdat je sneller een resultaat van een dna-onderzoek hebt, kun je sneller anticiperen in een lopend onderzoek. Zo kan de politie in een vroeger stadium bijvoorbeeld camerabeelden veiligstellen. Je vergaart sneller aanvullend bewijs. Daarmee kun je in de opsporing voorkomen dat de politie te veel onderzoek doet dat tijdrovend is en veel mankracht kost.”

Het NFI draait 50.000 zaken per jaar. Kneppers verwacht dat de nieuwe methode bij het grootste gedeelte daarvan kan worden ingezet. De ‘snelle ID-lijn’ is niet alleen voor onderzoeken naar een moord of andere zware misdrijven, maar bijvoorbeeld ook naar een serie inbraken. Het meeste handwerk zit nu bij het begin van het onderzoek. “De politie haalt bijvoorbeeld dna-sporen van een mes en stuurt die naar het NFI. Daarna start bij ons een reeks van geautomatiseerde processen.”

Cijfercode

Kneppers geeft een voorbeeld van sporen van inbraak, die veel worden ingestuurd voor dna-onderzoek. “Er wordt een ruitje ingetikt en de inbreker snijdt zich. Met een wattenstaafje wordt iets van het achtergelaten bloed ‘opgepakt’. Wij bekijken dat dan aan de hand van onze technieken waarmee we het dna zichtbaar maken en een dna-profiel kunnen opmaken.”

“Dat profiel is niets anders dan een cijfercode. Daarmee kunnen we in de databank kijken of die code overeenkomt met het dna-profiel van een veroordeelde of van een door de politie meegestuurd profiel van iemand anders die in de zaak voorkomt. Als je in de databank dus een zelfde cijfercode tegenkomt, heb je een naam en een geboortedatum.”

“Vinden we geen match? Dan wordt de cijfercode opgeslagen in de databank en wordt die vergeleken met dna-profielen van sporen uit andere zaken. Daar kunnen dan ook overeenkomsten mee ontstaan. Dat zie je veel bij veelplegers: dan heb je nog geen naam – alleen een overeenkomst met een dna-profiel uit een ander spoor – maar kun je wel zaken aan elkaar koppelen. Dat brengt je een stap verder in het onderzoek.”

Allemaal mooi en aardig die 'snelle ID-lijn’; politie en justitie moeten wel in gelijke tred mee kunnen gaan. “Daar is de pilot ook voor,” zegt Kneppers. “De politie moet de capaciteit hebben om ons snel een spoor te leveren. Na de analyse van het NFI gaat het rapport zo snel mogelijk naar het onderzoeksteam van de politie. Dan is het ook van belang dat de zaak weer snel kan worden opgepakt en het Openbaar Ministerie de zaak ook weer zo snel mogelijk kan aanbrengen bij de rechtbank. De betrokken partijen moeten dus in het zelfde tempo mee om goed te profiteren van de ontwikkeling.”

Schietincidenten

“De snelheid van het dna-onderzoek is cruciaal om de opsporingskansen te vergroten,” zegt Mirella de Heer (43), projectleider van de proeftuin bij de Rotterdamse politie. “Het is dus de bedoeling dat we stappen maken om er in mee te gaan. Het NFI is afhankelijk van de sporen die wij aanleveren. Hoe sneller wij het dna-resultaat tot onze beschikking hebben, hoe sneller we kunnen kijken of er vluchtige gegevens beschikbaar zijn, zoals zendmastgegevens of camerabeelden.”

Bij de proef met het geautomatiseerde dna-onderzoek gaat het vaak om sporen die bij veelvoorkomende criminaliteit worden gevonden, bijvoorbeeld bij inbraken. “Maar we hebben ook sporen van schietincidenten én de recente rellen op de Coolsingel ingestuurd,” zegt Stefan van den Bergh (38), specialist bij de recherche.

“In dat laatste geval moet je denken aan sporen op voorwerpen die bij de rellen zijn gebruikt. In de zoektocht naar de identiteit van de geweldplegers is de snelle ID-lijn een uitkomst. Alleen dna hoeft niets te zeggen, je moet meer bewijs hebben. Met de uitslag van het NFI gaan we dan snel achter camerabeelden aan om te bekijken of de persoon daar op staat.”

‘Mooie resultaten’

De Heer vertelt dat inmiddels al in veertien zaken – variërend van vermogensdelicten tot vuurwapengebruik – sporen zijn ingestuurd. “Vijf dna-profielen kwamen overeen met profielen in de databank. Aan de hand van het resultaat bepalen we hoe we verder gaan in die onderzoeken. Dankzij de snelle ID-lijn kunnen we bijvoorbeeld inbrekers sneller van straat halen, waarmee we andere inbraken kunnen voorkomen.”

Van den Bergh vult aan: “Het is ook fijn als we de slachtoffers van zo’n ernstig delict snel kunnen vertellen dat we een verdachte hebben. De mensen zijn opgelucht als ze dat horen.”

Volgens Van den Bergh en De Heer zijn er al ‘mooie resultaten’ geboekt, onder meer bij een schietpartij. In die zaak kon na een snelle hit in de dna-databank een verdachte worden aangehouden die op een later tijdstip mogelijk veel moeilijker vindbaar was geweest. In diezelfde zaak bleek een tweede verdachte al vast te zitten voor een ander strafbaar feit. Die persoon stond op het punt te worden vrijgelaten, maar kon dankzij het resultaat van de snelle ID-lijn worden vastgehouden.

Ook het OM is blij met de nieuwe ontwikkelingen. ‘Met de komst van de snelle ID-lijn zijn we in staat sneller stukjes van de puzzel in een strafrechtelijk onderzoek te leggen,’ zegt officier van justitie Marieke Vreugdenhil op de website van het NFI. ‘Hiermee kunnen we misdrijven sneller oplossen en als OM verdachten sneller voor de rechter brengen. Het geeft ons dus extra slagkracht.’