PlusAchtergrond

Wat kan het kabinet doen om koopkrachtdreun op te vangen?

Het kabinet heeft nog ruim twee weken om iets te doen aan de voortrazende koopkrachtcrisis. Opties zijn er genoeg, maar aan elke maatregel zitten haken en ogen.

Laurens Kok
Een gezin met vier kinderen is dit jaar al snel 1500 euro meer kwijt aan boodschappen. Beeld Rosa Snijders
Een gezin met vier kinderen is dit jaar al snel 1500 euro meer kwijt aan boodschappen.Beeld Rosa Snijders

Er is geen ontkomen meer aan: Nederland zit in een koopkrachtcrisis. De prijzen in de supermarkt zijn in elf maanden tijd met 18,5 procent gestegen. Een gezin met vier kinderen betaalt daardoor al snel 1500 euro per jaar meer voor de boodschappen. En wie vorig jaar nog 2000 euro betaalde voor gas en licht, kan nu zomaar 6500 euro kwijt zijn voor een nieuw energiecontract.

Alle ogen zijn daarom gericht op het kabinet, dat volgende week terugkeert van reces. Een ronde langs regeringspartijen leert dat de onderhandelingen over de begroting, die op 26 augustus klaar moet zijn, zelden zo belangrijk waren als dit jaar. Dat er wat moet gebeuren, daar zijn VVD, D66, CDA en ChristenUnie zich wel van bewust. Maar wat te doen? De volgende ideeën komen in de discussie tot dusver langs.

Algehele lastenverlichting

Belastingverlaging is de simpelste manier om mensen wat meer financiële lucht te geven. Zoals ieder jaar zal het kabinet zich ook deze augustusmaand buigen over de vraag aan welke belastingschijven en -kortingen gedraaid moet worden. Doorgaans is dat een beproefd middel om de beruchte koopkrachtplaatjes een beetje op te poetsen.

Maar waar het voorheen meestal ging over 0,1 procentpunt meer of minder, zullen de koopkrachtverliezen ditmaal waarschijnlijk een veelvoud daarvan zijn die niet zomaar met een draai aan de knop zijn op te lossen. Bovendien kost zo’n ingreep ontzettend veel geld. Een verhoging van de algemene heffingskorting met 100 euro kost bijvoorbeeld al bijna 1 miljard euro, terwijl veel mensen met een dergelijk bedrag niet geholpen zijn.

Ook heeft het kabinet al meermaals gewaarschuwd dat de bomen niet tot in de hemel groeien en dat we ‘allemaal een beetje armer’ worden. Op vrijdag 19 augustus wordt bekend hoeveel speelruimte er is: dan komt het Centraal Planbureau met een nieuwe raming en wordt ook bekend hoe hoog het begrotingstekort uitvalt.

Een hogere zorgtoeslag

Dit plan van de PvdA en GroenLinks werd voor de zomer aanvankelijk welwillend bekeken door het kabinet. Hoewel de zorgtoeslag eigenlijk niet is bedoeld om de boodschappen te betalen, is de doelgroep die hem krijgt wel het grootste slachtoffer van de stijgende prijzen. Het zijn de mensen die een inkomen hebben van bijstandsniveau tot net iets boven modaal (maximaal 31.998 euro bruto voor alleenstaanden, 40.944 euro voor stellen). Zij spenderen een relatief groot deel van hun inkomen aan eten en energie en kunnen als eerste hun rekeningen niet meer betalen.

Toch wees het kabinet verhoging van de zorgtoeslag eerder af, omdat het voor de Belastingdienst – die nog altijd kamp met ict-problemen – niet mogelijk was gedurende het jaar de verandering door te voeren. Voor 2023 kan dat weleens anders liggen.

Een hogere energietoeslag

Dit voorjaar werd besloten dat mensen die tot 120 procent van het sociaal minimum verdienen (1310,05 euro per maand voor alleenstaanden, 1871,50 euro voor stellen) via de gemeente 800 euro krijgen. Voor de zomer kwam daar nog eens 500 euro bovenop. Het kabinet kan besluiten om deze groep laagste inkomens opnieuw financieel te hulp te schieten. Nadeel is wel dat iedereen die net iets meer verdient, er niet voor in aanmerking komt. Ook loopt de uitbetaling nog niet in alle gemeenten even soepel.

Een hoger minimumloon

Het kabinet maakte eerder bekend dat het minimumloon een jaar eerder, vanaf 2023, met 2,5 procent omhoog gaat, naar 11,94 euro per uur. Ook de AOW en bijstand stijgen mee. In drie jaren wordt het minimumloon in totaal met 7,5 procent opgekrikt. Niet alleen mensen met een uitkering of in de laagstbetaalde banen profiteren hiervan: door de stijging ontstaat ook opwaartse druk op de lonen van mensen die net iets meer verdienen. Dat is precies waar het kabinet werkgevers al jaren toe oproept.

Minister Carola Schouten (Armoedebeleid, ChristenUnie) zei dat het kabinet telkens wel met nieuwe regelingen kan komen, maar dat het beter is als mensen van hun inkomen rond kunnen komen. Dus komt de vraag op tafel of het minimumloon niet veel sneller of harder zou moeten stijgen. D66 en ChristenUnie voelen daar wel voor, maar de VVD is bezorgd dat meestijgende uitkeringen werk minder aantrekkelijk maken.

Prijzen wettelijk bevriezen

In de aanloop naar de gemeenteraadsverkiezingen opperde GroenLinksleider Jesse Klaver om de Prijzenwet uit 1961 van stal te halen. Die maakt het mogelijk om, in een zich plotseling voordoende noodsituatie, de prijzen van bijvoorbeeld voedsel of energie te maximeren. Dit idee lijkt in de centrumrechtse coalitie niet aan te slaan: vooral de liberale partijen voelen niet voor dergelijk overheidsingrijpen in de vrije markt.

Accijnzen langer verlagen

Sinds 1 april betalen Nederlanders minder aan de pomp door een accijnsverlaging. Benzine is daardoor nu 17,3 cent per liter goedkoper, diesel 11,1 cent en lpg 4,1 cent. Het gaat in eerste instantie om een tijdelijke maatregel, die op 1 januari weer afloopt. Maar het kabinet kan besluiten om de accijnzen ook volgend jaar lager te houden.

De kritiek van economen is dat deze maatregel ongericht is en vooral neerkomt bij Nederlanders met een benzineslurper die zo’n voordeel niet nodig hebben. Daarnaast zijn de benzineprijzen de laatste tijd aan het dalen. Vanuit D66 wordt erop gewezen dat vanaf 1 januari de onbelaste kilometervergoeding met 2 cent wordt verhoogd naar 21 cent per kilometer.

Onbelaste energievergoeding voor werknemers

Dit is een idee uit de koker van Jacco Vonhof, voorzitter van MKB Nederland. Hij stelt dat werkgevers best bereid zijn hun personeel een extra vergoeding te betalen om de gestegen energiekosten op te vangen. Struikelblok is dat extra personeelsuitkeringen heel zwaar belast worden. Het kabinet zou het daarom mogelijk moeten maken om een bepaald bedrag belastingvrij te schenken aan het personeel. Het lastige hier is of de Belastingdienst met zo’n regeling uit de voeten kan.

Inkomensafhankelijke energiesubsidie

Ook Eneco deed een duit in het zakje. Het energiebedrijf stelt dat de tijdelijke maatregelen om de energiekosten te verlagen te weinig zoden aan de dijk zetten voor lagere inkomens.

Zo heeft het kabinet voor 2022 de energiekorting verhoogd met 265 euro en sinds 1 juli het btw-tarief verlaagd: hierdoor bespaart een huishouden met een gemiddeld energieverbruik (1.170 kubieke meter gas en 2.384 kilowattuur stroom) 545 euro op de energierekening. Maar dat is een druppel op een gloeiende plaat voor mensen die in een slecht geïsoleerd huis wonen en geen hoog inkomen hebben.

Een inkomensafhankelijke korting zou volgens Eneco meer zoden aan de dijk zetten. Het is ook hier sterk de vraag of zo’n maatregel uitvoerbaar is: de Belastingdienst drukte de afgelopen jaren al vaker op de stopknop.