PlusAchtergrond

Waarom zijn we geneigd nepnieuws zo snel te geloven?

Waarom gelooft de een in complottheorieën en de ander niet? Hoogleraar Bob Fennis doet onderzoek. Mensen zijn verrassend snel geneigd onzin te geloven, zo blijkt.

Hans van Soest
Sommige Nederlanders beweren dat je laten inenten tegen corona gelijkstaat aan zelfmoord.  Beeld Joris van Gennip
Sommige Nederlanders beweren dat je laten inenten tegen corona gelijkstaat aan zelfmoord.Beeld Joris van Gennip

Tegenstanders van 5G steken zendmasten in brand, omdat ze ervan overtuigd zijn dat de straling corona veroorzaakt. Anderen weigeren zich te laten vaccineren, omdat ze geloven dat de overheid een chip wil injecteren. In de Verenigde Staten bestormden Trump-aanhangers het Capitool, omdat ze zeker wisten dat er was gerommeld met de verkiezingsuitslag.

Hoogleraar consumentengedrag Bob Fennis doet al jaren onderzoek naar beïnvloeding. Dit voorjaar gaf de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO) hem een subsidie om uit te vinden waarom de een bevattelijker is voor misleidende reclame en nepnieuws dan de ander.

Hoe onderzoek je zoiets?

“Psychologische tests werken niet anders dan medische onderzoeken: artsen geven de ene groep een geneesmiddel en de andere groep een placebo. Na een tijdje kijken ze of er verschil is in de gezondheid van beide groepen. Zo werken wij ook met het geven van informatie.”

“Eerder deden wij onderzoek naar reclames. De ene groep kreeg een huidcrème te zien met een neutrale boodschap. De anderen zagen dezelfde crème, maar nu met een misleidende, evidente bullshitclaim in het Engels, zoals ‘the nucleus of sublimation is the whom of our bliss’. Het betekent helemaal niets, maar je denkt al snel: wauw, diep! En wat bleek? De tweede groep bleek eerder geneigd de crème te kopen.”

Werkt het met nepnieuws hetzelfde als met reclame?

“Dat gaan we onderzoeken, maar ik denk van wel. Dat komt doordat we geneigd zijn alle informatie die de hele dag tot ons komt, in eerste instantie te geloven. Het kost te veel energie om alles eerst te moeten controleren. Dat doen we pas als er in ons hoofd een rood sein afgaat. Mensen zijn niet naïef, we kunnen heel goed waarheid van een leugen onderscheiden, maar reclamemakers hebben manieren gevonden om die rode seinen te omzeilen. Hetzelfde geldt voor verzenders van nepnieuws.”

Hoe werkt dat dan?

“Bijvoorbeeld het tonen van beelden geeft een claim iets waarachtigs. Als ik bij een verhaal op internet een foto zie staan, ben ik eerder geneigd dat verhaal te geloven, zelfs als de foto niet direct iets met het verhaal te maken heeft. Dat komt doordat we beelden interpreteren als weergave van de werkelijkheid. Aanhangers van de QAnon-theorie geloven dat machthebbers kinderen misbruikten in een pizzeria in Washington. Als er bij zo’n verhaal een foto staat van een pizzeria, zijn mensen eerder geneigd het te geloven. Het leidde ertoe dat iemand met een geweer naar die pizzeria ging.”

Wat maakt nog meer dat ik een verhaal geloof?

“Herhaling! Elke herhaling maakt iets in mijn hoofd meer waar. Trump bleef maar herhalen dat hij de verkiezingen had gewonnen. En als het ook door anderen wordt herhaald, ontstaat een zelfversterkend effect in mijn hoofd: niet alleen Trump zegt het, maar die ook en die ook, dan zal er toch wel iets van waar zijn.”

“Daarnaast is er de kracht van verbeelding. Wanneer informatie in een verhaal is gegoten, ben ik eerder geneigd het te geloven. Als ik vertel dat x procent van de mensen x procent kans loopt om besmet te raken in een vliegtuig, registreer ik dat minder scherp dan wanneer ik vertel: Ben zat in een krap vliegtuig en de man naast hem begon enorm te niezen en te hoesten. Hoeveel kans denk je dat Ben had om besmet te raken? Na die vraag schatten mensen de kans op besmetting veel hoger in.”

Wat gebeurt er dan in ons hoofd?

“Kort gezegd: als ik het me kan voorstellen, dan is het zo. Bij vliegtuigen denken we automatisch aan een krappe ruimte, dat beïnvloedt de boodschap. Veel mensen hebben geen hoge pet op van de overheid: politici zitten maar een beetje te konkelfoezen. Als er dan iemand is die zegt: ‘Vind je het niet heel toevallig dat regeringsleiders net bij elkaar waren en er daarna een pandemie uitbrak?’, dan zijn mensen die al een slecht beeld van de overheid hadden eerder geneigd die twee dingen met elkaar te verknopen. Je ziet het bij mensen die tegen vaccineren zijn. Vaak wantrouwen die de overheid, maar ook wat er in ons eten zit of zendmasten. Die mensen zijn daardoor eerder geneigd te geloven dat een machtige poppenspeler alles bestuurt.”

Een op de vijf Amerikanen gelooft nepnieuws over corona. Is dat in Nederland ook zo?

“Er is geen enkele reden om aan te nemen dat wij minder goedgelovig zijn. Ook wij zitten veel op internet. Door de groei van sociale media is het aanbod van nepnieuws geëxplodeerd. Het probleem met sociale media is dat zij bijhouden wat je eerder las. Daarna schotelen ze je steeds voor wat je eerder hebt gelezen, omdat die bedrijven denken dat je dat leuk vindt. Zo kom je in een informatiebubbel terecht waarin telkens hetzelfde soort nieuws wordt rondgepompt en je ander nieuws wordt onthouden. Door die herhaling wordt iets ‘waar’.”

null Beeld Getty Images
Beeld Getty Images

Zijn we vatbaarder voor nepnieuws in een pandemie?

“Zeker. Stress ondergraaft de controle op de wereld om ons heen. We hebben behoefte aan controle. Een complottheorie over Bill Gates die het allemaal heeft bedacht, geeft structuur aan de onvoorspelbare werkelijkheid. Hoe beïnvloedbaar we zijn voor misinformatie, heeft ook niets te maken met opleidingsniveau. Er is wel een link met persoonlijkheidskenmerken. De een is kritischer dan de ander. Impulsieve mensen worden sneller verleid door schijnbare diepgang, zoals in het voorbeeld over die huidcrème. Of voor een claim als: ‘vind je het niet toevallig dat’, en dan worden er ineens twee dingen aan elkaar verknoopt. Het idee dat jij doorziet wat er echt aan de hand is, daarvoor is de een gevoeliger dan de ander.”

Is nepnieuws niet van alle tijden? In de middeleeuwen gingen er bijvoorbeeld complottheorieën rond over Joden.

“De mens is van nature beïnvloedbaar. Dat heeft ook een evolutionaire functie. We zijn sociale wezens die alleen kunnen overleven door samen te werken. Dat betekent dat we geneigd zijn ons open te stellen voor anderen. Beïnvloeding is dus niet alleen maar slecht. De geschiedenis leert ook dat we leren. Zo zijn we nu al minder vatbaar voor reclameboodschappen dan in de jaren 50. We weten dat we worden misleid als het reclameblok begint en zijn daardoor alerter. Dat is hoopgevend.”

Hoe kunnen we ook alerter worden op nepnieuws?

“Iedereen – ook ik – trapt wel eens in een claim van een bedrijf of een persoon die onwaar blijkt. Niet erg. Het wordt pas gevaarlijk als we het regeringsgebouw bestormen. Het is goed als we af en toe een stapje terugdoen en ons afvragen: waarom wil ik dit product kopen? Of: waarom wil ik me niet laten vaccineren? Op welke informatie baseer ik me? Daarbij helpt het als sociale media een waarschuwing bij berichten zetten. Onderzoek wijst uit dat als bijvoorbeeld Twitter ergens ‘oppassen’ bij zet, in mijn hoofd automatisch de radar aangaat.”

Dus waarschuwen is genoeg?

“Nee, maar het zorgt wel dat er een rood sein afgaat. Het is geen blijvend effect, maar ik ben wel even wakker. Wat in elk geval weinig effect heeft, zijn verhalen in kranten waarin stellingen worden ontkracht, die factcheckers. Als ik al tientallen keren gehoord heb dat Trump de verkiezingen heeft gewonnen, is er onbewust in mijn hoofd een dikke staalkabel gespannen tussen de woorden Trump en winst. Als ik dan één verhaal lees waarin staat dat alle stembureaus zijn gecontroleerd en dat hij wel degelijk verloren heeft, wordt er in mijn hoofd tussen de woorden Trump en verlies een dun nylondraadje gespannen.”

“Simpele correcties van nepnieuws worden altijd weggedrukt in de zee van herhaling waarin nepnieuws wordt rondgepompt. Je staat altijd met 10-0 achter.”

Bob Fennis. Beeld reyer boxem
Bob Fennis.Beeld reyer boxem

Bob Fennis

Bob Fennis (Tilburg, 1968) is hoogleraar consumentengedrag aan de Rijks­universiteit Groningen en doet al jaren onderzoek naar hoe reclame werkt en hoe we onbewust worden beïnvloed.

Hij ontving dit jaar een NWO-subsidie van 300.000 euro om verder te onderzoeken hoe het komt dat we soms makkelijk (en soms juist moeilijk) reclame of nepnieuws geloven.

Fennis studeerde sociale psychologie aan de Universiteit Utrecht en communicatiewetenschap aan de Radboud Universiteit Nijmegen waar hij cum laude slaagde. Hij promoveerde op een proefschrift over de invloed van gezondheidsreclame op televisie.

Meer over