PlusExclusief

Waarom nog naar een overbelaste GGD na een positieve thuistest?

Testen geldt al twee jaar als cruciaal middel in de strijd tegen corona. Maar hoe zinvol is massaal testen bij de GGD nog, als honderdduizenden mensen per week positief zijn, bron- en contactonderzoek volledig plat ligt en de thuistest steeds meer ingeburgerd is? ‘Júíst op dit moment wil je zicht op het virus houden.’

Sander van Mersbergen
Medewerkers van Defensie worden opgeleid om GGD’en te helpen bij het uitvoeren van tests. Beeld Remko de Waal/ANP
Medewerkers van Defensie worden opgeleid om GGD’en te helpen bij het uitvoeren van tests.Beeld Remko de Waal/ANP

Testen, testen, testen. Op 17 maart 2020, tijdens de eerste fase van de crisis, benoemde WHO-baas Tedros Adhanom Ghebreyesus dit al als een van de kernpunten van de coronabestrijding. “Je kunt een vuur niet bestrijden als je geblinddoekt bent,” voegde de Ethiopische directeur-generaal daaraan toe. Met andere woorden: om een virus onder controle te houden, moet je weten wie er besmet zijn.

Nu, bijna twee jaar later, test Nederland zich een ongeluk. Bijna 1 miljoen mensen meldden zich de afgelopen week in de teststraat van de GGD. Daarbovenop is er nog een onbekend aantal Nederlanders dat zich beperkt tot een thuistest, omdat ze geen zin hebben in de wachttijden bij de GGD. Maar helpt al dat testen ons nog om het virus onder controle te houden? Of, om in de woorden van Tedros te spreken: hebben we genoeg zicht op de coronabrand om hem ook echt te blussen?

Overbelast

Daar kun je vraagtekens bij zetten. De omikronvariant grijpt wild om zich heen. Vorige week testten ruim 400.000 Nederlanders positief. Het daadwerkelijk aantal besmettingen ligt vermoedelijk nog hoger. De GGD’s zijn zo overbelast dat er van bron- en contactonderzoek geen sprake meer is. “Al onze energie gaat nu naar het bemensen van het testproces,” zegt een woordvoerder. “Het informeren van nauwe contacten moet nu echt door de besmette persoon zelf gebeuren.”

De vraag is wat het voor mensen met een positieve zelftest nog toevoegt om naar de GGD te gaan. Ze kunnen zich immers ook aan de quarantaineregels houden zonder bevestiging van de GGD. De meeste mensen worden niet zwaar ziek door de omikronvariant, en hebben dus ook geen medische begeleiding nodig.

Nieuwe varianten

En toch is het van groot belang dat mensen nog steeds een officiële test doen, zegt Susan van den Hof, hoofd van het Centrum voor Epidemiologie en Surveillance van Infectieziekten bij het RIVM. “Juist op dit moment, nu het aantal besmettingen toeneemt en er toch versoepeld wordt, willen we zicht houden op wat er gebeurt en weten wáár de besmettingen plaatsvinden.”

Dat er nog steeds zoveel getest wordt, heeft een aantal duidelijke voordelen, stelt Van den Hof. “Testen helpt om zicht te houden op nieuwe varianten. Testen bij de GGD zijn gevoeliger dan thuistesten, en kunnen besmettingen daardoor eerder en vaker opmerken. Zeker bij kwetsbare mensen is dat belangrijk. Ook geeft het inzicht in het effect van vaccinaties. We kunnen daarmee volgen hoe goed die vaccinaties beschermen tegen besmetting en tegen ziekenhuisopname.”

Daarnaast zijn er nog de praktische voordelen. “Je kunt zeggen: laat iedereen zelf thuis sneltesten doen. Maar die zijn niet gratis. Een GGD-test is dat wel, dat maakt het voor sommigen laagdrempelig. Bovendien heb je nog steeds een positieve PCR-test nodig om een officieel herstelbewijs te krijgen.”

Wel rijst de vraag hoe lang de huidige manier van werken nog houdbaar is. De GGD’s zitten aan hun maximumcapaciteit, en hebben nu de hulp nodig van de Testen voor Toegang-locaties om het allemaal te kunnen bolwerken. Bij die commerciële partijen krijgen mensen een antigeentest, vergelijkbaar met de test die ze thuis kunnen doen. Draagt dit alles nog wel iets bij, nu we richting de honderdduizend positieve gevallen per dag gaan?

Zelf registreren?

Viroloog Annemarie Wensing van het UMC Utrecht suggereerde woensdag in de Volkskrant om mensen met een positieve zelftest de mogelijkheid te bieden die uitslag zelf te registreren. “Zo houd je toch overzicht over de aantallen besmettingen.” Ook het Outbreak Management Team (OMT) oppert in een recent advies om in geval van nood de bevestigingstest bij de GGD te laten vallen. Op dit moment is het capaciteitstekort bij de GGD echter nog niet zo urgent dat dit meteen ingevoerd moet worden, stelt het OMT.

Op de lange termijn wil ook Van den Hof toe naar een andere situatie. “Op den duur wil je niet meer dat iedereen zich bij elk kuchje hoeft te testen. Dat kan op het moment dat corona geen acuut gevaar meer oplevert voor de beschikbaarheid van zorg. Over een paar maanden zijn we misschien zo ver, maar nu nog niet.”

Over de situatie na de acute fase wordt al wel nagedacht. Nivel, het kennisinstituut dat in Nederland ook de verspreiding van bijvoorbeeld influenza en het rs-virus monitort, bouwt in samenwerking met het RIVM al aan een structuur om het coronavirus in de toekomst goed te kunnen monitoren, zónder dat iedereen zich nog hoeft te laten testen. Voor als corona echt een griepje is geworden.

Peilstations

“We hebben nu peilstations bij veertig huisartsenpraktijken, dat breiden we uit naar 140,” zegt Mariëtte Hooiveld, projectleider Surveillance bij Nivel. “De bedoeling is dat alle huisartsen die bij zo’n praktijk werken wekelijks bij twee tot vijf mensen een keelneuswatje afnemen, om te zien welke virussen ze bij zich dragen. Dan heb je het dus echt over een steekproef. Je kunt dan globaal zien hoe het virus zich ontwikkelt, of de verspreiding toe- of afneemt.”

Voor nu is zo’n globaal beeld nog niet voldoende, stelt Van den Hof. “Zolang Covid wereldwijd niet onder controle is, is het niet verstandig om de huidige teststructuur af te tuigen. Stel dat er straks weer een nieuwe variant komt, dan wil je daarop kunnen reageren. We moeten flexibel blijven.”