Analyse

Waarom de politiek twijfelt over extra belasting voor energiebedrijven

VVD, CDA, D66 en ChristenUnie buigen zich vandaag over de vraag hoe de klap van de hoge energierekeningen kan worden verzacht. Er wordt geroepen om een ‘superbelasting’ voor de energie­bedrijven, maar het kabinet voelt daar weinig voor.

Tobias den Hartog
De raffinaderij van Shell in Pernis. Beeld ANP
De raffinaderij van Shell in Pernis.Beeld ANP

Het ‘klinkt aardig’, maar het is ‘niet uitvoerbaar’, en al met al ‘gewoon geen goed voorstel’. Althans, dat zei staatssecretaris Marnix van Rij (Financiën) vorige maand nog over het pleidooi voor aanvullende belasting. Nu de energieprijzen de pan uit rijzen en steeds meer Nederlanders hoge rekeningen zien of vrezen, klinkt de roep om het extra belasten van energieproducenten steeds luider.

Een zogenoemde windfall tax – het eenmalig extra belasten van bedrijven die de wind in de rug hebben – klinkt ook best logisch. De firma’s hebben meer inkomsten, dus nu iedereen lijdt, mag er solidariteit worden verwacht. Olie- en gasreus Shell boekte onlangs nog 17,6 miljard euro winst, over een periode van drie maanden.

Landen als Italië, Spanje, Roemenië, Slowakije, Bulgarije, Hongarije en het Verenigd Koninkrijk doen het. Dus waarom wij niet ook? Volgens het kabinet ligt het allemaal net even anders.

Toch een verschil

Hoewel diverse landen spreken van een windfall tax, wordt die term niet overal hetzelfde uitgelegd. Het gaat lang niet altijd om een eenmalige belasting en in een paar gevallen zelfs om heffingen die voor langere tijd gelden. Toch een verschil.

En in Roemenië is de ‘nieuwe’ belasting gekoppeld aan de omzet van een bedrijf en niet aan de winst. Omzet wordt in Nederland al belast via de mijnbouwheffingen. In Hongarije worden weer niet alleen energiereuzen belast, maar ook banken, retailers en luchtvaartmaatschappijen. Niet erg ‘gericht’ op specifieke winst, aldus Van Rij.

Regels van de Europese Unie zouden het bovendien onmogelijk maken in de lidstaten met terugwerkende kracht winst te belasten, nog los van het feit dat Nederland geen wetgeving kent die zo’n belasting rechtvaardigt, aldus de staatssecretaris. En dan is er nog de vraag in welk landde winst zich eigenlijk bevindt. Energieproducenten boeken winst, maar zijn immers in tal van landen gevestigd.

Addertje onder het gras

In het Verenigd Koninkrijk is wel een ‘échte’ windfall tax in het leven geroepen, maar volgens Van Rij zit daar ook een addertje onder het gras. Naast vennootschapsbelasting betalen energiebedrijven in Nederland ook aparte heffingen die zijn vastgelegd in de Mijnbouwwet. Tel je die twee belastingen bijelkaar op, dan int de staat al zo’n 70 procent van de winst van binnenlandse olie- en gasproductie.

In het VK blijft dat percentage steken op 65, ook ná de aangekondigde windfall tax. Kortom: Nederland belast al meer. Economen zijn sceptisch: moet je het bedrijf dat je nu zwaar belast in voor hen goede tijden, straks ook subsidie geven in slechte tijden? Geen goed voorstel, zei Van Rij in juli, en dat zou ook nu nog het kabinetsstandpunt zijn. “We krijgen vooral te horen dat het lastig is,” aldus een coalitiebron.

Andere manieren

Zijn extra belastingen daarmee helemaal van de baan? Zeker niet. VVD, CDA, D66 en ChristenUnie laten in de onderhandelingen richting Prinsjesdag ‘geen taboe onbesproken’, klinkt het. Volgens budgetvoorlichtingsbureau Nibud dreigen 2,5 miljoen huishoudens in financiële problemen te raken als gevolg van de hoge energieprijzen. Maar hoe zij geholpen kunnen worden is nog de vraag. En van welk geld?

Het zou ook op andere manieren kunnen. Bijvoorbeeld door de staatsschuld iets op te laten lopen, te bezuinigen op uitgaven of door de ‘gewone’ winstbelastingen van bedrijven te verhogen. Het verhogen van de vennootschapsbelasting vanaf 1 januari zal per procentpunt tussen de 403 miljoen euro in de eerste schijf en de 884 miljoen euro in de hoogste schijf extra opleveren. Van Rij vroeg zich eerder al eens af of bedrijven Nederland nog wel een aantrekkelijk land zullen vinden om te ondernemen als het kabinet aan die knop gaat draaien.

Kortom: een allesomvattend medicijn ligt nog niet op tafel. De ‘profiteursbelasting’ lijkt het alvast niet te worden.