Plus

VVD en D66 willen ruimere regels voor embryo-productie, maar wetsvoorstel wordt voorlopig niet behandeld

VVD en D66 bereiden een wetsvoorstel voor om embryoproductie voor onderzoek mogelijk te maken. Tegenstanders waarschuwen voor geknoei met pril leven, voorstanders menen dat het onder meer helpt om zware IVF-trajecten te verbeteren. Vier vragen.

Niels Klaassen
D66-fractievoorzitter Jan Paternotte en VVD-fractieleider Sophie Hermans tijdens het debat in de Tweede Kamer over de regeringsverklaring.  Beeld ANP
D66-fractievoorzitter Jan Paternotte en VVD-fractieleider Sophie Hermans tijdens het debat in de Tweede Kamer over de regeringsverklaring.Beeld ANP

Het was een typisch Haags compromis omtrent een traditioneel zwaar gepolariseerd medisch-ethisch thema: in het regeerakkoord spraken de coalitiepartijen af dat het plan van VVD en D66 voor het maken van embryo’s voor onderzoek wel wordt voorbereid, maar niet wordt behandeld in de Tweede Kamer.

De liberalen kunnen dus met de wet aan de slag maar die zal niet worden behandeld, laat staan ingevoerd, zolang de christelijke partijen CDA en ChristenUnie in de coalitie zitten. Een ander onderdeel van het embryoplan, screening op ernstige erfelijke ziekten, kan wel in het parlement worden behandeld.

1. Wat willen VVD en D66 precies?
Twee dingen. Eén: het verbod opheffen om embryo’s te maken voor onderzoek. Volgens de huidige embryowet mag dat niet, daarom werken wetenschappers met zogenoemde restembryo’s die overblijven na een IVF-behandeling. Probleem is dat die embryo’s al wat ouder zijn. Voor goed onderzoek naar ernstige aandoeningen zoals de spierziekte FSHD en naar slagingskansen van IVF-behandeling zijn ook embryo’s nodig van minder dan drie dagen oud. Dat is een klompje van gemiddeld acht cellen.

Luister ook onze podcast Politiek Dichtbij.

“ IVF-procedures zijn heftig, dat weet ik van dichtbij”, zegt D66-fractieleider Jan Paternotte, mede-initiatiefnemer van het wetsvoorstel. “Ongeveer 20 tot 30 procent van de pogingen slaagt, dus vrouwen ondergaan veel hormoonbehandelingen voor pogingen die mislukken. Als je de effectiviteit van IVF-behandelingen wil vergroten, moet onderzoek naar vroege embryo’s mogelijk worden.”

Het tweede onderdeel van het politieke plan is screening van de embryo’s op dragerschap van ernstige ziekten. Nu al kunnen artsen bij de IVF-behandeling embryo’s uitsluiten die aantoonbare afwijkingen hebben, VVD en D66 willen dat straks ook potentiële dragers kunnen worden uitgesloten. VVD-fractievoorzitter Sophie Hermans: “De embryo’s met ernstige ziekten sluit je uit voor IVF. Dat is echt iets anders dan sleutelen aan genetisch materiaal.”

2. Wat zeggen wetenschappers?
Diverse academische adviesraden pleiten al langer voor opheffing van het verbod op embryoproductie voor onderzoek, dus onverwacht zijn de VVD- en D66-plannen niet, vindt voorstander en klinisch embryoloog Sebastiaan Mastenbroek van het Amsterdam UMC. Hij spreekt slechts van een ‘reparatie’ van een eerdere ‘gemiste kans’: “Uiteindelijk zul je juist minder embryo’s produceren dan nu. In Nederland worden 70.000 embryo’s per jaar gemaakt voor in totaal circa 14.000 IVF-behandelingen, daaruit worden ongeveer 5.000 kinderen geboren. Als je embryo’s maken voor onderzoek wel toestaat en die lessen verwerkt in je IVF-behandelingen kan dat slagingspercentage omhoog, en heb je in de toekomst minder embryo’s nodig.”

Dan worden IVF-behandelingen veiliger, denkt Mastenbroek. ,,Nu gebruiken we voor onderzoek muis-embryo’s of restembryo’s na IVF. Daarna gaan we direct naar de patiënten om die kennis toe te passen. Liever beschikken we over een tussenstap: als je bemoedigende resultaten ook kunt testen op zeer vroege embryo’s, is dat zorgvuldiger. En het rare is: in het Verenigd Koninkrijk mag het, in België ook. En hier niet. Terwijl wij echt de goede omstandigheden hebben: het medisch-ethisch toezicht is hier degelijk, de behandelingen zijn ook niet zo door commercie gedreven als in sommige andere landen.”

3. Waarom zijn de tegenstanders dan zo fel tegen?
De kritiek is vooral principieel en ideologisch. Voor christelijke partijen als de ChristenUnie is het kweken van embryo’s voor onderzoek het halve verhaal. Hun weerstand richt zich op het vervolgtraject: de embryo’s worden na onderzoek namelijk vernietigd. “Het leven is vanaf het prille begin tot aan het einde beschermwaardig”, vindt CU-Kamerlid Mirjam Bikker. “Een embryo heeft vanaf de eerste cellen alles in zich om uit te groeien tot een uniek mens. Daarom was het voor ons in de formatie cruciaal dat we hebben afgesproken dat deze wetgeving niet in behandeling zal worden genomen.”

Diederik van Dijk, directeur van de christelijke vereniging NPV Zorg voor het Leven, is ook fel tegen. “Er wordt bewust leven gecreëerd om mee te experimenteren, daarna wordt het leven vernietigd. Dat wijzen we principieel af.”

Sophie Hermans van de VVD benadrukt dat embryo’s maken alleen voor onderzoek en selectie op ernstige ziektes is toegestaan. “Je moet een scherpe grens trekken. Je kunt niet met genetisch materiaal gaan werken om bruine of blauwe ogen te forceren, maar dit gaat over ontzettend zware zwangerschapstrajecten of heel ernstige aandoeningen.”

4. Is er een politieke meerderheid voor de verruiming van de embryoregels?
De voorstanders van VVD en D66 denken van wel. Daarvoor kijken ze naar partijen als GroenLinks en PvdA, die eerder al pleitten voor verruiming van de mogelijkheden. Maar ook recente medisch-ethische Kamerdebatten over bijvoorbeeld de abortuspil bij de huisarts en het schrappen van de bedenktijd voor een abortus suggereren een riante progressieve meerderheid.

Meer over