‘Sociale media zijn echt een polariserende factor,’ zegt Tweede Kamervoorzitter Vera Bergkamp.

PlusInterview

Voorzitter Vera Bergkamp: ‘Ik wil de Tweede Kamer in rustiger vaarwater loodsen’

‘Sociale media zijn echt een polariserende factor,’ zegt Tweede Kamervoorzitter Vera Bergkamp.Beeld Marco de Swart/ANP

Hoe verbeter je de positie van de Tweede Kamer als de omgangsvormen daar juist verslechteren? Vera Bergkamp over haar eerste negen maanden als Kamervoorzitter.

Laurens Kok en Hans Nijenhuis

‘Geachte mevrouw Bergkamp, kunnen Kamerleden zich niet wat netter kleden? Moet dat nou altijd met die mobieltjes? Kunnen ze niet wat meer naar elkaar luisteren? Met elkaar samenwerken? En kunt u alstublieft iets doen aan de omgangsvormen?’

Zoals een krant ingezonden brieven krijgt, ontvangt een voorzitter van de Tweede Kamer post. Heel veel post. “Veel mensen zijn enorm betrokken bij wat hier gebeurt,” zegt Vera Bergkamp, “en dat is prachtig om te zien.” En hun zorgen? Die deelt ze, als het gaat om het aanzien van de controlerende macht.

“We hebben een voorbeeldfunctie. Iedere dag zitten hier schoolklassen op de tribune. Maar de grenzen van wat normaal is, zijn al jarenlang aan het verschuiven. Neem het aantal moties. Vroeger was dat echt een ding, als er een motie werd ingediend. Dat is het niet meer. En ik zie steeds meer moties van afkeuring, en van wantrouwen. Door veelvuldig gebruik wordt het instrument sleets. Ik zie geen huivering meer bij het kabinet.”

Meer Kamerleden voelen hier ongemak over. Daarom heeft zij op 23 november een brief aan alle Kamerleden gestuurd en heeft ze de fractievoorzitters uitgenodigd voor een gesprek. Eén voor één. “Kijken wat we eraan kunnen doen. Ik wil de Kamer in rustiger vaarwater loodsen.”

U bent de voorzitter. Wat gaat ú eraan doen?

“Om een misverstand weg te nemen: ik ben niet de baas. De voorzitter heeft de taak de vergaderingen in goede banen te leiden. Ik vergelijk de functie zelf met die van een scheidsrechter, niet met die van een rechter. Een rechter wordt om een oordeel gevraagd. Hij of zij luistert, gaat lang nadenken, en beslist de zaak dan.”

“Een scheidsrechter leidt de wedstrijd, maar het zijn de teams die bepalen wat voor wedstrijd het is. Zonder scheidsrechter kun je geen wedstrijd hebben, maar de wedstrijd moet niet door de scheidsrechter worden gedomineerd. Dat geldt ook voor een debat.”

Scheidsrechters sturen weleens iemand van het veld.

“Iedereen kent de spelregels en die zijn voor iedereen hetzelfde. Ik kan Kamerleden bij me roepen, toespreken, ik kan normeren... Ik heb een aantal kaarten, waarvan de rode kaart natuurlijk de zwaarste sanctie is. Die is zo’n zeventig jaar geleden voor het laatst getrokken; toen werd iemand voor een dag geschorst. Als je dat eenmaal hebt gedaan als voorzitter, wat is dan de volgende stap? Straks staat er niemand meer op het veld, zeg ik met een knipoog. De instrumenten hebben als doel de orde te handhaven en niet zozeer om een straf uit te delen.”

Wat houdt zo’n rode kaart dan in?

“Als voorzitter kan ik mensen het woord ontnemen voor de rest van het debat. En zelfs voor de rest van de dag. Dat is de échte rode kaart, die in het reglement van orde is opgenomen. Maar die kant wil ik niet op. Ik wil zorgen dat het een fijn spel is. En dat het na de wedstrijd ook afgelopen is. Het verschil is dat ik als voorzitter geen grensrechters heb en geen VAR. En: de voorzitter gaat alleen over wat er in de plenaire zaal wordt gezegd. Net als de scheidsrechter op het veld. Dus niet over uitspraken op sociale media of buiten de zaal.”

“Het blijft ook mensenwerk hè, het is geen wiskunde. Je bent alleen, je zit daar onafhankelijk, je vertegenwoordigt het instituut. Natuurlijk kun je dingen normeren, en dat doe ik ook. Dat Kamerleden via de voorzitter spreken bijvoorbeeld, daar wijs ik dan op. Dat klinkt heel schools, maar wat ik graag wil, is dat we die tradities van vroeger, die regels die we hebben, in ere herstellen. Om de geest weer in de fles te krijgen.”

Er zijn scheidsrechters die achteraf erkennen dat ze iets fout hebben gezien. Of andersom, die juist blij zijn dat ze de voordeelregel hebben toegepast en dat er daarna is gescoord. Herkent u dit?

“Op 24 november ging het in het debat weer over ‘tribunalen’, en nu in de overtreffende trap, het was voorbereid. Dat mag natuurlijk, maar toen heb ik het wel gewoon kort gehouden en gezegd: dit sta ik niet toe in deze zaal. Voor mij is er wel een grens. Let op, het is altijd afhankelijk van de context. Ik ben niet van de lijstjes verboden woorden. Als iets bedoeld is om intimiderend of bedreigend te zijn voor de Kamerleden, ligt daar de grens.”

“Maar ik zeg ook tegen mezelf: choose your battles, je kunt het ook overdrijven. In datzelfde debat ging het ook over Dekkertje en over schattige Ankie. Dat vind ik niet fatsoenlijk. Ik heb toen gezegd: we hebben de minister voor Rechtsbescherming en de staatssecretaris van... Maar later dacht ik: ik had deze ook wel kunnen laten gaan.”

De voorzitter bepaalt of woorden intimiderend bedoeld zijn?

“Ja. Het is geen exacte wetenschap. Zo van: als een Kamerlid dát zegt, doe ik dit. Het is altijd afhankelijk van de context. Hoe brengt iemand het? Is het de intentie om te shockeren of is het gewoon onderdeel van een debat? Maar uiteindelijk bepaalt de voorzitter of iets intimiderend bedoeld is. Veel mensen kunnen daar weer een andere mening over hebben. Dan is het heel fijn als er een instituut is, de voorzitter, die zegt: dit is de grens.”

Uit de eerste gesprekken die Bergkamp inmiddels met fractievoorzitters heeft gehad, komt naar voren dat Kamerleden het – uiteraard – een groot goed vinden dat er in het parlement veel gezegd kan worden. Er bestaat niet voor niets parlementaire immuniteit, zegt ook Bergkamp. Wat in de Kamer wordt gezegd is nooit strafbaar. “Het is belangrijk voor de democratie dat mensen zich kunnen uitspreken.”

De leider van de grootste oppositiepartij, Geert Wilders, zei: ik heb geen zin in een ‘censuurgesprek’.

“Ik vind vrijheid van meningsuiting belangrijk. Iedereen vindt dat. Maar dat wil niet zeggen dat je geen afspraken kunt maken over hoe je met elkaar omgaat. Niet voor niks hebben we aan ons nieuwe reglement van orde een artikel toegevoegd over waardigheid. Dan is het goed om het met elkaar erover te hebben. De hele Kamer heeft daarmee ingestemd, dus dan kan ik ze ook vragen: wat verstaan we daar nou onder? Het is natuurlijk jammer dat de heer Wilders daar niet aan meedoet, maar de andere fracties doen dat wel.”

U zit al lang in de Kamer, Geert Wilders nog langer...

“Hij bekommert zich ook echt om het instituut, dat is echt zo.”

Kamerleden hebben veel contact met elkaar. Kunt u niet zeggen: kom op Geert, doe nou mee?

“Mijn uitnodiging staat en hij weet dat mijn deur ook voor hem openstaat.”

De motie-inflatie, de omgangsvormen, er zit geen rem op, lijkt het. Hoe krijgt u de geest in de fles?

“Een terechte vraag. Het is niet zo dat ik even met mijn hamer kan zwaaien en de geest dan weer terug in de fles zit. Het is een langdurig proces. Als er eenmaal een nieuw kabinet zit, wil ik om te beginnen afspraken maken over het beter informeren van de Kamer. Want daar zit natuurlijk ook frustratie. Er komt ook een werkgroep die gaat kijken naar de informatievoorziening naar de Kamer. Verder gun ik de Kamer ook meer tijd voor reflectie om met name de controlerende wetgevende taak, de volksvertegenwoordigende taak, beter uit te voeren. Slow politics.”

Concreet?

“Een paar dingen. Ik heb vrij snel een werkgroep onder leiding van SGP’er Kees van der Staaij in het leven geroepen. Die heeft een rapport opgesteld over het versterken van de Tweede Kamer en daar moeten we mee aan de slag. Ten tweede: de ondersteuning. Als we betere wetgeving willen en beter onze controlerende taak willen uitvoeren, moeten we ook meer ambtelijke ondersteuning hebben. Daarom heb ik voor het eerst in tijden namens het dagelijks bestuur van de Tweede Kamer een voorstel gedaan, een eerste stap. En dat is nog belangrijker geworden nu we negentien fracties en groepen hebben. Bij het mondelinge vragenuur op dinsdag waren we vier vragen gewend. Dat gaat gewoon niet met negentien fracties.”

Over gebrek aan ondersteuning wordt al jaren geklaagd. Nu komen er tien ambtenaren bij. Dan heb je het nog niet eens over een miljoen euro. Waarom is de Kamer zo zuinig en niet zuinig op zichzelf?

“Geld steken in de Kamer, dat is een beetje een taboe. Je wilt niet het verwijt krijgen dat je niet zuinig omspringt met geld. Je wilt het kunnen uitleggen. Vergeet niet dat veel mensen het niet breed hebben.”

Bergkamp wil ook nog wel kwijt dat als het gaat over verruwing van de omgangsvormen, ze zich zorgen maakt over de rol van sociale media.

“Het begon als een medium met informatie en nieuwe contacten. Maar oordelen wordt veroordelen. Discussie wordt beledigen. En dat eindigt soms in haat. Sociale media zijn echt een polariserende factor.”

U bent van de politiek, wat gaat u eraan doen?

“Goed nadenken wat je zelf doet, om te beginnen. Sociale media komen steeds meer in onze plenaire ruimte, wat ik niet wenselijk vind.”

U doet alsof de Kamer één geheel is. Waarom zegt u niet gewoon: het komt vooral bij bepaalde fracties voor? Of spreekt u Kees van der Staaij er net zo hard op aan als Thierry Baudet?

“Ik ben voorzitter van alle Kamerleden, hè. De voorzitter moet erboven staan. En uiteindelijk hebben we allemaal een rol om een volksvertegenwoordiging te krijgen die we willen. De omgang van de coalitie met de oppositie speelt daarbij ook een rol. Gun je als coalitie de oppositie ook eens iets, waardoor het chagrijn al afneemt? Want iedereen wil floreren in deze zaal.”

Meer over