PlusAchtergrond

Voor het eerst sinds 1903 minister met Surinaamse roots: waarom nu pas?

D66’er Franc Weerwind wordt minister van Rechtsbescherming in het kabinet-Rutte IV. Beeld ANP
D66’er Franc Weerwind wordt minister van Rechtsbescherming in het kabinet-Rutte IV.Beeld ANP

Franc Weerwind ging al de boeken in als eerste zwarte burgemeester van een grote stad in Nederland. Nu wordt de ‘Obama van Almere’, een verre nazaat van Surinaamse slaven, minister. ‘Deze benoeming geeft het gevoel: wij doen mee. Dat geeft hoop.’

Annemieke van Dongen

Voor veel Nederlanders met een migratieachtergrond is Weerwinds benoeming tot minister van Rechtsbescherming een mijlpaal, zegt voormalig Tweede Kamerlid Kathleen Ferrier (Paramaribo, 1957). “Ik krijg veel trotse appjes uit de Surinaamse gemeenschap. Maar ook voor landgenoten uit Indonesië en het Antilliaanse deel van ons koninkrijk is deze aanstelling belangrijk. Het is toch niet uit te leggen dat we al bijna 120 jaar geen minister meer hebben gehad met roots in een voormalige kolonie?’'

Suriname was nog een kolonie en de slavernij pas veertig jaar afgeschaft, toen viceadmiraal George Abraham Ellis (Paramaribo, 1846) in 1903 minister van Marine in het Nederlandse kabinet werd. Pas 119 jaar later is er weer een bewindsman met Surinaamse wortels: Franc Weerwind.

De huidige burgemeester van Almere werd in 1964 geboren in Amsterdam als zoon van ouders die in de jaren vijftig vanuit Suriname naar Nederland waren gekomen. Hij studeerde bestuurskunde in Leiden en was daar tegelijk met koning Willem-Alexander lid van studentencorps Minerva. Na onder andere een burgemeesterschap in Velzen werd Weerwind in 2015 burgemeester van de achtste stad van Nederland. In die multiculturele stad, waar de PVV zes zetels in de gemeenteraad heeft, wist de D66’er de boel bij elkaar te houden. Dat bleef niet onopgemerkt. Partijleider Sigrid Kaag vroeg hem voor de ministersploeg.

Wij doen mee

“Dit heeft natuurlijk veel te lang geduurd,” zegt oud-Tweede Kamerlid en theatermaker John Leerdam, geboren op Curaçao en zoon van een Surinaamse vader. “Surinamers en Antillianen maken al zo lang deel uit van de samenleving. Het overgrote deel van de Surinamers en Antillianen in Nederland is heel goed geïntegreerd. Deze benoeming geeft het gevoel: wij doen mee. Dat geeft hoop voor de nieuwe generatie.”

In deze tijd van groeiend wantrouwen jegens de overheid is de benoeming van Weerwind een extra opsteker, vindt oud-politicus en bestuurskundige Dave Ensberg-Kleijkers. “In een land waar 24 procent van de mensen een migratieachtergrond heeft, is het cruciaal dat de regering een afspiegeling is van de samenleving. We betalen allemaal belasting aan de overheid. Als mensen zich niet vertegenwoordigd voelen door de regering, groeit het wantrouwen. Je krijgt meer vertrouwen in een regering als die op je lijkt,” zegt Ensberg-Kleijkers, zoon van Surinaamse ouders en directeur van Jantje Beton.

Waarom nu pas?

Waarom komt er nu pas een minister met Surinaamse wortels in het kabinet? “Die vraag moet u niet aan politici van Surinaamse komaf stellen, maar aan de formateurs,” vindt voormalig Tweede Kamerlid Tanja Jadnanansing (PvdA), stadsdeelvoorzitter in Amsterdam-Zuidoost en dochter van een Surinaamse vader en Arubaanse moeder. “Het is niet zo dat er geen kandidaten zijn. Als ik kijk naar het talent dat hier in Amsterdam rondloopt, hadden we het hele kabinet kunnen vullen met mensen van diverse afkomst. De samenleving is er al langer klaar voor. Mede dankzij Black Lives Matter sijpelt die boodschap nu ook langzaam door naar Den Haag.”

Politieke partijen hebben tot nu toe weinig lef getoond door mensen met een andere achtergrond naar voren te schuiven, zegt CDA’er Kathleen Ferrier. “Dat zorgt voor een neerwaartse spiraal: als mensen met een migratieachtergrond zich niet in een partij herkennen, denken ze: politiek is niets voor mij, ik zie daar geen mensen die eruit zien zoals ik. Vervolgens zegt de partij: we hebben die mensen niet. Daar maak ik me zorgen over.”

Het oud-Kamerlid vindt het daarom ‘geweldig dat D66 deze diversiteit aan bewindspersonen brengt’. “Mijn eigen partij, het CDA, doet dat niet. Dat vind ik erg jammer.”

Jadnanansing bekijkt het van de positieve kant. “Hier in Amsterdam-Zuidoost hebben we al veel langer een mooi divers bestuur. Jongeren zien nu dat de mogelijkheid van een ministerschap er ook voor hen langzaam maar zeker aankomt. Dat is geweldig. We zijn er nog lang niet, maar ik denk dat het kabinet Rutte-V, of Weerwind-I of Aboutaleb-I, er al een stuk diverser uitziet.”