PlusReportage

Vluchtelingen stromen toe in azc Ter Apel: ‘Echt, het stinkt’

In Ter Apel rijden bussen met asielzoekers af en aan. Binnen in het azc zijn de omstandigheden slecht. ‘Ze laten te veel mensen binnen.’

Net aangekomen asielzoekers zijn onderweg naar het aanmeldcentrum voor asielzoekers in het Groningse dorp Ter Apel.  Beeld ANP
Net aangekomen asielzoekers zijn onderweg naar het aanmeldcentrum voor asielzoekers in het Groningse dorp Ter Apel.Beeld ANP

Lijnbus 73 van Emmen richting het asielzoekerscentrum in Ter Apel vult zich steeds verder met passagiers als Abbas Syed donderdagochtend met een rugtas en een literpak sinaasappelsap binnenstapt. Hij vraagt de chauffeur om een kaartje, zoekt naar een vrije stoel en vraagt: “Can I sit here?’’

Vannacht sliep hij op een bankje op Rotterdam Centraal toen agenten zeiden dat hij naar het asielzoekerscentrum in Ter Apel moest gaan. En nu is hij op twintig minuten van de plek waar hij moet zijn. “Ik heb gehoord dat de mensen hier goed zijn voor vluchtelingen.’’

‘Onveilig’

Van de problemen in het azc weet hij niks. Niet dat het centrum overvol is, niet dat nieuwelingen op stoelen en in tenten moeten slapen. Hij weet ook niet dat het Centraal orgaan Opvang Asielzoekers (COA) de situatie ‘onveilig’ noemt en ‘heel risicovol qua besmettelijkheid’.

Abbas is blij om in deze bus te zitten, vertelt hij, na een vlucht uit Kasjmir (een betwist gebied tussen India en Pakistan) met een tussenstop in Parijs. Zodra de bus rijdt, vertelt hij dat hij wil werken: “Als schilder, of in de bouw.’’ Familie heeft hij niet meer.

Lijn 73 is niet alledaags. Niet in de laatste plaats omdat er wordt gesproken in heel veel talen. Alleen de buschauffeur spreekt Nederlands. Een Eritrese familie met kleurige kleding eet rozijnenbrood. Net als de meeste anderen zijn zij op weg naar het aanmeldcentrum in het Groningse dorp, de enige plek in Nederland waar asielzoekers asiel kunnen vragen.

Tenten

Wekelijks doen 1200 mensen dat. Maar in het aanmeldcentrum is plek voor maximaal 275 mensen. In de nacht van dinsdag op woensdag sliepen 750 mensen in de tenten op het terrein, in de sportzaal en in kantoren van de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND).

Commissaris van de Koning in Groningen René Paas noemde het gebrek aan actie uit Den Haag bij talkshow Op1 ‘beschamend’. Volgens de regionale politiek had de overheid na de asielzoekerscrisis in 2015 en 2016 voor structurele oplossingen moeten zorgen.

Dat vinden de inwoners van het dorp ook. Manon Keur werkt bij de snackbar in Ter Apel. Ze heeft vaak asielzoekers over de vloer. Donderdagavond nog zeventien, vertelt ze. “Ze zijn beleefd. Eten patat en kipburgers.” Maar het is hier wel al járen aan de gang. “En wij zitten er maar mee. Voor de echte asielzoekers is het ook sneu dat ze zo moeten leven. De rest van Nederland moet helpen.’’

Andere winkeliers klagen over diefstallen. Op de markt hangen camera’s en beveiligers lopen rond. Bloemist Sandra Hogenkamp wil zonder vooroordelen door het leven gaan, maar soms voelt ze zich onveilig als ze ’s avonds haar winkel sluit. “Dat wil ik helemaal niet. Want je denkt: je zal zelf vluchteling zijn. Wij hebben een bed en altijd een bord eten. Dat is voor hen geen zekerheid.”

Ze baalt vooral van het imago van Ter Apel. “Een leuk dorp, altijd wat te doen, leuke winkels. Maar als je onze naam noemt denken mensen meteen aan het azc.”

null Beeld ANP
Beeld ANP

Noodoproep

Overlastgevende asielcentra zijn vaak de reden dat niet veel gemeenten staan te springen om vluchtelingen op te nemen. Deze week deed burgemeester Jaap Velema van Ter Apel een noodoproep: hij wil dat andere gemeenten onmiddellijk voor noodopvangplekken zorgen. Dat gebeurde maar mondjesmaat. De komende dagen komen er in totaal vijfhonderd opvangplekken voor asielzoekers bij, in Almere en Gorinchem.

In lijnbus 73 weten Abbas en de andere passagiers niks van het bestaan van deze discussie. In de stromende regen stappen ze uit. Het is nog een half uur lopen door de koude wind, langs water en een drukke weg. Abbas heeft snel een taalgenoot gevonden. Ze lopen in een hoog tempo naar hun eindbestemming.

Voor de ingang van het azc staat Levan Kobiashvili uit Georgië. Hoe het binnen is? “Shit,” zegt hij. “Ja, echt, het stinkt.” Zelf loopt hij met een brace om zijn knie, hij wacht al een paar dagen op krukken. Volgens hem zijn er te veel mensen binnen. “Kinderen slapen in een tent. En er is geen privacy. Vrouwen en mannen kunnen zich niet afscheiden. Als je medische hulp nodig hebt, komen ze niet.” Een kleine, bebaarde man uit Syrië heeft het over stress, diefstallen en vechtpartijen. “Ze laten te veel mensen binnen.”

Vier bussen

Dat het druk is, wordt snel duidelijk. Naast de lijnbus komen in anderhalf uur nog vier pendelbussen aangereden, waaronder de spelersbus van FC Emmen, die nu gevuld is met asielzoekers.

Sonja Kloppenburg, woordvoerder van het COA: “Er is plek voor maximaal tweeduizend mensen in het azc en nu zijn er 2500 binnen. Dat betekent te weinig toiletten, te weinig douches en te weinig schoonmaakrondes. Onze medewerkers willen het ook niet op deze manier.”

In het aanmeldkantoor voor de poorten van de ingang is Abbas allang blij. Na een reis van ruim vier uur stapt hij de warmte binnen.

Meer over