Plus

Vera Bergkamp na debat over omgangsvormen in de Kamer: ‘Ik spreek nu vaker uit waar de dilemma’s zitten’

Kamervoorzitter Vera Bergkamp tijdens een debat in de Tweede Kamer over de omgangsvormen in het parlement. ‘Je neemt jezelf mee als persoon.’ Beeld ANP
Kamervoorzitter Vera Bergkamp tijdens een debat in de Tweede Kamer over de omgangsvormen in het parlement. ‘Je neemt jezelf mee als persoon.’Beeld ANP

Kamervoorzitter Vera Bergkamp hoopt dat de Tweede Kamer in rustiger vaarwater komt nu de regels voor respectvol debat deze week zijn aangescherpt.

Jan Hoedeman

Maandenlang heeft Vera Bergkamp lopen broeden op hoe ze de geest weer in de fles kon krijgen. Ze begon eind vorig jaar al een notitie over de ­omgangsvormen en parallel daaraan voerde ze gesprekken met alle fractievoorzitters, op PVV-leider Geert Wilders na.

Bergkamp: “Ik kwam een breed gevoel van onbehagen tegen, wat ik zelf ook had. Hebben we de regels die er zijn niet verslonst?” Ze stuitte niet ­alleen op verontruste fractievoor­zitters, maar ook op ondervoorzitters en commissievoorzitters die hiermee worstelden. “‘Geef ons gereedschap,’ klonk het. Het leek ons nogal eens te overkomen dat er iets misging.” Ze sprak ook gewone Kamerleden die zich inhielden in het debat. “Dan is het urgent dat je als Kamerlid zelfcensuur toepast, omdat je bang bent dat je in een filmpje gaat figureren waar je last van krijgt.”

Er zijn het afgelopen halfjaar meerdere debatten geweest waarin Bergkamp het zelf moeilijk had en kritiek kreeg. Zo liep het hoog op bij het ­debat over de regeringsverklaring, waarin Wilders uitpakte.

‘Ik blijf Vera’

“Je neemt jezelf mee als persoon. Het ergste wat je kunt doen is jezelf in een soort keurslijf stoppen vanwege alles wat er om je heen wordt gezegd. Maar ik blijf gewoon Vera die het belangrijk en fijn vindt om het met elkaar te doen. In dat debat over de regeringsverklaring gingen er dingen door mijn hoofd waarvan ik achteraf dacht: dat had ik best kunnen uitspreken. Dat doe ik nu vaker, uitspreken waar de dilemma’s zitten. Dan neem ik de Kamer mee.”

Vorige week maandag ontnam ze Baudet bij het Oekraïnedebat drie keer het woord, en weigerde een motie van zijn hand. Wilders liet ze lopen toen hij het bij de regeringsverklaring had over ‘laffe roedels van Afrikanen en Arabieren’. Wat is het verschil?

“Tussen het debat over de regeringsverklaring en het Ruslanddebat zit dat proces van mezelf, van de notitie en de achttien gesprekken. De ­bagage van die gesprekken neem ik nu mee. We hebben nu met elkaar helder gekregen waar we staan, hoe we dat gevoel van onbehagen handen en voeten gaan geven.”

Bergkamp is tevreden omdat de Tweede Kamer al aan het normeren is geslagen, de cultuurverandering is gaande. Ze wijst erop dat ook ­bewindslieden in het debat een ­‘persoonlijk feit’ kunnen aandragen vanuit het kabinetsvak in de Tweede Kamer, vak K. “Ik doe nu een ronde kennismakingsgesprekken met alle bewindspersonen. Sommigen wisten niet dat je een persoonlijk feit kunt maken. Dan geef je als minister via de voorzitter aan dat wat er wordt gezegd in de zaal, jou raakt, dat je het daar niet mee eens bent.”

Omgangsvormen kabinet

In het Kamerdebat over de omgangsvormen sneed Pieter Omtzigt aan dat hij nooit persoonlijk is benaderd door de ministers die over hem spraken. En dat de Tweede Kamer dat nooit heeft veroordeeld, dat je zo niet met Kamerleden omgaat. In het debat leek Bergkamp de kans te laten lopen hem te steunen met zo’n uitspraak.

“Zo zie ik dat niet. Het is heel lastig om in zo’n debat elkaar te vinden op gevoelsniveau. Op dat moment wist ik niet wat de heer Omtzigt allemaal dacht. Ik heb gezegd dat ik er even over na wilde denken, ik merkte dat hij op een ­bepaald gevoelsniveau zat. Ik zie dat hij daar heel erg mee zit.”

“Op zo’n ­moment weet je dat alles wat je zegt de plank misslaat of hem tekort doet. Dan kan ik het alleen maar nog erger maken. Ik zie zijn emoties bij meer debatten, zoals bij de Toeslagen. Het belangrijkste is dat wat er is gebeurd niet meer op die manier gebeurt. Daar werk ik aan en ik wil hier allereerst met de heer Omtzigt zelf over praten.”