PlusNieuwe lichting

Twintigers en dertigers zijn open over hun bezoek aan psycholoog of relatietherapeut: ‘Dertig procent van de tijd ongelukkig zijn, is normaal’

Geestelijke gezondheid is onder jonge mensen vaak geen taboe meer. Beeld Hagar Vardimon
Geestelijke gezondheid is onder jonge mensen vaak geen taboe meer.Beeld Hagar Vardimon

Anders dan eerdere generaties zetten twintigers en dertigers makkelijker de stap naar psychische hulp, én ze zijn er open over. Ook relatietherapie is geen taboe.

Raounak Khaddari

Vorig jaar nog zat een koppel van 17 en 18 jaar jong in de spreekkamer van relatietherapeut Joey Steur in Noord. Om de relatie te redden was therapie nodig. Na een kennismakingsgesprek in Praktijk de Liefde aan de Vlierweg liet Steur het stel vriendelijk weten dat ze het eerst zelf moeten proberen. “Dit stel was écht te jong,” zegt Steur, die de afgelopen jaren opmerkelijk meer jongere stellen in haar spreekkamer ontvangt. “Meer twintigers, dertigers en veertigers.”

De relatietherapeut is al lang niet meer de allerlaatste strohalm als een relatie niet wil vlotten. En een geheim is het evenmin. Ook in mijn vriendengroep koos een stel voor relatietherapie, en een vriendin heeft het, tevergeefs, geprobeerd. Wat het wel opleverde: veel zelfkennis en de conclusie dat zij en haar inmiddels ex-vriend te veel verschillen om met elkaar door te gaan.

De Nederlandse Vereniging voor Relatie- en Gezinstherapie heeft geen zicht op de leeftijden van koppels die in relatietherapie gaan. Uit een rondgang blijkt echter dat therapeuten aanzienlijk meer jongere koppels in hun praktijk zien.

“De werkelijkheid blijkt voor veel jonge stellen saaier en taaier dan ze zich voorgesteld hadden,” zegt Steur. “Het romantische ideaal dat wordt geschetst in films en dat mensen kennen van sociale media, bestaat niet. Althans: het is geen realistisch beeld. Het is niet altijd romantisch en leuk binnen een relatie.”

Ruzie over de was

Dat weet de 31-jarige Boris van ’t Verlaat inmiddels ook. Hij ontmoette zijn vriendin op een festival. “Eerst was onze relatie er er een zoals relaties er voor de buitenwereld uitzien. We gingen veel uit eten, als het kon op reis. Eigenlijk hadden we het de eerste twee jaar alleen maar leuk samen.”

Dat veranderde gestaag, zegt Van ’t Verlaat. “We kregen steeds vaker kleine ruzies. Over of de een mee moest naar de verjaardag van de vriend van de ander, of niet. Of over de was. Kleine dingen.”

Het probleem zat er vooral in dat de twee nooit een ruzie uitpraatten. Ze gingen allebei boos een eigen kant op om later de draad weer op te pakken. De spanningen stapelden zich op. “Ik had het kunnen uitmaken,” zegt Van ’t Verlaat nu. “Zij had het ook kunnen uitmaken, maar we waren nog verliefd en we vonden dat we te veel hadden meegemaakt samen om drieënhalf jaar weg te gooien. Wij kunnen dit oplossen, dachten we terecht.”

De twee leerden in zeven sessies van anderhalf uur beter naar elkaar te luisteren en vooral op tijd hun ergernissen te delen met de ander. “Als mensen vragen hoelang we bij elkaar zijn, zeggen we ‘drieënhalf jaar met z’n tweeën, anderhalfjaar met therapeut. We willen geen vals beeld geven.”

Hyperbewust van wat er níet is

“Jongvolwassen zijn zich vaak bewust van wie ze zijn en wat ze hebben en tegelijkertijd hyperbewust van wat ze níet zijn en níet hebben,” stelt relatietherapeut Steur. “Ze worden constant geconfronteerd met leeftijdgenoten die geen ruzies lijken te hebben, die altijd plezier maken en schijnbaar moeiteloos allerlei belangrijke keuzes binnen een relatie maken. “Maar ruzie maken hoort er óók bij. En goed ruziemaken leer je zelden online of in films.”

Tegelijkertijd zijn twintigers en dertigers door het liberalisme en individualisme van de afgelopen jaren opgegroeid met de gedachte dat het leven maakbaar is. Geluk en succes: wij millennials hebben dat zelf in de hand. Zijn we niet gelukkig, dan moeten we dat fiksen. Toch?

Dit verlaagt de drempel om naar een psycholoog of coach te stappen. “De destigmatisering van psychologische problemen is daar onderdeel van,” zegt psycholoog Thijs Launspach, die zich heeft gespecialiseerd in mentale hulp aan millennials.

‘Mijn psych zei...’

En inderdaad, ook mijn vrienden en bekenden beginnen met enige regelmaat een zin met ‘Mijn psych zei...’. “Ik word gelukkig van het uurtje bij mijn psych,” zei een oud-studiegenoot die er zo nu en dan een bezoekt om ‘de geest te onderhouden’. “Net als de sportschool voor mijn lichaam.” En zelfs prinses Amalia maakt er geen geheim van dat ze eens in de zoveel tijd een psycholoog bezoekt.

Launspach: “Die destigmatisering is enerzijds ontzettend positief, omdat er minder schaamte is om hulp te zoeken. Psychische problemen kunnen gepaard gaan met een hele hoop eenzaamheid als er geen ruimte is om er open over te zijn en hulp te zoeken.”

De keerzijde? Het kan doorslaan. “Er komt een neoliberale gedachte bij kijken: alles is maakbaar. Ook een gelukkig en succesvol leven. Dat komt mede door de Tony Robbins-achtige bewegingen (Tony Robbins is een beroemde Amerikaanse coach en schrijver van zelfhulpboeken waarin de nadruk ligt op de maakbaarheid van het eigen geluk, red.) en de coachingwereld die propagandeert dat je altijd gelukkig kan en moet zijn. Dat kan niet.” En deze ontwikkeling verhoogt de druk op de toegankelijkheid van de zorg en de beschikbaarheid voor mensen met relatief zwaardere problemen.

“De mens is op zijn best als hij een beetje lijdt,” zei hoogleraar psychiatrie Damiaan Denys eerder in deze krant. “We zijn lijden gaan zien als een ziekte, en doen daarom bij het minste een beroep op artsen, psychologen en coaches. Ik heb het uiteraard niet over ernstige psychische aandoeningen, maar wel over klachten als stress en lichte depressie en burn-outs. Doordat we die vorm van lijden niet meer accepteren als onderdeel van het leven maar zien als ziektebeeld, raakt het ggz-systeem overbelast.”

Ongelukkig zijn

Realistisch, volgens Launspach, is om ongeluk als wezenlijk onderdeel van het leven te gaan zien. “Omdat al die influencers en coaches zelf altijd doen alsof ze gelukkig zijn of zeggen dat je volmaakt gelukkig kunt zijn, raken mensen in de war als ze even ongelukkig zijn. Realiseer je dat 30 procent van de tijd ongelukkig zijn – soms wat meer, soms wat minder – heel normaal is.”

Als je keer op keer ontdekt dat dingen niet lukken, door bijvoorbeeld een paniekaanval of als je stelselmatig somber bent, dan kan het goed zijn om hulp te zoeken. “Grijp niet meteen naar een gelukscoach. Ga eerst naar je huisarts.”

Hedy d'Ancona. Beeld ANP Kippa
Hedy d'Ancona.Beeld ANP Kippa

Oud-politicus, socioloog en feminist Hedy d’Ancona (84): ‘Je moet je lijden niet accepteren.’

“De strekking lijden hoort erbij, daar sta ik heel anders in. Alsof we allemaal Jezus zijn of een andere god. Ik ben zeker niet altijd blij, dan zou ik een soort gekkin zijn. Ik ben best vol ongerustheid, want ik heb compassie met jongeren die moeten verdragen dat er wellicht nog veel meer griezelige epidemieën komen en die de gevolgen van de klimaatcrisis en oorlogen moeten meemaken.

Als jongeren daar zelf ook bedrukt van worden, vind ik dat niet gek, ik vind dat logisch en heel zielig. En als sommigen niet genoeg weerstand hebben tegen de somberte, dan vind ik het juist verstandig dat ze naar iemand gaan voor het erger wordt.

Je moet je lijden niet accepteren, vind ik. De lange wachtlijsten bij de ggz zijn er niet omdat er te veel mensen hulp vragen, die zijn er omdat er te weinig mensen zijn die die hulp kunnen bieden. Dat de zorg zwaar onder druk staat komt door beleidsfouten, niet door jongeren. Ik ben ook positief over het vroegtijdig inschakelen van hulp in je relatie.

Als je denkt: ik was zo verliefd en nu gaat het stroef, dan vind ik het niet gek om daar eens een deskundige over te spreken. Ik ben zelf vijf jaar in psychoanalyse geweest, omdat ik aldoor relaties verbrak en dat raar vond. Dat raad ik niet aan. Maar als een verstandige relatietherapeut in een paar gesprekken duidelijk maakt op welke manier je het nog een keer kan proberen, daar is niets op tegen. Het lijkt me sowieso goed om goede gesprekken te voeren voor mensen aan kinderen beginnen. Mensen krijgen weleens kinderen alsof het niets is.”

Elke nieuwe generatie die er woont en werkt, verandert Amsterdam. Journalist Raounak Khaddari (28) onderzoekt in deze serie hoe twintigers en dertigers hun weg zoeken in de stad. De vorige afleveringen:

- Verandering op verandering: twintigers en dertigers zoeken naar houvast in een wereld zonder zekerheden.

- Niet langer diploma’s, maar vaardigheden zetten de toon op de arbeidsmarkt.

- Huisje, boompje, baby: dat ligt voor millennials niet voor de hand.

- ‘De ware’ vinden anno nu: het moet perfect zijn, anders swipen we verder.

- Starters krijgen amper voet aan de grond in Amsterdam: ‘Op mijn 32ste wéér op kamers. Dat is toch pijnlijk?’

- Wanneer is een betere versie van jezelf goed genoeg? Op Instagram lijkt het alsof het altijd beter kan.

- Grenzen tussen familie en vrienden verschuiven; de millennial stelt zijn eigen familie samen.

Meer over