PlusInterview

Topvrouw inspectie: ‘Langzaam voltrekt zich een drama in het onderwijs’

De Inspectie van het Onderwijs luidt de noodklok over de taal-, reken- en maatschappelijke vaardigheden van leerlingen. Zonder structurele verbeteringen gaan jaarlijks duizenden jongeren de maatschappij in zonder de minimaal benodigde vaardigheden, waarschuwt de inspectie.

De schoolsluitingen en het afstandsonderwijs tijdens de coronacrisis hebben de problemen alleen maar verdiept. Beeld Nosh Neneh
De schoolsluitingen en het afstandsonderwijs tijdens de coronacrisis hebben de problemen alleen maar verdiept.Beeld Nosh Neneh

2021 moet bekend komen te staan als ‘het jaar van de ommekeer’, valt te lezen in het jaarlijkse rapport De staat van het onderwijs. “We zien nu een zich langzaam voltrekkend drama in het onderwijs,” schetst inspecteur-generaal Alida Oppers. “Kinderen presteren al jaren steeds slechter op taal, rekenen en maatschappelijke competenties. Corona verdiept die problemen alleen maar. Dus is nu het moment om echt het tij te keren.”

Wat kunnen we eraan doen, volgens u?

Oppers: “Het onderwijs is toe aan een grondige renovatie, één ding veranderen helpt echt niet. Wat in de klas gebeurt, wat schoolleiders doen, welke beslissingen bestuurders nemen, wat landelijk wordt ingebracht en ook welke rol wij zelf als inspectie pakken. Het kan allemaal beter. Ouders hebben het afgelopen jaar met hun neus op hun kinderen gezeten en wij merken dat de urgentie van de problemen nu wordt onderkend. Dat moment is uniek. Daar komt bij dat er plots veel extra geld naar het onderwijs gaat, dus er zijn ook financiële mogelijkheden.”

Oppers doelt op het Nationaal Programma Onderwijs, dat in februari het levenslicht zag. Daaraan is een zak geld gekoppeld van 8,5 miljard euro. Dit plan moet zorgen voor herstel én ontwikkeling van het onderwijs, voor het inhalen én compenseren van vertraging, en voor het ondersteunen van iedereen in het onderwijs die het moeilijk heeft.

Denk concreet aan gratis bijles voor kinderen in kleine groepjes, samenwerking met bibliotheken en brede brugklassen. Ook wordt opnieuw geïnvesteerd in meer vakleerkrachten, onderwijsassistenten en ander onderwijsondersteunend personeel om de werkdruk van leraren te verlichten.

“Wij willen in ieder geval dat een belangrijk deel van die 8,5 miljard in onderwijs wordt gestoken,” zegt de inspecteur-generaal. “Investeer in die 350.000 professionals! Zodat de veranderingen blijvend zijn, ook als deze geldstroom ophoudt. Bijvoorbeeld: het ontbreekt vaak aan vakdidactiek (kennis over hoe een specifiek schoolvak kan worden onderwezen). Nederlandse leraren scholen ook minder bij, als we dat vergelijken met het buitenland. Dat is laaghangend fruit, maar de ambitie moet er ook zijn.”

En bij leerlingen?

“Bij hen moet er veel meer zicht komen op waar een kind staat. Dat is nu nog een bewegend doel, we zijn nog niet uit de crisis. Wekelijks krijgen we nog 30 tot 35 meldingen binnen van schoolsluitingen. Maar als je überhaupt effectief onderwijs wilt geven, moet je weten hoe het met een leerling gaat. Daarbij kan niet iedereen over één kam worden geschoren. Het is belangrijk dat we per kind beseffen wat wél en wat niet werkt.”

U vindt ook dat kinderen veel beter maatschappelijke vaardigheden moeten worden bijgebracht.

“Dat is hartstikke belangrijk: jezelf kennen en weten hoe je omgaat met de ander. In de actualiteit zie je hoe dringend het is om mensen goed burgerschap bij te brengen. Het is de basis voor hun leven.”

In het rapport roept u verder op de kansenongelijkheid in het onderwijs aan te pakken. Waarom nu dit pleidooi?

“Deze problemen spelen helaas al langer, in 2016 maakten we daar al voor het eerst melding van. We merken nu dat het onderwerp staat in alle verkiezingsprogramma’s. En terecht, want door corona neemt de ongelijkheid alleen maar toe. De vertraging is ongeveer anderhalf keer zo groot bij leerlingen met een lage sociaal-economische status als bij leerlingen met een hoge sociaal-economische status. Door grote verschillen in de thuissituatie; het maakt nogal wat uit of je in een rustige kamer afstandsonderwijs kan volgen, of je voldoende lesmateriaal hebt en of je ouders hebt die hulpvaardig zijn en kunnen bijspringen.”

Is dat probleem wel op te lossen? In sommige gezinnen is gewoon meer geld, kunnen ouders een betere schoolkeuze maken voor hun kind of peperdure bijlessen betalen.

“Natuurlijk kan het onderwijs niet al die verschillen oplossen, maar er zijn tegelijk voldoende zaken die met goede sturing wel degelijk beter kunnen lopen. Dat is ook de taak van scholen: alle talenten die een leerling bezit eruit halen, ongeacht hun afkomst of sociaal-economische status. Er zijn al zo veel scholen die dat uitstekend doen dat wij zeggen tegen de onderwijswereld: verspreid die kennis en ga niet allemaal zelf het wiel uitvinden.”

Nog even over de coronacrisis: we hoorden tijdens de eerste golf verhalen over kinderen die ‘zoek’ waren voor leraren en begeleiders. Is dat beter geworden?

“We hebben gelukkig gedurende de crisis gezien dat de verbindingen van scholen met de jeugdzorg intensiever zijn geworden. Ook gemeenten hielpen regelmatig mee om kinderen op te sporen. Per saldo is het aantal zoekgeraakte kinderen daardoor behoorlijk teruggelopen.”

En het afstandsonderwijs in coronatijd, hoe is dat verlopen?

“Heel verschillend. Je zag dat scholen die al zicht hadden op hun leerlingen, al goed onderwijs gaven en al bijsturende besturen hadden makkelijker hun leraren konden ontzorgen door snel over te schakelen op kwalitatief goed afstandsonderwijs. Terwijl op andere scholen leraren heel erg alleen waren in het opzetten van afstandsonderwijs. We hebben geprobeerd dat recht te trekken door de ingrediënten voor goed afstandsonderwijs breed te verspreiden. Zodat iedereen daar zijn voordeel mee kon doen.”

Tot slot, uw algemene oproep aan het onderwijsveld in deze roerige tijden is: focus op wat het belangrijkste is. Zit daar de crux?

Daar zit de opgave: we moeten ons niet meer laten afleiden door de vele prioriteiten die worden afgestuurd op het onderwijs. Hou zulke elementen buiten de school en richt je volledig op het naar een hoger niveau brengen van de basisvaardigheden en op de aanpak van onderwijsongelijkheid. Dat is nu het allerbelangrijkste. Want het gaat uiteindelijk om de toekomst van de leerling.”

Meer over