PlusRecensie

‘Sywerts Miljoenen’ laat lezer achter met heel vies gevoel

Sywert van Lienden en zijn zakenvrienden wisten vooraf heel goed dat ze miljoenen zouden verdienen aan hun ‘vrijwillige hulp’ voor ‘de helden van de zorg’. Door publicitaire druk te zetten op het kabinet, kregen ze vrij baan.

Marcel Wiegman
Sywert van Lienden in filmpje van de Hulptroepen Alliantie. Beeld DHA
Sywert van Lienden in filmpje van de Hulptroepen Alliantie.Beeld DHA

Het net sluit zich langzaam. Donderdag verschijnt het boek Sywerts Miljoenen van Jan-Hein Strop en Stefan Vermeulen, journalisten van onderzoekscollectief Follow the Money. Het is een ijzingwekkende reconstructie geworden van misbruik, angst en politiek opportunisme in Den Haag. Een boek vol sappige en niet zelden verbijsterende details.

Woensdag kwam CDA-minister Hugo de Jonge in de problemen vanwege zijn vermeende rol bij de schaamteloze zelfverrijking van zijn partijgenoot Van Lienden. Hij ontkent en wacht een onderzoek af, maar appverkeer dat de Volkskrant onthulde wijst erop dat hij zich wel degelijk bemoeide met de mondmaskerhandel van zijn toenmalig partijgenoot. Een smoking gun lijkt gevonden.

Druk

Sywert kun je maar ‘beter inside pissing out hebben dan outside pissing in’, appte De Jonge volgens de Volkskrant aan zijn topambtenaar Bas van den Dungen. Het zijn woorden waarnaar ook de schrijvers van Sywerts Miljoenen verwijzen als het gaat over de druk waarmee het Landelijk Consortium Hulpmiddelen (LCH) werd geconfronteerd.

Ambtelijk opdrachtgever Mark Frequin drong namens het ministerie van VWS aan een opdracht tot levering van 40 miljoen mondkapjes te gunnen aan de stichting Hulptroepen Alliantie van Van Lienden en zijn zakenvrienden Bernd Damme en Camille van Gestel. Rob van der Kolk, hoofd van het LCH verzette zich daar hevig tegen.

Ze hadden geen enkele ervaring met de handel in medische hulpmiddelen en bovendien was hun hulp overbodig. Er lagen betere aanbiedingen van betrouwbaardere leveranciers. Dus waarom in zee gaan met deze drie mannen?

Negatieve publiciteit

Besturen op basis van de publieke opinie was expliciet onderdeel van het kabinetsbeleid, schrijven Strop en Vermeulen. ‘Door zijn aanhoudende kritiek op het inkoopbeleid vormde Van Lienden simpelweg een te grote bedreiging voor het imago van de verantwoordelijke politici.’ Dreigen met negatieve publiciteit was voldoende voor hem om te kunnen aanschuiven bij de top van de politiek en ambtenarij.

Van Lienden stond bekend om zijn Twitterbombardementen en optredens in programma’s als De Wereld Draait Door. In Den Haag sidderde men voor de jonge opiniemaker. In ruil voor een deal van 100 miljoen euro moest hij beloven om zijn toon over beleid te matigen in het publieke debat.

Getekend door een ingewikkelde jeugd, verveeld en vastgelopen in een baan als ambtenaar op het Amsterdamse stadhuis, ontpopte Van Lienden zich als profiteur van andermans ellende. Daarbij geholpen door Damme en Van Gestel, die, zo laten Strop en Vermeulen zien, al een spoor van mislukte ondernemingen achter zich aan sleepten en in de coronacrisis een uitgelezen kans zagen om alsnog miljonair te worden.

‘We gaan miljonair worden’

Van Lienden deed het allemaal ‘om niet’ heeft hij altijd beweerd. Hij zou gedwongen zijn om naast zijn stichting Hulptroepen Alliantie een aparte bv op te richten. In hun boek tonen Strop en Vermeulen echter overtuigend aan dat het ondernemende drietal een notaris opdracht gaf om, los van hun Alliantie, het commerciële Relief Goods Alliance op te richten nog voordat de onderhandelingen met de overheid waren begonnen.

Via die bv stroomden de miljoenen binnen. “We gaan miljonair worden en jij krijgt ook een deel van het geld,” schreeuwde Van Gestel tegen een partner die later om precies die reden af zou haken. Voor de buitenwacht werd alles zorgvuldig verborgen gehouden. Ambtenaren, bevriende politici en zakenpartners hadden geen idee.

Van Lienden en zijn vrienden mochten uiteindelijk 40 miljoen mondkapjes leveren voor een bedrag van 100 miljoen euro. Slechts twee keer sloot het LCH een grotere deal. Van het bedrag viel 20 procent onder de post ‘onvoorzien’. Een verbijsterend hoog percentage, vooral omdat de ondernemers zelf helemaal geen risico liepen. De overheid betaalde de rekening vooraf en regelde het transport en de distributie.

Verlost van criticaster

Zo bleef er zomaar 20 miljoen euro pure winst over. Damme kocht er meteen een monumentale woonboerderij van, Van Lienden een BMW Z4 van 86.000 euro. Een rij bedrogen steunpilaren bleef achter: van de hardwerkende vrijwilligers tot bedrijven als Coolblue en Randstad, die belangeloos hun diensten hadden aangeboden.

De deal met Relief Good Alliance draaide helemaal niet om mondkapjes, schrijven Strop en Vermeulen. ‘Voor 100 miljoen euro hoopte het ministerie van een belangrijke criticaster verlost te zijn. Het toont aan hoe het kabinet Nederland door de eerste fase van de crisis loodste: met één hand op de smartphone, scrollend door de tijdlijnen op sociale media.’

Wat er voor de lezer overblijft? Een heel vies gevoel.