PlusAchtergrond

Syrische statushouders zijn de ‘nieuwe onderklasse’ in Nederlandse steden

In achterstandswijken in Nederlandse steden is een nieuwe onderklasse ontstaan: Syrische statushouders. Zij leven relatief nog vaker in armoede dan andere gemeenschappen in die wijken.

Cyril Rosman
Sfeerbeeld van de Utrechtse Wijk Overvecht. Beeld Erik van 't Woud
Sfeerbeeld van de Utrechtse Wijk Overvecht.Beeld Erik van 't Woud

Dat blijkt uit nieuwe cijfers van de Wijkmonitor van Kennisplatform Inclusief Samenleven (KIS), die vandaag wordt gepubliceerd. Daarin worden voor het eerst (inkomens)gegevens op wijkniveau ook gekoppeld aan de herkomst van specifieke groepen bewoners.

“Daarbij vielen direct de grote verschillen op tussen de verschillende gemeenschappen in toch al kwetsbare wijken in grote steden,” zegt Hans Bellaart, onderzoeker bij het Verwey-Jonker Instituut dat KIS uitvoert. Waar binnen veel groepen met een migratieachtergrond gunstige ontwikkelingen te zien zijn wat betreft arbeid en onderwijs, zijn de cijfers voor inwoners met een vluchtelingenachtergrond ‘over het algemeen fors ongunstiger’. “Ik schrok van de armoede onder de Syriërs,” zegt Bellaart.

63 procent in armoede

De monitor zoomt diep in op wijken, waardoor gemiddelde cijfers een andere lading krijgen. Zo is het het percentage huishoudens met een laag inkomen in Nederland gemiddeld 7,7 procent. “Als we kijken naar Utrecht is dat 9,6 procent, in de wijk Overvecht is het 20,2 procent, onder huishoudens met een Marokkaanse achtergrond in Overvecht 30,7 procent en onder Syriërs in die wijk zelfs 63,4 procent.” Andere achterstandswijken in andere steden vertonen eenzelfde beeld.

Het gaat daarbij wel om percentages, in absolute aantallen leven waarschijnlijk meer gezinnen met een Marokkaanse achtergrond in armoede: daar zijn er simpelweg meer van in Nederland. De onderzoekers spreken van armoede als er sprake is van een inkomen op bijstandsniveau of tot 110 procent daarvan.

Na het begin van de Syrische burgeroorlog in 2011 vluchtten honderdduizenden Syriërs naar Europa. Het aantal Syriërs in Nederland steeg de afgelopen tien jaar van 11.000 naar 113.000, de meeste van hen kwamen in 2015 en 2016, op het hoogtepunt van de vluchtelingencrisis, in Nederland aan.

De slechte financiële positie van de Syriërs komt doordat een flink deel van hen nog geen werk heeft gevonden, ook al zijn ze soms al meer dan vijf jaar in Nederland en ingeburgerd. En de Syriërs die werken, bevinden zich vaak in slecht betaalde, tijdelijke banen aan de onderkant van de arbeidsmarkt. “Tegelijk valt op dat er bijna geen Syriërs in de schuldhulpverlening zitten,” zegt Marjan de Gruijter, onderzoeker inburgering bij het Verwey-Jonker Instituut. “Hoe komt dat? Omdat ze vooral informele schulden hebben vanwege hun reis naar Europa? Omdat ze zich schamen? Of omdat ze simpelweg de weg niet weten naar schuldhulpverlening?”

Schulden kunnen zich opbouwen doordat statushouders soms verdwalen in de Nederlandse bureaucratie van verzekeringen en toeslagen. Ook kan er sprake zijn van ‘informele schulden’ die zijn gemaakt bij smokkelaars of familie om de overkomt naar Europa te betalen. Bellaart: “Daarnaast hangt de lening die mensen bij DUO moeten afsluiten voor hun inburgering als een molensteen om hun nek: wie niet slaagt, moet dat geld uiteindelijk terugbetalen.”

In het in december gepresenteerde nieuwe coalitieakkoord schrijft het kabinet over ‘een brede aanpak van bestrijding van armoede in kwetsbare wijken’. De onderzoekers stellen dat daarvoor niet alleen per wijk, maar ook per bevolkingsgroep in die wijk verschillend beleid nodig kan zijn. Het inburgeringsstelsel is al op de schop gegaan: gemeenten gaan statushouders vaker ‘ontzorgen’ en ze helpen zicht te houden op hun vaste lasten. Ook hoeven nieuwe statushouders niet langer een lening af te sluiten bij DUO voor hun taallessen.

Naast de Syrische statushouders (asielzoekers die inmiddels een verblijfsvergunning hebben gekregen en daardoor woonruimte hebben buiten een azc), zijn Eritrese asielzoekers een bron van zorg. Hun aantal steeg de afgelopen jaren van 1600 naar 23.000, het zijn voornamelijk jonge Eritreeërs die het land ontvluchten.

De onderzoekers noemen hun situatie ‘ronduit zorgwekkend’: ze komen vaak in Nederland aan zonder (goede) opleiding, maar stoppen ook hier relatief vaak met hun opleiding en hebbend daardoor geen startkwalificatie op de arbeidsmarkt. De Gruijter: “Het lijkt erop dat Eritreeërs sneller werk willen zoeken dan Syriërs, die meer belang hechten aan hun opleiding. Maar je kunt je wel afvragen: wat zijn de gevolgen voor de Eritreeërs op de langere termijn? In welke banen komen ze terecht? Want wat van ze wordt verwacht in Nederland, sluit helemaal niet aan bij wat ze in Eritrea gewend waren.”

De Gruijter: “Syriërs en Eritreërs zijn hier nog relatief kort, dus we kunnen nog inspringen en voorkomen dat ze langdurig in de bijstand belanden. Tijdens hun inburgering zijn ze nog goed in beeld bij de gemeente. Als je nu iets doet, help je ook toekomstige generaties.” De onderzoekers zouden meer aandacht willen voor trajecten waarbij statushouders tegelijk werken en leren.

‘Overheid moet eerst wantrouwen bestrijden’

Het tegengaan van armoede in achterstandswijken begint met het bestrijden van het wantrouwen dat veel bewoners tegen de overheid hebben, stelt Bouchra Dibi, onderzoeker bij bureau Krachtwijken in Utrecht. “Bewoners in deze wijken zullen niet snel uit zichzelf naar de overheid op hulpverleners stappen. Ze zijn er eerder bang voor. Hebben angst voor sancties, vrezen dat hun kinderen uit huis worden geplaatst.”

Dat geldt ook voor Syrische statushouders, weet Dibi. “Zij wantrouwden de overheid in Syrië al. Zijn juist bang om in de problemen te komen als je in aanraking komt met die overheid, vertellen ze me. Er spelen ook trauma’s mee uit het verleden.”

Daarom moet de Nederlandse overheid het vertrouwen eerst verdienen. “Instellingen moeten de wijk in, structureel aanwezig zijn, met vaste gezichten. Dan gaan mensen denken: hé, ze zijn hier om me te helpen.” Dibi schrikt van het hoge aantal Syriërs dat in armoede leeft. “Als je eenmaal in die situatie zit, is het moeilijk om er weer uit te komen.”

Meer over