PlusInterview

Stoppen was geen optie voor Omtzigt: ‘Ik heb op mijn tong moeten bijten’

Pieter Omzigt: ‘Het CDA is voor mij een gesloten hoofdstuk.’ Beeld
Pieter Omzigt: ‘Het CDA is voor mij een gesloten hoofdstuk.’

Over een week keert Pieter Omtzigt terug in de Tweede Kamer, waar hij de afgelopen maanden de meest besproken man was. Terwijl hij thuis zat met een burn-out moest hij op zijn tong bijten, om maar niet te reageren. ‘Ik weet niet of het zo verstandig was om naar die debatten over mezelf te kijken.’

Kelly Adams

De bospaden en parken rondom zijn huis kent Pieter Omtzigt inmiddels als zijn broekzak. Hier vond hij de afgelopen maanden rust. Hij liep er kilometers, om het hoofd leeg te maken. Vaak na zonsondergang, in het donker. Even geen mensen die informeren hoe het met hem gaat, hoe goed bedoeld ook. Al was er altijd wel iemand die nog even wilde bellen.

Maandenlang hield de politicus zich stil. Hij zette alleen een enkele keer een statement op Twitter. Nu doet hij zijn verhaal. Nog even geen talkshows op landelijke televisie. Wel dit interview. In de eetkamer, thuis in Enschede. Met zijn vrouw in de buurt die aan de andere kant van de gang in haar eigen kantoor aan het werk is, en de kinderen die zich in de keuken klaarmaken voor een nieuwe schooldag.

Op 15 september keert hij terug als Tweede Kamerlid. Niet meer voor het CDA, maar als Groep Omtzigt.

Hoe gaat het met u?

“Een stuk beter. Ik kijk ernaar uit om aan het werk te gaan, weer in debat te gaan en mensen te spreken. Ik zie een beetje op tegen de media-aandacht. Dat komt ook doordat de laatste keer dat ik er was, bij de installatie van de nieuwe Tweede Kamer, net ‘functie elders’ speelde. Ik kon niet door het gebouw lopen zonder me te moeten verantwoorden aan journalisten. Dat is onderdeel van je publieke taak, maar ik wil rustig aan het werk. De druk is vrij groot en dat zal aan het begin best lastig zijn.”

null Beeld

“Ik ben nog niet 100 procent hersteld. In een normale baan zou je eens rustig met halve dagen beginnen. Maar ja, in de Tweede Kamer is het alles of niks. Maar verwacht even niet de zeventig uur per week die ik voor die tijd maakte en ik ben ook voornemens om dat niet meer zo te doen. Ik heb vrij strakke afspraken met mijn omgeving gemaakt om me daar aan te houden. Maar ik ben niet iemand die om vijf uur de computer uitzet, dat is niet de aard van het beestje.”

U was de afgelopen maanden ziek thuis, maar ondertussen was u de meest besproken man op het Binnenhof. Hoe heeft u dat beleefd?

“Het was ideaal geweest als ik even helemaal ‘uit’ had gekund. Maar aan het begin lukte dat niet. Er zijn toen een aantal debatten geweest in de Tweede Kamer die over mij gingen.”

Heeft u naar die debatten gekeken?

“Ja. Ik weet niet of dat het verstandigste was. Ik werd er niet rustiger van, zal ik maar zeggen. Wat wel heel erg hielp was dat ontzettend veel mensen hun steun lieten blijken, met bloemen en kaarten, hartverwarmende reacties. Maar de omgeving in Den Haag maakte het wat lastiger om me helemaal af te zonderen. Aan het begin kon ik geen krant openslaan of televisie of radio aanzetten zonder dat ik mezelf tegenkwam.”

“Maar ook in mijn vrije tijd lees ik kranten, kijk ik televisie of kijk ik op internet. Het is niet te doen om je helemaal af te zonderen. Echt afkoppelen lukte pas na een tijdje wat beter.”

Heeft u overwogen om toch te reageren, al die keren dat het over u ging?

“Oh meerdere keren heb ik op mijn tong gebeten. Maar ik wist dat als je een keer reageert, je vervolgens overal op moet reageren. Er is maar een ding dat helpt en dat is even helemaal niet reageren. Voor mij was dat ook wel een goede oefening.”

“Bijna iedereen was wel begripvol maar er kwamen toch heel veel appjes binnen van mensen die constant een reactie ergens op wilden. Dan weet je dat er maar een ding is dat je kan doen en dat is even niets zeggen.”

Uw vrouw Ayfer Koç reageerde wel.

“Daar hebben we niet zozeer een afspraak over gemaakt. Zij heeft een eigen leven, een eigen functie en een eigen manier van reageren. Ze kan reageren zoals zij dat voelt. Ook zij vond er wel eens wat van, van wat er over mij wordt gezegd.”

null Beeld

Hoe was het voor u om zo veel thuis te zijn de afgelopen maanden?

“Dat betekende heel veel, het was heel fijn om met Ayfer en de kinderen te zijn. Ik heb ontzettend veel steun gehad aan Ayfer en ik heb het heerlijk gevonden meer thuis te zijn. De afgelopen twaalf jaar heb ik altijd half in Den Haag gewoond. We zijn nu twaalf jaar getrouwd, dus dit was de eerste keer dat ik eens een half jaar thuis was. Het was een groot succes en zou voor herhaling vatbaar zijn. Dat is het rare van het leven als Kamerlid. Als je ver van Den Haag woont, woon je half daar en half hier.”

“Het is natuurlijk heel mooi om onderdeel te zijn van een gezin maar als politicus in Den Haag was dat best lastig. We hebben vier dochters. De kinderen zeiden dat ze het wel leuk vonden dat ik er was. Ik kon ook eens meegaan naar de eerste schooldag. Nou ja, niet helemaal, als iemand voor het eerst naar de middelbare school gaat kun je die niet meer afleveren bij school. Maar ik had net even wat meer tijd en zij zijn tot grote steun geweest. Ik denk dat ik dit ook ga missen.”

Heeft u in de afgelopen maanden overwogen te stoppen als politicus?

“Ik heb niet toegelaten dat het een optie zou zijn. Ik heb me kandidaat gesteld en ik kreeg ruim 342.000 voorkeurstemmen. Bovendien ben ik met een duidelijk plan gekomen bij de verkiezingen, een nieuw sociaal contract voor een nieuwe bestuurscultuur. Dan is het voor mij logisch om terug te keren naar Den Haag als dat kan. Om die voorstellen voor te leggen in de Tweede Kamer.”

Lukte het om afstand te nemen van Den Haag?

“Sinds corona loop ik uren door de bossen hier in de omgeving. Ik heb heel veel nieuwe plekken ontdekt. En tijdens mijn burn-out heeft dat heel erg geholpen om mijn hoofd leeg te maken. Het liefst in het donker, na zonsondergang. Mensen zijn heel belangstellend, maar je wil niet telkens praten over hoe het met je gaat. Het is fijn om dan niemand tegen te komen. Natuurlijk ging ik nog gewoon naar de slager of de markt. Ik heb me niet opgesloten.”

“Mijn leefstijl was de afgelopen jaren niet heel gezond, dus ik ben wat vaker de sportschool in gegaan. Iets fitter worden, iets meer in balans raken. Het politieke leven kan je helemaal uit balans brengen, privé en qua gezondheid. Natuurlijk bracht wat er allemaal gebeurde mij op meerdere manieren uit balans. Die balans is nu voor een groot stuk terug en dat wil ik ook graag zo houden.”

Terwijl u ziek thuis zat, schreef u een vernietigend memo over het CDA. Dat lekte uit. U stapte uit het CDA. Is er nog een weg terug?

“Ik heb een weloverwogen besluit genomen. Daarmee is het CDA voor mij nu een gesloten hoofdstuk. Er waren verschillen van mening over de inhoud en er waren verschillen in hoe ik vind dat je omgaat met elkaar. Dat heb je gezien in het document dat helaas gelekt is en heb je kunnen zien in de openbaar gemaakte kabinetsnotulen. Het is niet een keuze die ik makkelijk gemaakt heb. Daar heb ik lang tegenaan gehikt. Vooral de contacten met de lokale CDA-afdelingen en met de leden zijn altijd heel positief geweest. De steun die ik van hen gehad heb, was heel fijn. Maar ik sta achter mijn beslissing.”

Weet u wie het memo gelekt heeft?

“Nee, ik weet niet wie er naar de krant gelekt heeft.’’

Deed u het zelf?

“Nee, ik heb het niet zelf gelekt. Als ik zeg dat ik niet weet, heb ik het ook niet zelf gedaan. Ik heb een redelijk actieve herinnering aan wat ik doe en dat zou ik ook hier hebben.”

Er werd gesuggereerd dat het een vooropgezet plan was. U wilde een eigen partij beginnen.

“Iedereen die mij gezien heeft in de afgelopen maanden weet dat ik echt ziek was. En als je mijn publieke optredens uit die tijd ziet, zie je dat ik daar meer gespannen was dan gezond is. Maar wat ik wel heel interessant vind, is dat er mensen zijn die denken dat terwijl ik hier met een burn-out zit, ik werk aan een soort masterplan om iets te gaan doen.”

“Dat masterplan heb ik niet. Ik wil gewoon de komende maanden rustig aan het werk kunnen gaan, rustig weer kunnen beginnen. In een lagere versnelling dan ik heel lang gedaan heb.”

null Beeld

“Dat hele idee dat je dit kunt doen als je een burn-out hebt. Het ging zoals het ging. Er is een harde clash geweest tussen mijn idealen en de idealen van anderen. Ik zeg al een tijdlang dat we in Den Haag andere omgangsvormen en een andere bestuurscultuur nodig hebben. Uit het stuk dat naar buiten is gekomen blijkt hoe er met mij is omgegaan. Dat maakte de werkomgeving niet altijd prettig.”

U bent kritisch over de omgangsvormen in Den Haag, is dat gevoel versterkt de afgelopen maanden?

“De notulen van het kabinet lieten zien dat het kabinet meer bezig was met het controleren van Kamerleden en beeldvorming dan met het oplossen van problemen van burgers. Dat vond ik heel pijnlijk om te zien, vooral voor de burgers die erbij betrokken waren. Als je die notulen leest, geeft dat wat kleuring hoe ik me daarbij voelde, hoe er over mij gesproken werd. Het was al jaren aan de gang, maar dit gaf het wat meer kleur.”

“Mijn gevoel was juist, maar het viel me wel tegen dat het in het kabinet zelf gebeurde. Ik dacht altijd dat het om het kabinet heen was, maar dat het kabinet zelf over Kamerleden spreekt en niet over de oplossing voor de ouders in de toeslagenaffaire, dat viel me toch wel rauw op het dak.”

Wanneer kwam het moment dat u zich beter voelde?

“Dat was in juni, juli, vrij snel nadat ik mijn CDA-lidmaatschap had opgezegd. We zijn lekker op vakantie geweest in Zeeland, met het gezin. En ik ben ook een paar dagen in mijn eentje weggeweest. Het ging langzaam beter, dat gaat natuurlijk met vallen en opstaan.”

Wat heeft u het meest geraakt in de afgelopen maanden?

“Vooral de steun die ik van veel mensen gehad heb, dat was heel hartverwarmend. Politiek heeft het me geraakt. Ik ben niet optimistischer geworden over het Nederlandse politieke stelsel nu ik het een paar maanden vanuit huis heb beschouwd. Over hoe duidelijk het niet gaat over de problemen, hoe duidelijk het echt alleen maar gaat over persoonlijke verhoudingen. In een ongezonde bestuurscultuur met veel te weinig checks-and-balances en welke directe gevolgen dat heeft voor urgente maatschappelijke problemen.”

“Het was voor het eerst dat ik als geïnteresseerde burger naar politiek gekeken heb, natuurlijk wel met een iets ander inzicht over wat er achter de schermen gebeurt. Het was een vreemde gewaarwording, hoe keuzes gemaakt worden. Of niet gemaakt worden vooral. Dat heeft mij geraakt.”

Met welk gevoel gaat u volgende week woensdag weer aan het werk?

“Ik stap gewoon in de trein, zoals ik altijd deed. Een treinreis vind ik heerlijk. Ik zie wel wat op tegen de hectiek. De agenda voor debatten wordt pas vrijdag duidelijk. Dan is het de vraag waar ik aan meedoe. Als het goed is ben ik 15 en 16 september in Den Haag en de derde Kamerdag is het alweer Prinsjesdag. Daarna de algemene beschouwingen, daar zal ik wel aan meedoen.”

“Ik blijf op dinsdag, woensdag en donderdag in Den Haag. Maar ik wil zeker als dat kan op maandag hier in Enschede zijn, hier werken en er voor de kinderen zijn. De afgelopen jaren heb ik veel te gemakkelijk privé- en sportafspraken constant afgezegd. Het zal een hele uitdaging voor mij worden om dat niet meer zo gemakkelijk te doen. Maar ik hou van uitdagingen.”

Alleen verder is ook écht alleen voor Omtzigt

Een persoonlijk medewerker die agenda en contacten beheert, een hele pool aan beleidsmedewerkers, drie tot vier persvoorlichters. Leden van de grotere Kamerfracties, zoals die van het CDA, krijgen op tal van fronten professionele ondersteuning bij hun werk. Voor Pieter Omtzigt valt dat bijna helemaal weg, nu hij in zijn eentje verdergaat als Groep Omtzigt.

Het is het lot van elk Kamerlid dat zich afsplitst van z’n partij. Om het weggaan bij de partij waarvoor ze in de Kamer werden gekozen te ontmoedigen, krijgen deze Kamerleden een fors lagere maandelijkse fractievergoeding dan anderen.

Omtzigt moet het straks doen met een vergoeding voor ondersteuning van 10.000 euro in de maand, oftewel 120.000 euro in een jaar. Ter vergelijking: het CDA kreeg in 2020 met toen nog negentien Kamerleden een financiële ondersteuning van 4,6 miljoen euro. Dat staat overigens los van het salaris van Kamerleden.

“Nadat ik op 12 juni uit het CDA stapte was helder dat ik geen gebruik meer kon maken van de ondersteuning. Dat wordt een uitdaging voor de komende tijd,” zegt Pieter Omtzigt er zelf over. “Heel veel mensen bieden al aan om te helpen. Maar je hebt wel een kern van medewerkers nodig. Ik ben bezig een netwerk op te bouwen van mensen die mij kunnen ondersteunen.”

Maar het betekent ook dat hij moet kiezen met welke zaken hij zich bezighoudt. “Ik kan niet alles doen, dat zou ook ongezond zijn. Ik zie ernaar uit om met andere fracties afspraken te maken over wie welke wetten goed en grondig controleert. Dat is ook hoe het honderd jaar geleden werkte, toen we nog geen fracties hadden. Een aantal mensen werd aangewezen om de werking van bepaalde wetten goed in de gaten te houden.”

Als Kamerlid heeft Omtzigt zelf relatief veel voorstellen tot wetswijziging gedaan. “De kern van je Kamerlidmaatschap is niet op tv verschijnen, maar het moeilijke uitzoekwerk doen,” vindt hij. “Amendementen kosten veel voorbereiding. Bijvoorbeeld in de toeslagenaffaire. Als een komma verkeerd staat kan dat betekenen dat iemand wel of geen toeslag krijgt. Doordat de ondersteuning ‘smaller’ zal zijn, wordt dat nu een stuk moeilijker voor mij.”

Meer over