PlusExclusief

Stikstofcrisis, personeelstekorten, klimaatverandering: ineens is het een dicht-bij-mijn-bedshow

Het lijkt iedereen te raken: wachtend op Schiphol, zoekend naar een woning, de krant die niet wordt bezorgd of de thuishulp die niet komt. Loopt de samen­leving tegen haar grenzen aan? Ja, zeggen deskundigen. Maar er zijn ook oplossingen.

Hans Nijenhuis
null Beeld Lois Notebaart
Beeld Lois Notebaart

“Mij bekruipt het gevoel dat het systeem op het punt staat te crashen,” zegt Babette Porcelijn, een Delftse ingenieur die verschillende boeken schreef over het effect van onze dagelijkse beslissingen. Ze moet vaak denken aan die waarschuwende grafieken van de Club van Rome, nu 50 jaar geleden. De bevolking zou groeien, de consumptie zou groeien, totdat het systeem het niet meer aan zou kunnen en de mensheid in een ongekende crisis zou belanden. Niets van uitgekomen, wordt vaak gezegd. Of zou het dan toch? “Ik denk dat we nu aan het einde van al die opgaande lijnen zitten.”

Al lange tijd bekend

“Ja, we lopen tegen grenzen aan, van vergrijzing, vergroening, verzuring van de bodem,” zegt ook Barbara Baarsma, hoogleraar toegepaste economie aan de Universiteit van Amsterdam, voorzitter van de bankraad van De Nederlandsche Bank en ceo van Rabo Carbo Bank. Baarsma heeft net een nieuw boek uitgebracht, Groene groei – over de (on)zin van economische groei. En dat gaat er deels over. Verrast is zij dus allerminst. “Die grenzen zagen we al lange tijd aankomen,” zegt ze. “Alleen hebben we er te weinig aan gedaan.”

Ook Ralf Bodelier ten slotte ziet veel problemen samenkomen. Maar dat ziet hij vooral op tv, zegt hij. “De media vertellen wat er fout gaat in de wereld. Dat geeft ons het gevoel dat het hopeloos is. Maar wie geen varkensmesterij in de Peel heeft, of wie niet op Schiphol hoeft te zijn, heeft er geen last van.” Bodelier, historicus, theoloog en filosoof, staat bekend om zijn positieve blik. Zelf noemt hij het liever realistisch. Zijn boek Lang leve de mens, dat komende week verschijnt, staat vol met relativerende cijfers. “Laten we niet vergeten dat we het met z’n allen gemiddeld genomen veel beter hebben dan ooit tevoren,” zegt Bodelier. “De boeren worden uitgekocht. Mijn vader werd bij het sluiten van de Limburgse mijnen gewoon op straat gezet.”

Hier komen we op terug. Eerst nog even naar Barbara Baarsma: we zagen het allemaal al aankomen? “Ja, dat tekort aan personeel is gewoon een demografisch gegeven: de bevolking vergrijst. Van de bevolking werkt een steeds kleiner deel. Dat dit zou gaan gebeuren weten we vanaf de jaren 80,” zegt ze.

Vergrijzing: minder handen aan het bed

Vergrijzing betekent dat er nog steeds veel mensen zijn die iets willen kopen, een caravan bijvoorbeeld, maar dat er nog maar weinig arbeidskrachten zijn om die caravan te maken, zo vatte een Rabo-collega het op de radio samen. Vergrijzing betekent ook minder handen aan het bed en minder thuiszorgmedewerkers, terwijl juist meer mensen arbeidsintensieve zorg nodig hebben. Vergrijzing betekent dat het drukker wordt in de wachtkamer van de huisarts, terwijl er juist ook veel huisartsen met pensioen gaan.

Maar de AOW-leeftijd is tegenwoordig toch gekoppeld aan de levensverwachting? Nederlanders werken toch al langer door? “Nou, dat is pas in 2013 besloten, rijkelijk laat. En wat we met z’n allen níét hebben gedaan, is zorgen dat mensen ook langer kúnnen doorwerken,” zegt Baarsma. Een ‘apk’ halverwege je werkende leven, omscholingsprogramma’s, het is volgens de hoogleraar allemaal niet voldoende serieus genomen. “De arbeidsmarkt is geen plek waar mensen in zware beroepen tot ver na hun zestigste kunnen verblijven.”

Dat ‘we’ het allemaal hebben zien aankomen geldt ook voor de stikstofuitstoot en de klimaatverandering. Er zijn rapporten geschreven, er zijn rechterlijke uitspraken gedaan. In de jaren 80 debatteerde de politiek al over het mestoverschot en de befaamde uitspraak van de Raad van State is ook alweer van drie jaar geleden. Pas nu komt het kabinet met serieuze plannen. En zoals ieder kind met huiswerk weet: hoe later je begint, hoe meer moeite het kost.

Vergrijzingspiek pas in 2040

Je zou kunnen zeggen dat stikstofuitstoot en de opwarming van de aarde lang best abstract leken: je merkt er in het dagelijks leven weinig van. Vergrijzing zou je als tijdelijk probleem kunnen zien: op een gegeven moment zijn de ouderen uit al die grote gezinnen van vroeger wel overleden. “Jawel,” zegt Baarsma, “maar de piek van de vergrijzing is er pas in 2040 en blijft daarna nog lang hoog.”

De econoom geeft in haar boek ontnuchterende cijfers. In 2021 waren er 840.000 80-plussers in Nederland. In 2070 zijn dat er meer dan twee miljoen. In 1957, toen de AOW werd ingevoerd, waren er 6,3 werkenden op elke AOW-gerechtigde. In 2020 waren dat er nog 3,4. In 2060 zijn het er nog slechts 2,8. Dat wordt lastig te betalen.

Ouderen hebben ook meer en complexere zorg nodig. Concreet: “De zorgkosten per gemiddelde Nederlander bedragen op 50-jarige leeftijd zo’n 3000 euro per jaar. Voor een 70-jarige gaat het om 6000 euro en voor een 95-jarige om 50.000 euro per jaar.” Wat ons nog te wachten staat, wil Barbara Baarsma maar zeggen, ‘is kolossaal’.

Tel daarbij op de problemen die nog toe te schrijven zijn aan de coronacrisis. Na twee jaar corona waarin weinig kon, is de vraag naar vakanties, etentjes en spullen – hoera, we mogen weer! – enorm toegenomen. De toelevering van grondstoffen is echter nog niet op het oude niveau, en de toevoer van personeel al helemaal niet.

Overheidssteun heeft bedrijven overeind gehouden, maar daar zijn ook bedrijven bij die onder normale omstandigheden misschien wel failliet zouden zijn gegaan. Daar werken dus nog mensen die anders al van baan zouden zijn gewisseld. En dan is er nog de oorlog in Oekraïne die de energieprijzen opstuwt.

Minder consumeren?

Waar zit de oplossing? Moeten we de grenzen verder oprekken? Dus de bodem nog wat verder laten verzuren en nog maar weer een ‘efficiëntieslag’ in de zorg? Of juist minder consumeren? Als we minder vliegen, kan Schiphol het beter aan. Als we minder vlees eten, is er minder vee nodig, dus minder stikstofuitstoot. Of moeten we, zoals Ralf Bodelier zegt, vooral eens met een andere blik kijken? Vertrouwen op het menselijk vernuft? Onze zegeningen tellen?

“Bepaalde mensen kunnen inderdaad hun zegeningen tellen. U en ik, of in elk geval ik, zouden best wat minder kunnen consumeren,” zegt Barbara Baarsma. “Maar als je krap bij kas zit, is dat best een pedante opmerking om te horen: consuminderen. Dan wil je toch liever eerst nog wat méér.”

Als de economie krimpt, betoogt de hoogleraar, gaat dat ten koste van veel dingen die juist die heel belangrijk zijn voor ons levensgeluk. Verbetering van het onderwijs, meer mensen in de zorg, de vergroening van de economie: het kost allemaal geld en dat wordt betaald uit economische groei. “Mijn adagium is niet, zoals de club van Rome zei, grenzen aan de groei. Maar: Hoe kunnen we groeien binnen grenzen?”

‘Schade doorberekenen’

Baarsma pleit voor ‘groene groei’: dat is economische groei, maar dan binnen wat de planeet aankan, zegt ze. In haar boek legt ze het uitgebreid uit, maar kort samengevat begint het ermee dat de schade die producten toebrengen aan natuur, klimaat of gezondheid voortaan doorberekend wordt in de prijs.

“Een zak paprikachips is nu goedkoper dan een paprika, dat komt doordat de schade die vette chips toebrengen aan onze gezondheid en de zorgkosten die daardoor stijgen, niet zijn meegerekend,” zegt Baarsma. Kerosine is niet belast. Terwijl we met z’n allen nu miljarden moeten uitgeven om de schade van stikstof- en CO2-uitstoot te herstellen.

Een vettaks, suikertaks of wat Baarsma betreft nog beter: een belasting op broeikasgassenuitstoot, maken lekkere en leuke dingen wél duurder. “Maar de opbrengst van die heffingen kun je gebruiken om de inkomstenbelasting voor de lagere- en middeninkomens te verlagen.”

“Je hoort veel geklaag over deeltijdwerkers, maar door ons belastingstelsel loont meer werken voor veel mensen helemaal niet. Dan gaan ze namelijk nét zoveel verdienen dat ze hun huur- of andere toeslag of heffingskorting niet verliezen.”

Polarisatie in Nederland

Als je Barbara Baarsma beluistert moet er wel heel veel tegelijk veranderen. Terwijl we nu al zien hoeveel protest één maatregel, die tegen stikstof, oproept. “Ja, maar waarom is er zoveel polarisatie in Nederland? Misschien wel omdat we gewoon geen dapper verhaal meer horen. Geen toekomstperspectief waarin je kunt meegaan. Je voelt aan alle kanten dat we tegen grenzen aanlopen, maar we krijgen steeds alleen maar deeltjes van een antwoord.”

Hoogste tijd voor Babette Porcelijn. Deze ingenieur hoorde haar man tijdens een zondagmiddag op de bank eens beweren dat de zestien grootste containerschepen ter wereld even vervuilend zijn als álle auto’s bij elkaar. Dat had hij uitgezocht. Hier wil ik alles van weten, dacht ze. Porcelijn publiceerde in 2016 De verborgen impact, een boek over de praktische gevolgen van onze dagelijkse keuzes zoals, zeg, het kopen van een nieuw T-shirt. En nee, het is geen pessimistisch boek, het is juist heel positief. Inmiddels heeft ze een opvolger geschreven: Het happy 2050 scenario. Alles wat je kunt doen voor een gelukkige wereld. En een beweging opgericht: Think big act now. Dat laatste is wat haar betreft echt nodig.

Straks haar concrete tips. Eerst even iets anders, want het woord overbevolking is nog niet gevallen en is dát niet de onderliggende reden voor veel van de problemen?

‘Onze behoeften zijn het probleem’

Barbara Baarsma: “Nou, als we mensen gaan vragen nog minder kinderen te krijgen, wie zorgt er dán voor al die oude mensen straks?” Ralf Bodelier: “Als je de hele wereldbevolking bij elkaar zou zetten, dicht op elkaar zoals op een popfestival, dan zouden de provincies Limburg en Noord-Brabant vol staan. De rest van de wereld is dan nog leeg. Het probleem is niet het aantal mensen, het probleem is dat onze behoeften enorm zijn gegroeid. Gelukkig zorgt juist de mensheid elke keer zelf weer voor slimme oplossingen.”

We zijn met veel, minder zou beter zijn, zegt Babette Porcelijn. “Maar het gaat niet alleen om bevolkingsdruk, het gaat er vooral om hoe al die mensen zich gedragen.” Het is bekend maar ze zegt het nog maar een keer: een inwoner van Malawi brengt de wereld veel minder schade toe dan een inwoner van Nederland. “Hoe rijker een mens wordt, hoe meer spullen hij verzamelt, hoe meer hij reist, hoe meer schadelijke impact hij heeft.”

“De rijkste 1 procent van de wereldbevolking stoot zelfs twee keer zoveel CO2 uit als de armste 50 procent, zo blijkt uit onderzoek van Oxfam. Als iedereen zo weinig zou uitstoten als de armste helft van de wereldbevolking – dat zijn zo’n 3,5 miljard mensen – zouden de klimaatdoelen van Parijs met gemak gehaald worden. Kortom, aan hen ligt het niet.”

“Rijker worden voegt veel toe als je uit diepe armoede komt, maar naarmate je al rijk bent, voegt nóg rijker worden steeds minder toe aan je geluk,” zegt Porcelijn. “Dat is waar we de uitweg moeten zoeken. De oplossing zit in het streven naar een optimum, niet naar een maximum.”

Andere afslag nemen

Zegt ze dat we in Nederland toe moeten met wat minder? “Nee, dat zou zijn: doorgaan op de huidige weg, alleen wat minder hard. We moeten een afslag nemen en een andere kant opgaan.” Dat moet zij even uitleggen. Zeker aan iedereen die gewoon graag met vakantie wil kunnen en aan die boeren die hun bedrijf aan hun kinderen willen overdragen.

“Ik zeg niet dat we het allemaal niet moeten doen, maar we kunnen het wel ánders doen. Ik ga ook op vakantie, ik ga alleen niet vliegen. Vakantie is toch niet: in het vliegtuig zitten? Vakantie is gewoon lekker ontspannen en doen waar je zin in hebt. Je kunt met de auto gaan, of met de trein, of gewoon in Nederland blijven.”

En over de protesterende boeren. “Je leest in de krant alleen maar: Moeten die boeren dan allemaal maar stoppen? Nee! Maar probeer het liever over een andere boeg te gooien. Stoppen is niet de uitweg, dan verhuizen bedrijven naar Canada en verplaatsen we de schadelijke impact alleen maar.”

Nederland heeft boeren ook gewoon nodig, zegt ze. “Maar die kunnen ook landbouw bedrijven die de natuur ondersteunt in plaats van kapotmaakt. Sommige boeren doen dat al, de overheid ondersteunt dat. Als iemand het kan, dan zijn het Nederlanders, we zijn rijk, we zijn inventief.”

‘Betaal belasting’

Oké, maar hoe neem je nou als gewoon mens zo’n afslag? Haar Happy 2050 scenario staat er vol mee. De meeste kun je wel raden: Koop minder nieuwe spullen. (De kledingindustrie is verantwoordelijk voor 10 procent van de wereldwijde uitstoot, meer dan al het vlieg- en vaarverkeer bij elkaar.) Schakel over op een overwegend plantaardig dieet. (Voor het klimaat natuurlijk. Maar beseffen we ook dat het graan dat we in Nederland nu aan varkens voeren ruim genoeg zou zijn om de tekorten op te vangen die elders in de wereld ontstaan door de oorlog in Oekraïne?) Maar ook: leef gezond en gebruik geen drugs (Koop je drugs, dan financier je namelijk criminaliteit en maffiabendes.) En: betaal belasting.

Betaal belasting? “Ja, er bestaat zo’n verwrongen beeld van belasting! Belasting is het beste goede doel dat er is,” zegt Porcelijn. “Dat geld gaat in Nederland naar scholen, ziekenhuizen, politie, rechtbanken, het openbaar vervoer, wetenschap – allemaal heel belangrijke zaken. Wees er gerust trots op dat je rijk genoeg bent om belasting te betalen.”

Menselijk geluk, zegt ze, gaat over gezondheid en veiligheid. Het gaat over mensen om je heen hebben die van je houden. Het gaat over je nuttig kunnen maken voor de samenleving. “Niemand zegt op zijn sterfbed: ik ben toch blij dat ik in 2022 de nieuwste iPhone had.”

Mensheid past zich aan

Ten slotte nog even naar Ralf Bodelier. Zoals gezegd, hij ziet de problemen ook. Zijn hoogbejaarde ouders in Vaals kunnen door personeelsgebrek geen verzorging krijgen. Maar dat zijn overgangsproblemen, zegt hij. “Waarom zou werken in de zorg niet weer aantrekkelijker worden? Waarom zouden jongeren die flitsscootertjes niet willen verruilen voor beter betaald werk in een wit uniform?” Hij heeft er vertrouwen in dat de mensheid zich toch altijd weer aanpast, en de wereld een beetje beter maakt.

Bodelier nodigt ons uit even te denken aan de rijkste man op aarde van honderd jaar geleden, oliemagnaat John D. Rockefeller. Die was steenrijk, maar had geen televisie, geen internet, hij kreeg geen verdoving bij de tandarts, mevrouw Rockefeller had geen stemrecht, geen anticonceptiepil en niemand had vaccins tegen ziektes. De gemiddelde levensverwachting in Amerika was 52 jaar. “Wie zou er nu met hem willen ruilen?”

Het gaat uiteindelijk om het maken van keuzes: willen we op tijd een traytje bier bezorgd krijgen of de krant? Maar hoe maken we die keuzes dan met z’n allen? Misschien moeten we hier eindigen met een citaat van een denker die zich voor dit verhaal niet meer liet interviewen, de Romeinse filosoof en politicus Seneca. Zo’n 2000 jaar geleden zei hij: ‘... Niet omdat de dingen moeilijk zijn, durven wij niet, maar omdat wij niet durven zijn de dingen moeilijk.’

Meer over