Plus

Stemmers hebben meer vertrouwen in lokale alternatieven dan in landelijke partijen

Landelijke partijen kunnen zichzelf achter de oren krabben. Ook deze raadsverkiezingen bewijzen dat veel kiezers meer vertrouwen hebben in lokale alternatieven.

Hans van Soest
VVD-leider Mark Rutte brengt zijn stem uit voor de gemeenteraadsverkiezingen. Beeld ANP
VVD-leider Mark Rutte brengt zijn stem uit voor de gemeenteraadsverkiezingen.Beeld ANP

Terwijl lijsttrekkers van landelijke partijen op de uitslagenavond vieren dat ze in deze stad de grootste werden of het op die plek beter deden ten opzichte van een andere verkiezing, is er voor geen van die partijen echt iets te vieren. De gemeenteraadsverkiezingen van 2022 zetten een ontwikkeling door die ook bij de afgelopen Kamerverkiezingen zichtbaar was: versnippering en laag vertrouwen in de landelijke politiek.

En dat gaat ten koste van de traditionele ‘Haagse’ partijen. Hoewel er nog geen landelijk beeld is van de uitslagen in alle 333 gemeenten waar kiezers hun stem konden uitbrengen, zijn de grote lijnen wel duidelijk. In de peilingen vóór de verkiezingen leek de VVD van alle partijen die meededen, de meeste stemmen binnen te harken. Maar dan wel minder dan in 2018, toen de partij 13,5 procent van alle uitgebrachte stemmen kreeg.

Vertrouwen

Het zegt iets over het vertrouwen dat kiezers nog hebben in de traditioneel grote partijen om hun problemen op te lossen. Al jaren boeken die slechte resultaten bij lokale verkiezingen. In 2006 had de grootste partij in de gemeenteraden nog bijna een kwart (23,4 procent) van alle stemmen. Dat was toen nog de PvdA. Sindsdien is de grootste partij elke raadsverkiezingen een stukje kleiner.

In plaats daarvan stellen steeds meer kiezers hun vertrouwen in lokale partijen. Reden waarom ook veel lokale afdelingen van landelijke partijen deze campagne wat afstand namen van hun moederpartij in de hoop beter te scoren.

De versnippering heeft gevolgen. Niet alleen in de Tweede Kamer zit een recordaantal partijen, dat geldt ook voor de gemeenteraden. Het is dringen in veel raadzalen. En de verschillende lokale partijen zijn onderling totaal niet met elkaar te vergelijken. Bij de landelijke verkiezingen hebben we nu al twee keer achter elkaar een recordformatie meegemaakt voordat er een nieuw kabinet kon aantreden. Dat is in gemeenteraden niet anders. Na de vorige verkiezingen duurde de collegevorming in veel gemeenten langer dan de vorige keer. En dat zal nu niet anders zijn.

Vertekend beeld

Er is voor de landelijke lijsttrekkers nog een reden om kritisch te zijn op zichzelf. De opkomst bij de gemeenteraadsverkiezingen is traditioneel laag. Vooral in wijken waar veel mensen te kampen hebben met werkloosheid, onveiligheid en slechte woningen is het vertrouwen in de politiek laag. De bewoners van die wijken gaan minder naar de stembus dan de inwoners van wijken waar minder van dergelijke sociale problemen spelen. En juist in die laatste wijken scoren landelijke partijen zoals VVD, D66 of GroenLinks doorgaans beter. Door de scheef verdeelde opkomst is de uitslag van de raadsverkiezingen dan ook in veel gemeenten vertekend en geen reden voor een feestje.

Uit onderzoeken waarom mensen niet meer op een landelijke partij stemmen, komen meerdere oorzaken naar voren. Veel populaire partijen doen niet in elke gemeente mee (zo stond ‘s lands grootste oppositiepartij PVV dit jaar maar zo’n 30 van de 333 gemeenten op de kieslijst). En het vertrouwen dat landelijke partijen opkomen voor de problemen de eigen buurt is laag.

Kabinet

Toen dit kabinet in december zijn plannen voor de komende vier jaar presenteerde, zei premier Mark Rutte dat hij begreep dat het vertrouwen in de landelijke politieke laag was en dat dat vertrouwen moest worden herwonnen door te laten zien dat problemen worden opgelost. Deze gemeenteraadsverkiezingen onderstrepen dat nog maar eens.

Het Sociaal en Cultureel Planbureau wees gisteren nog op de ‘uitdagingen’ in gemeenten de komende jaren. Gemeentebesturen hebben steeds meer taken gekregen die vroeger bij de landelijke overheid lagen, zoals de jeugdzorg. Dat is in de praktijk niet altijd goed gegaan. Herbezinning is nodig. Voor de Haagse bedenkers van die reorganisaties is er nog een hoop te doen.

Meer over