PlusWetenschap

Scheepsarcheoloog: ‘Een scheepswrak heeft een verhaal te vertellen’

Spanten van het opgegraven wrak van het Engelse koop­vaardij­schip Queen Anne steken boven de grond uit tussen Rutten en Bant in de Noordoost­polder.  Beeld Hollandse Hoogte / Fred Hoogervorst
Spanten van het opgegraven wrak van het Engelse koop­vaardij­schip Queen Anne steken boven de grond uit tussen Rutten en Bant in de Noordoost­polder.Beeld Hollandse Hoogte / Fred Hoogervorst

Flevoland is geen saai en rechtlijnig gebied, zegt maritiem archeoloog Yftinus van Popta. De IJsselmeerpolders zijn een scheepswrakkenkerkhof waar zich bijzondere verhalen hebben afgespeeld.

Marleen Hoebe

Bijna een eeuw geleden voeren schippers nog dwars door de gebieden die nu de IJsselmeerpolders heten. Sommigen bestuurden zwaarbewapende schepen, anderen vervoerden grote ladingen grind en zand over de Zuiderzee. Die reizen verliepen niet altijd voorspoedig, blijkt uit het grote aantal scheepswrakken dat bij het droogleggen van de polders te voorschijn is gekomen.

Tegenwoordig zijn we niet goed op de hoogte van alle scheepsrampen die zich op de Zuiderzee hebben voltrokken. Maritiem archeoloog Yftinus van Popta van de Rijksuniversiteit Groningen brengt daar verandering in. Hij onderzoekt scheepswrakken die in de bodem van Flevoland zijn gevonden, zoals dat van de Queen Anne, een achttiende-eeuws Engels koopvaardijschip. Allerlei spullen waren hier aan boord aanwezig, vertelt Van Popta. “Kanonnen, pistolen, wijnflessen, bierkruiken, koninklijke lepels, noem maar op. En veel is nog intact.”

Dat laatste is vaak niet het geval. Soms is er van de scheepswrakken in eerste instantie niets terug te vinden, maar Van Popta laat zich daardoor niet ontmoedigen. Hij spit oude archeologische opgravingsdocumentaties door, op zoek naar aanwijzingen die hem verder kunnen brengen. Zo kwam hij terecht bij een schip met de naam Drie Gebroeders.

Brief van arbeider

“Een arbeider was in de jaren veertig in de Noordoostpolder het land gereed aan het maken voor boeren die zich daar zouden gaan vestigen. Samen met andere arbeiders was hij sloten aan het graven op een kavel bij het huidige Rutten toen ze op twee scheepswrakken stuitten. Hij meldde dat bij zijn voorman en vroeg of hij de archeoloog op de hoogte moest stellen.”

“Zijn baas vond dat geen goed idee. Hij zei letterlijk: ‘Houd op met het vinden van schepen.’ Ze liepen namelijk behoorlijk achter met hun werk. Een wrak was in dat opzicht heel hinderlijk. Toch besloot de arbeider de archeoloog een brief te sturen.”

Die brief vond Van Popta in de database die gevuld is met oude documentatie van archeologen. “De arbeider schrijft dat hij twee wrakken heeft gevonden, waar ze ongeveer liggen en wat voor soort schepen het zijn. Verder vertelt hij dat een van de twee schepen Drie Gebroeders heet. In 1955 ging de archeoloog kijken op de plek waarover de arbeider had geschreven. Hij constateerde dat er geen wrakken lagen.”

De zaak leek daarmee afgedaan, tot de vondst Van Popta. “Ik kreeg het idee dat die wrakken waarschijnlijk ergens voor 1955 door de opzichter van het land zijn weggehaald. Stiekem, zonder met de archeoloog te overleggen.”

Van Popta had een aanknopingspunt waardoor hij een zoektocht kon starten. “Op basis van de naam had ik het vermoeden dat het om een schip uit de negentiende of twintigste eeuw moest gaan. Ook wist ik wat voor lading er aan boord was; dat had die arbeider opgeschreven: bakken met zand en grind. Verder was bekend dat het wrak had gelegen in het oostelijke deel van de Zuiderzee, in de omgeving van Lemmer.”

Hij ging speuren in de historische krantenarchieven om te kijken of de Drie Gebroeders in de negentiende en twintigste eeuw een keer voorkwam in het gebied van de huidige Noordoostpolder. Dat bleek het geval te zijn. “In een krant uit 1909 staat dat het schip Drie Gebroeders – met aan boord zand en grind – gezonken was. Dit was ten zuiden van Lemmer. Er wordt zelfs een locatie aangegeven, in oude coördinaten, dus in noorderbreedte en oosterlengte. Die kan ik met een formule omrekenen naar moderne coördinaten en dan kom je op die kavel bij Rutten in de Noordoostpolder uit.”

Van Popta nam contact op met de mensen die op de kavel wonen. Zij vertelden dat ze bij hun op het land resten aardewerk, ander materiaal, zoals kleine pijpjes en netverzwaarder, en mogelijk scheepshout hadden gevonden.

Deze vondst klopte dus, maar hoe zit het met dat andere scheepswrak dat vlak bij de Drie Gebroeders lag? Van Popta: “Het is best bijzonder als twee scheepswrakken op dezelfde plek liggen. Meestal liggen wrakken in Flevoland enkele kilometers uit elkaar. Ik dacht daarom dat er een verband tussen die twee rampen moest zijn. In de krant van 1909, waarin over de ramp van de Drie Gebroeders werd bericht, las ik al dat deze ramp waarschijnlijk iets te maken had met een schipbreuk van een paar maanden eerder. Dat was op nagenoeg dezelfde plek.”

Koninklijke hulp

“De schipper van de Drie Gebroeders vertelde in een artikel dat na de ramp is verschenen dat hij onder goed weer voer en dat het schip lek was gestoten op een obstakel. De bodem van de Zuiderzee was heel zacht. Daarom dacht hij dat iets anders dan de bodem de oorzaak moest zijn geweest.”

Van Popta onderzocht wat zich een paar maanden eerder op diezelfde plek had afgespeeld. Het bleek dat een ander schip, De Hoop, er tijdens slecht weer was vergaan. “Dat was in 1909 groot nieuws; er verdronken zes kinderen, een vrouw en een knecht. Alleen de schipper – volgens de krant destijds een van de armste schippers in Nederland – overleefde het. Het bericht van de tragedie bereikte zelfs koningin Wilhelmina. Zij heeft geld gedoneerd aan de schipper en de nabestaanden van de knecht.”

Voor Van Popta was dit waardevolle informatie. Hij had in één keer twee scheepswrakken geïdenti­ficeerd. Toch houdt zijn onderzoek hier niet op. De speurtocht die leidde tot de vondst van De Hoop en Drie Gebroeders maakt deel uit van een groter project waarin Van Popta meer te weten probeert te komen over de oorzaak van scheepsrampen op de Zuiderzee. “Dit zijn verhalen die ertoe doen. Hierdoor worden wrakken minder abstract en komen we steeds meer te weten, soms ook over de tragedies die erbij ­horen.”

Scheepsarcheoloog Yftinus van Popta. Beeld -
Scheepsarcheoloog Yftinus van Popta.Beeld -
Meer over