Nieuws

Rutte maakt ‘diepe excuses’ aan Indonesiërs voor Nederlands geweld: ‘Confronterend en doordringend’

Premier Mark Rutte maakte ‘diepe excuses’ aan Indonesiërs voor extreem en stelselmatig geweld van Nederlandse militairen tijdens de dekolonisatieoorlog. Hij noemt de conclusies van het donderdag gepresenteerde onderzoek ‘confronterend en doordringend’.

Tonny van der Mee en Raymond Boere
‘Het kabinet onderschrijft de conclusies,’ reageerde premier Rutte. ‘We moeten de waarheid onder ogen zien.’ Beeld ANP
‘Het kabinet onderschrijft de conclusies,’ reageerde premier Rutte. ‘We moeten de waarheid onder ogen zien.’Beeld ANP

“Ze zijn hard maar onontkoombaar,” zei Rutte in een eerste korte reactie. “Het kabinet onderschrijft de conclusies. We moeten de waarheid onder ogen zien. Nederland voerde een koloniale oorlog waarin stelselmatig en wijdverbreid extreem geweld werd gebruikt, tot martelingen toe, die in de meeste gevallen onbestraft bleven.”

Het NIOD (Instituut voor Oorlogs-, Holocaust- en Genocidestudies), het Koninklijk Instituut voor Taal-, Land- en Volkenkunde (KITLV) en het Nederlands Instituut voor Militaire Historie (NIMH) concluderen in een donderdag gepresenteerd onderzoek dat Nederlandse militairen op grote schaal en stelselmatig extreem geweld toepasten tijdens de dekolonisatieoorlog in Indonesië (1945-1950).

Als voorbeelden noemen ze standrechtelijke executies en marteling van Indonesische gevangenen, het ‘platbranden’ van dorpen en buitensporige luchtaanvallen en artilleriebeschietingen. De regering en militaire top tolereerden dat om ‘koste wat kost’ de Indonesische ‘opstandelingen’ te verslaan.

Geen collectieve schuld

De onderzoekers willen ‘nadrukkelijk uitdragen’ dat ze geen collectieve schuld bij de veteranen leggen. Het geweld is door individuen gepleegd. Daar kun je de hele groep niet op aanspreken, aldus Gert Oostindie, Ben Schoenmaker en Frank van Vree.

De daden werden niet sterk bestraft, waardoor er ook geen preventie was. Het gedoogbeleid heeft het geweld bevorderd en aangemoedigd. Ook stelden ze dat de naar Indonesië gezonden militairen onder meer fysiek en mentaal niet voldoende waren toegerust op een guerrillaoorlog.

Ook geven de onderzoekers aan dat ze, hoewel hun focus op het Nederlandse geweld lag, wel degelijk hebben gekeken naar geweld aan Indonesische zijde. Ze twijfelen er niet aan dat er ook veelvuldig Indonesisch geweld gepleegd is, tegen mensen aan Nederlandse zijde, of onderling.

Er is een breed scala aan daders en slachtoffers, stelden ze. Dat sommigen zich niet in de conclusies herkennen, is eigen aan een oorlog. Alle partijen, bijvoorbeeld dienstplichtigen, KNIL’ers en dienstweigeraars, komen nog in deelstudies aan bod.

Meer over