PlusInterview

RIVM-vaccinatiebaas: einde voor AstraZeneca in Nederland al in zicht

De miljoenen doses van het AstraZeneca-vaccin die Nederland na half mei geleverd krijgt, worden grotendeels niet meer gebruikt. Dat stelt vaccinatiebaas van het RIVM Jaap van Delden. Mensen die de AstraZeneca-prik nu niet nemen, komen later dit jaar mogelijk in aanmerking voor een ander vaccin.

Jaap van Delden. Beeld ANP
Jaap van Delden.Beeld ANP

Volgens Van Delden worden er de komende tijd zoveel coronavaccins geleverd, dat die van AstraZeneca al snel niet meer nodig zijn. Het vaccin wordt nu door huisartsen toegediend aan mensen tussen de 60 en 64 jaar. Als er eenmaal genoeg vaccin binnen is om hen ook een tweede prik te kunnen geven, is AstraZeneca in principe overbodig. Dat is waarschijnlijk al in de tweede helft van mei het geval, zegt Van Delden.

Het AstraZeneca-vaccin lijkt onder de bevolking minder populair, mede vanwege de berichten over een zeldzame ernstige trombosebijwerking. Maar tot nu toe kunnen 60- tot 64-jarigen geen ander vaccin krijgen. Later dit jaar kan dit veranderen, stelt Van Delden. “Het kan straks zo zijn dat je je nog eens op één bepaalde groep richt, om daar de vaccinatiegraad te verhogen. Bij die groepen zou je veegrondes kunnen houden, waarbij je iedereen die niet gevaccineerd is nog een keertje langsgaat.”

Bij huisartsen in het land zorgde het lagere enthousiasme voor AstraZeneca voor chaotische toestanden. Op sommige plekken kwamen veel 60- tot 64-jarigen niet opdagen voor hun prik. Daardoor moesten huisartsen met overgebleven vaccins de boer op en probeerden ze die kwijt te raken aan 65-plussers. Ook dat zal lastig worden: alle 65-plussers kunnen inmiddels een afspraak maken voor een Pfizer-prik.

Miljoenen vaccins ongebruikt

Nederland heeft 11,7 miljoen doses AstraZeneca besteld. Daarvan zijn er naar schatting een kleine 1,5 miljoen toegediend. Het leeuwendeel wordt na half mei geleverd, waardoor miljoenen vaccins niet gebruikt zullen worden. Die worden waarschijnlijk verdeeld onder armere landen. Mogelijk wordt een deel bewaard, zegt Van Delden.

In het interview geeft Van Delden ook toe dat de overheid niet precies weet hoeveel prikken er tot nu toe zijn gezet, omdat de registratie van de vaccinatie bij huisartsen en in zorginstellingen fors achterloopt. “Ja, dat is lastig. Er zit gewoon marge in dat getal, dat zou ik zelf natuurlijk ook liever anders zien. Schattingen zijn niet zo comfortabel. Je werkt liever met registraties.”

Toen die andere Jaap van D. van het RIVM, Jaap van Delden, gevraagd werd om de uitvoering van de Nederlandse vaccinatiecampagne te gaan leiden, ‘overzag hij dat hij het niet overzag’, zegt hij. Het bleek de juiste analyse, want het aantal hobbels op de weg was bijna ontelbaar. Een verkeerde inschatting over welk vaccin als eerste zou komen, allerhande gedoe rond het AstraZeneca-vaccin, een politiek die besloot tot tientallen verschillende doelgroepen: het is slechts een greep uit alle uitdagingen die Van Delden tegenkwam.

“Elk uur een nieuw avontuur,” vat de vaccinatiechef samen, gezeten in een statige vergaderzaal in het oude RIVM-gebouw in Bilthoven. Eindelijk is er even tijd om uit te blazen. De vaccinatietrein lijkt dan toch op gang gekomen. De grote prikaantallen waar Nederland zo lang tegenaan hikte, zijn eindelijk in zicht. Per dag worden nu zo’n 100.000 inentingen toegediend, meldt althans het coronadashboard van de overheid. In de komende weken gaan die aantallen verder omhoog, tot boven de miljoen vaccinaties per week. Van Delden - brilletje met ronde glazen, wakkere blik - heeft er ‘ontzettend veel zin’ in om die ‘grote volumes te gaan wegprikken’. “Dat het appeltje-eitje wordt, wil ik niet zeggen. Maar ik heb er echt alle vertrouwen in dat het goedkomt.”

Volgende week komen er als het goed is een half miljoen doses AstraZeneca binnen. Komen die nog wel op? Aan mensen onder de 60 jaar wordt AstraZeneca niet meer gegeven. De huisartsen zijn al ver met het inenten van de 60 tot 64-jarigen; de meeste 65-plussers krijgen Pfizer.
“Jawel, want in Zeeland krijgen mensen van 63 en 64 jaar alweer bijna hun tweede AstraZeneca-prik. Maar op een gegeven moment is het natuurlijk wel zo dat we met AstraZeneca klaar zijn. Dat moment komt wat sneller dan voorzien, omdat Pfizer meer is gaan leveren. We schatten dat we de leveringen AstraZeneca die we vanaf de tweede helft van mei krijgen, grotendeels niet meer nodig hebben.”

Dat gaat dan om miljoenen vaccins, want Nederland heeft 11,7 miljoen van AstraZeneca gekocht, en daarvan zouden er 6,2 miljoen sowieso pas in het derde kwartaal geleverd worden. Wat gaat er met al die prikken gebeuren?
“Het idee is altijd al geweest: we kopen meer vaccins dan we nodig hebben, omdat er vaccins zouden kunnen uitvallen. Als Europa vaccins overhoudt, zouden ze verdeeld kunnen worden onder minder rijke landen. En misschien zou je een deel kunnen bewaren voor later.”

Je zou ze ook kunnen geven aan kwetsbare 60-minners, die met smart op een vaccin zitten te wachten en zelf de afweging maken dat ze het heel kleine risico op de bijwerking voor lief nemen. Het Europese medicijnagentschap EMA heeft zelf gezegd dat de voordelen van het AstraZeneca-vaccin opwegen tegen de risico’s.
“Ja, maar de Nederlandse Gezondheidsraad heeft iets anders gezegd. Wij hebben genoeg andere vaccins ingekocht om aan 60-minners aan te bieden. Bovendien krijg je bij AstraZeneca pas na twaalf weken de tweede prik. Bij Pfizer en Moderna is dat zes weken en bij Janssen is er maar één prik nodig. Dat speelt ook mee in de afweging. Bovendien hebben we nu nog geen doses AstraZeneca over.”

Huisartsen vertellen ons dat ze wel degelijk doses overhouden. En die kunnen ze nu nergens meer kwijt, want alle 65-plussers kunnen nu een afspraak maken om geprikt te worden met Pfizer. Zij zullen misschien eerder op die prik wachten.
“Terecht. Als ik 66 zou zijn en de huisarts zou me bellen, zou ik me ook afvragen: vandaag AstraZeneca, of over twee of drie weken Pfizer? We gaan huisartsen daarom nog preciezer beleveren, zodat kleinere leveringen mogelijk zijn en ze daardoor minder overhouden.”

Heeft u überhaupt zicht op wat huisartsen in hun koelkast hebben liggen? Vorige week werd het totaal aantal vaccinaties opeens met honderdduizenden opgeschroefd, na een nieuwe berekening. Kunnen we het huidige getal van bijna vijf miljoen prikken, dat deels uit schattingen bestaat, wel vertrouwen?
“Nee, ik weet niet precies hoeveel er bij huisartsen ligt. Zo’n twee miljoen prikken van het totaal zijn inderdaad gebaseerd op schattingen. Dat zijn de inentingen die zijn toegediend bij huisartsen en instellingen. Hun registratiesystemen zijn wel gekoppeld aan ons centrale systeem, maar het doorgeven van de data loopt gewoon achter. Bij de huisartsen hebben we bijvoorbeeld maar de helft van de gegevens binnen. En bij de zorginstellingen is het ook echt niet up-to-date. We werken er hard aan om dat beter te krijgen. Het getal dat we nu hebben, is de beste inschatting die we kunnen maken, naar eer en geweten.”

Als bijna de helft een schatting is, hoe kun je dan de voortgang van het vaccinatieprogramma monitoren, de effectiviteit van de vaccins, de bijwerkingen?
“Ja, dat is lastig. Er zit gewoon marge in dat getal, dat zou ik zelf natuurlijk ook liever anders zien. Schattingen zijn niet zo comfortabel. Je werkt liever met registraties.”

Bent u ervan geschrokken dat een land als Nederland blijkbaar zo slecht was voorbereid op een pandemie dat dit soort dingen niet op orde was?
“Geschrokken niet. Ik loop al langer mee in de zorg, dus ik weet hoe het zit met dingen als digitalisering en de wetgeving rond privacy. Maar het zou goed zijn als het anders was. Dit gaat één van de dingen zijn van de evaluatie van de coronacrisis.”

Kan het uiteindelijk zo zijn dat de vaccinatiegraad onder 60- tot 64-jarigen lager uitkomt, omdat voor hen het AstraZeneca-vaccin was gereserveerd?
“We zien dat de vaccinatiebereidheid bij de vaccins van Pfizer en Moderna hoger lijkt dan bij AstraZeneca. Nu zijn we heel erg gericht op het vaccineren van de hele volwassen bevolking. Maar het kan zo zijn dat je je straks nog eens op één bepaalde groep richt, om daar de vaccinatiegraad te verhogen. Bij die groepen zou je veegrondes kunnen houden, waarbij je iedereen die niet gevaccineerd is nog een keertje langsgaat.”

Het zou dus zo kunnen zijn dat niet gevaccineerde 60- tot 64-jarigen deze zomer een nieuwe uitnodiging krijgen, bijvoorbeeld om met Moderna geprikt te worden?
“Ja, dat kan. Zoals het ook kan dat mensen op termijn een uitnodiging krijgen voor een jaarlijkse herhaalprik, net als bij griep. Dat ligt eraan hoe lang de vaccins beschermen, en in welke mate het virus verandert.”

Er is veel kritiek op de vaccinatiecampagne geweest. Zo was er het verwijt dat het RIVM de logistieke kennis mist voor zo’n mega-operatie. Er werd gesuggereerd dat Defensie de regie moest overnemen.
“Dat vind ik echt onzin, dus daar heb ik me ook niet heel veel van aangetrokken. Defensie is al heel lang geleden aangehaakt, net als logistieke experts en Nederlandse bedrijven met veel kennis op dat gebied. Bovendien lopen er hier bij het RIVM heel veel mensen rond die de vaccinatiecampagne rond de Mexicaanse griep hebben gedaan. Er lijkt het idee te leven dat het RIVM in splendid isolation, zonder veel ervaring aan de klus is begonnen. Zo van: ‘Goh, hoe zullen we dit eens gaan aanpakken?’ Echt grote onzin.”

Intussen bedacht politiek Den Haag elke week wel weer een nieuwe doelgroep die voorrang verdiende bij de vaccinatie. Al die relatief kleine doelgroepen maken de uitvoering van de campagne juist veel moeilijker, toch?
“Ja, zeker. Van sommige groepen kun je makkelijk begrijpen dat ze apart zijn gezet, bij andere is dat wat ingewikkelder. Maar uiteindelijk zijn het politieke besluiten. Wij moeten het uitvoeren, al hebben we natuurlijk wel een adviserende rol.”

Het verwerken van alle tegenslagen en onverwachte wendingen, bent u daar handiger in geworden?
“Weet je, het is net als met kinderen: of je wordt gek, of je wordt flexibel. Ik heb thuis vier jongens. Als je wil dat het precies loopt zoals je zelf wil, wordt het knap ingewikkeld. Dat was met het vaccineren ook zo. Natuurlijk heb ik af en toe iets lelijks gezegd, als er weer wat tegenzat. Maar je hebt je ertoe te verhouden en je moet door, en wel zo snel mogelijk. Zo simpel is het.”

Jaap van Delden

Jaap van Delden (42) is programmadirecteur Covid-19 vaccinatieprogramma bij het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM).

Na zijn mbo Sociaal Pedagogisch Werk, hbo Maatschappelijk Werk & Dienstverlening en studie bedrijfskunde begon hij bij het ministerie van Volksgezondheid als Rijkstrainee.

Hij werkte twee jaar als consultant en volgde een MBA (Nyenrode).

Sinds 2006 werkt hij bij het RIVM, o.a. als hoofd van het Centrum voor Bevolkingsonderzoek.

Meer over