Nieuws

Rechtbank staat inzet criminele burgerinfiltrant toe in grote drugszaak tegen Hells Angels

De rechtbank in Leeuwarden velde woensdag een historisch vonnis. Voor het eerst sinds het verbod uit 2000 is daarin de inzet van een criminele burgerinfiltrant geaccordeerd. Dat maakt de weg vrij voor meer van dergelijke geheime operaties, die taboe waren na de ‘IRT-affaire’ omtrent de ontoelaatbare opsporingsmethoden in de jaren negentig.

Paul Vugts
null Beeld OM
Beeld OM

Mede op grond van bewijs dat door de criminele burgerinfiltrant onder codenaam A-4110 was gegenereerd, veroordeelt de rechtbank in de zaak-Vidar tegen Friese Hells Angels vijftien verdachten tot straffen oplopend van 80 uur werkstraf tot zeven jaar cel. De vijf andere verdachten zijn vrijgesproken. De hoofdverdachten worden veroordeeld voor de handel in harddrugs, witwassen, deelname aan een criminele organisatie en wapenbezit.

Grote belangstelling

Het lang slepende proces Vidar werd door spelers in alle gremia van het Nederlandse strafrecht met grote belangstelling gevolgd. Na de geruchtmakende IRT-affaire in de jaren negentig was de inzet van criminele burgerinfiltranten immers verboden. Destijds hadden opsporingsambtenaren in de jacht op de georganiseerde misdaad zogeheten criminele ‘groei-informanten’ ingezet, die zich gedurende meerdere jaren mengden onder grote Nederlandse spelers in de internationale drugshandel, met als doel zo veel mogelijk betrokkenen en gebruikte bedrijven in beeld te krijgen. De opsporingsdiensten lieten daarom grote partijen drugs ongemoeid door.

Na een door de Tweede Kamer aangenomen motie van Kamerlid Jeroen Recourt (PvdA) werd het taboe op de criminele burgerinfiltrant door de landelijke leiding van het Openbaar Ministerie (OM) in september 2014 geschrapt.

De zaak-Vidar was de eerste zaak waarin het OM sindsdien een criminele burgerinfiltrant heeft ingezet. Advocaten hadden daar gedurende het proces uitvoerig tegen geprotesteerd.

‘Voldoende basis’

De Friese rechtbank oordeelt nu dat ‘voldoende wettelijke basis’ bestaat voor de inzet van deze A-4110, een ex-gedetineerde die naast zijn uitkering contant werd betaald voor zijn heimelijke werk voor justitie. Hij papte aan met onder meer leden van de Hells Angels in Harlingen. Het OM heeft voldaan aan de gestelde voorwaarden, vinden de rechters, tot teleurstelling van de verdachten en hun raadslieden.

Zowel taalkundig als volgens de wetshistorie is een crimineel niet uitgesloten als het om de inzet van een burgerinfiltrant gaat. Bovendien hoeft de rechterlijke macht zich bij de interpretatie van de wet niet te laten leiden door wat een Kamermeerderheid politiek heeft beoogd of een minister vond. Dat zou volgens de rechtbank in strijd zijn met de scheiding der machten.

De criminele burgerinfiltrant mag van de rechtbank ‘bij hoge uitzondering’, als ultimum remedium, worden ingezet. Dat mag alleen als alle traditionele opsporingsmiddelen onvoldoende zicht op zware criminelen hebben geboden, de inzet kort duurt en geen sprake is van een groei-informant die een steeds grotere rol gaat spelen.

A-4110 was ‘relatief beperkt geïnfiltreerd’ in de drugsorganisatie van de Hells Angels en dat was ‘proportioneel’, ook omdat het ongeveer één jaar duurde. Observaties, heimelijke gespreksopnames, afgeluisterde telefoons en vier pseudo-aankopen hadden bijvoorbeeld onvoldoende bewijs opgeleverd.

‘Niet uitgelokt’

A-4110 heeft verdachten niet uitgelokt in de harddrugs te handelen, zoals advocaten omstandig hadden betoogd. De manier waarop de politie hem aanstuurde, kan volgens de rechtbank de ‘toets der kritiek doorstaan’.

Onder advocaten klonk woensdag een diepe zucht van teleurstelling: weer krijgt het OM meer ruimte.